Het verhaal van het graafschap Holland
en het Hollandse Huis
In de vroege middeleeuwen lag aan de rand van het Karolingische rijk een ruig, waterrijk gebied dat bekendstond als West-Frisia. Het was geen land van machtige steden of rijke akkers, maar van kreken, veenmoerassen en kustbewoners die leefden met het ritme van de zee. Juist in deze periferie ontstond een dynastie die eeuwenlang het politieke landschap van de Lage Landen zou bepalen: de Gerulfingen, later bekend als het Hollandse Huis.
De opkomst van de Gerulfingen
De naamgever van de dynastie, Gerulf I, leefde in de 9e eeuw, in een tijd waarin de Frankische koningen lokale machthebbers nodig hadden om de kustgebieden te verdedigen tegen invallen van Vikingen. De Gerulfingen ontwikkelden zich tot erfelijke graven van West-Frisia, en hun macht groeide langzaam maar gestaag. Ze beheersten niet alleen het kustgebied, maar ook delen van wat later Zeeland zou worden.
In de loop van de 10e en 11e eeuw begonnen deze graven hun territorium te consolideren. De naam Holland — waarschijnlijk afgeleid van Holtland, “houtland” — werd steeds vaker gebruikt voor het kerngebied rond Leiden en Haarlem. De transformatie van West-Frisia naar Holland weerspiegelde een bredere ontwikkeling: het gebied werd economisch belangrijker, beter ontgonnen en politiek stabieler.
Floris II en het ontstaan van het graafschap Holland
Rond 1100 maakte graaf Floris II een symbolische maar betekenisvolle stap. Hij noemde zich voor het eerst “graaf van Holland”. Daarmee werd Holland niet alleen een geografische aanduiding, maar een politieke entiteit met een eigen identiteit binnen het Heilige Roomse Rijk.
Onder zijn opvolgers groeide Holland uit tot een van de meest dynamische gebieden van Noordwest-Europa. De ontginningen van het veen, de opkomst van steden als Dordrecht en Leiden, en de handel over de Noordzee legden de basis voor een welvarende samenleving.
Het einde van het Hollandse Huis
De Gerulfingen bleven tot het einde van de 13e eeuw de heersers van Holland en Zeeland. Maar in 1299 kwam er abrupt een einde aan deze eeuwenoude dynastie. Jan I van Holland, de laatste graaf uit het Hollandse Huis, stierf kinderloos. Met hem verdween de oorspronkelijke Hollandse dynastie van het toneel.
Zijn dood opende de deur voor buitenlandse huizen die via erfopvolging of politieke manoeuvres de macht overnamen. Vanaf dat moment werd Holland bestuurd door opeenvolgende dynastieën van buiten de regio:
- Het huis Avesnes (Henegouwen)
- Het huis Wittelsbach (Beieren)
- Het huis Valois (Bourgondië)
- Het huis Habsburg
Deze overgang markeerde een nieuwe fase in de geschiedenis van Holland: van een lokaal bestuurd graafschap naar een schakel in grotere Europese machtsblokken.
Het territorium van Holland door de eeuwen heen
Het middeleeuwse graafschap Holland omvatte uiteindelijk een gebied dat grotendeels overeenkomt met de huidige provincies Noord- en Zuid-Holland, maar met enkele opvallende verschillen:
- De Zuid-Hollandse eilanden maakten géén deel uit van het graafschap.
- De eilanden Terschelling, Vlieland, Urk en Schokland behoorden wél tot Holland, maar werden later overgeheveld naar andere provincies.
- Het Land van Heusden en Altena hoorde tot 1813 bij Holland, waarna het werd toegevoegd aan Noord-Brabant.
Deze verschuivingen laten zien hoe flexibel de bestuurlijke indeling van de Lage Landen door de eeuwen heen is geweest…
_________________________________________________________________________________________________
De Gerulfingen
Gerulf I (de Oudere)
De stamvader van het Hollandse Huis
In de eerste helft van de 9e eeuw, toen het Karolingische rijk wankelde onder interne twisten en Vikingaanvallen, trad een man naar voren die later zou worden gezien als de stamvader van de Hollandse graven: Gerulf I, graaf in Friesland en Kennemerland. Zijn leven weerspiegelt de spanningen van zijn tijd — een periode waarin lokale machthebbers balanceerden tussen trouw aan de keizer en de noodzaak hun eigen gebied te beschermen.
Een graaf in een onrustige wereld
Gerulf werd waarschijnlijk geboren rond het begin van de 9e eeuw, mogelijk als zoon van Dirk van Rijnland, een graaf met aanzienlijke invloed in het noordelijke deel van het rijk. Zijn machtsbasis lag in Friesland, een regio die formeel onder het gezag van de Frankische keizers viel, maar waar de bevolking een sterke eigen identiteit had en regelmatig in opstand kwam tegen Frankische heerschappij.
Als graaf van de Friezen tussen het Vlie en de Weser was Gerulf verantwoordelijk voor ordehandhaving, belastinginning en — cruciaal in deze tijd — de verdediging van de kust tegen Noormannen.
De moeilijke relatie met keizer Lodewijk de Vrome
Gerulf diende als vazal onder keizer Lodewijk de Vrome, maar hun relatie was gespannen. Lodewijk probeerde de Friezen gunstig te stemmen door hen land terug te geven dat ze eerder hadden verloren tijdens opstanden tegen zijn vader, Karel de Grote. Deze geste maakte de keizer populair bij de bevolking, maar verzwakte de positie van de graaf, die nu minder controle had over zijn eigen onderdanen.
Daarbovenop kwam het omstreden besluit van Lodewijk in 826 om een deel van Friesland — het gebied Rüstringen — af te staan aan de Deense pretendent Harald Klak, die bescherming zocht tegen zijn vijandige verwanten. Voor de Friese graven was dit een directe aantasting van hun macht en prestige. Het is dan ook aannemelijk dat Gerulf zich in deze periode aansloot bij de groeiende oppositie tegen de keizer.
Opstand, onteigening en herstel
De spanningen culmineerden in een opstand in Friesland, waarvan het bestaan wordt bevestigd door een document dat op 8 juli 839 in Kreuznach werd opgesteld. Tijdens de burgeroorlog tussen Lodewijk en zijn zonen koos Gerulf vermoedelijk de kant van de prinsen, wat hem duur kwam te staan: zijn leengoederen en privébezittingen werden geconfisqueerd.
Maar de politieke wind draaide snel. Toen Lodewijk zich in 839 verzoende met zijn zoon Lotharius, werd ook Gerulf in genade aangenomen. Op 8 mei 839 kreeg hij zijn persoonlijke bezittingen terug, waaronder landerijen in en rond Leeuwarden en gebieden tussen het Vlie en de Lonbach. Zijn herstel toont aan dat hij ondanks eerdere conflicten een te belangrijke figuur was om definitief uit te schakelen.
Familiebanden en mogelijke afkomst
Gerulf wordt in sommige bronnen in verband gebracht met de oprichters van de invloedrijke abdij van Corvey, een centrum van Karolingische cultuur en macht. Mogelijk was hij zelfs gehuwd met een dochter van Wala van Corbie, een prominente Frankische edelman en hervormer. Als deze connecties kloppen, dan stond Gerulf niet alleen lokaal sterk, maar was hij ook ingebed in de hogere Frankische aristocratie.
Nalatenschap: de geboorte van het Hollandse Huis
Gerulf overleed na 865, maar zijn invloed reikte ver voorbij zijn eigen leven. Zijn vermoedelijke zoon Gerulf II (de Jonge) volgde hem op als graaf van West-Frisia en werd de directe voorouder van de latere graven van Holland.
Uit deze lijn zouden uiteindelijk figuren voortkomen als Dirk I, Floris de Vette, Floris V, en vele anderen die het middeleeuwse Holland vormgaven.
Naast Gerulf II worden ook Gerhard, Gunthard en Radboud genoemd als mogelijke kinderen, wat wijst op een omvangrijke en invloedrijke familie.
________________________________________________________________________________________________________
Gerulf II
De man die West‑Frisia naar zich toetrok
Toen de 9e eeuw op haar einde liep, verkeerde het kustgebied van de Lage Landen in een staat van voortdurende spanning. Vikingaanvallen teisterden de rivieren en kusten, Frankische koningen vochten onderling om macht, en lokale leiders probeerden hun positie te behouden in een wereld die steeds instabieler werd.
In deze turbulente tijd trad Gerulf II naar voren — een man die de geschiedenis van West‑Frisia een beslissende wending zou geven.
Een erfgenaam van een onrustige dynastie
Gerulf II werd rond 825 geboren, waarschijnlijk als zoon van Gerulf I, de graaf die eerder in conflict was geraakt met keizer Lodewijk de Vrome maar uiteindelijk in genade was hersteld. De jonge Gerulf groeide op in een wereld waarin macht fragiel was en voortdurend bevochten moest worden. Zijn familie had aanzien, maar geen onaantastbare positie. De Friese kuststreek was een grensgebied van het Karolingische rijk, waar lokale graven, koninklijke gezanten en buitenlandse indringers elkaar voortdurend in de weg zaten.
De schaduw van Godfried de Noorman
Vanaf 882 werd West‑Frisia gedomineerd door een figuur die de Frankische machtsstructuur volledig ontwrichtte: Godfried de Noorman, een Deense leider die door de Frankische koning was aangesteld als hertog over Frisia. Zijn heerschappij was hard, zijn loyaliteit twijfelachtig, en zijn aanwezigheid een voortdurende bron van angst en onrust.
Voor de lokale elite — waaronder Gerulf — was Godfried zowel een bedreiging als een kans. Toen Godfried in 885 werd vermoord tijdens een beraad met Frankische edelen, ontstond er een machtsvacuüm. Gerulf aarzelde geen moment.
Hij greep de gelegenheid aan om de grafelijke macht in West‑Frisia naar zich toe te trekken. Het was een daad van politieke scherpzinnigheid én van durf: precies op het juiste moment, precies op de juiste plaats.
De formele erkenning van zijn macht
Hoewel Gerulf de feitelijke macht al had verworven, moest zijn positie nog worden gelegitimeerd door de Frankische koning. Die erkenning kwam op 4 augustus 889, toen Arnulf van Karinthië, koning van het Oost‑Frankische rijk, hem een reeks goederen schonk — niet als leen, maar in vol eigendom. Dat was uitzonderlijk en veelzeggend.
De schenking omvatte:
- Gebieden bij Noordwijk, tussen de monding van de Oude Rijn en Suithardeshaghe (waarschijnlijk bij Lisse)
- Boerderijen en huizen in Teisterbant: Tiel, Aalburg en Asch
- Bezit in Noord-Holland: Bodokenlo (Boekel) en Hornum (Hoorn)
- Een woning in Huui (mogelijk het huidige Hoei in de Ardennen)
Deze oorkonde wordt vaak geïnterpreteerd als een beloning voor Gerulfs rol bij het uitschakelen van Godfried.
Of hij direct betrokken was bij de moord is onbekend, maar dat hij de koning had gesteund in diens strijd tegen de Noormannen staat buiten kijf.
Met deze schenking werd Gerulf niet alleen bevestigd als graaf van West‑Frisia, maar kreeg hij ook een stevige economische basis. Zijn familie werd daarmee een vaste waarde in het politieke landschap van de Lage Landen.
Een onbekende echtgenote, maar een duidelijke nalatenschap
Over de vrouw van Gerulf II weten we niets met zekerheid — geen naam, geen afkomst. Maar zijn kinderen zijn wél bekend en zouden de toekomst van het gebied bepalen:
- Dirk I, zijn opvolger in West‑Frisia tussen Vlie en Maas, wordt beschouwd als de eerste graaf van wat later Holland zou worden.
- Waldger, die de gouwen Nifterlake, Lek en IJssel en Teisterbant erfde, vormde een zijtak van de familie die eveneens invloedrijk bleef.
Met deze verdeling legde Gerulf II de basis voor een dynastie die eeuwenlang de geschiedenis van Holland zou bepalen: het Hollandse Huis, de Gerulfingen.
Een nalatenschap die de middeleeuwen vormde
Gerulf II overleed circa 896, maar zijn invloed reikte ver voorbij zijn eigen leven. Door zijn daadkracht na de dood van Godfried en zijn erkenning door koning Arnulf werd de Gerulfingse macht stevig verankerd. Zijn zoon Dirk I zou deze positie verder uitbouwen, en zijn nakomelingen — Floris, Dirk, Willem, Jan — zouden het graafschap Holland ontwikkelen tot een van de meest dynamische regio’s van middeleeuws Europa.
Gerulf II was daarmee niet alleen een regionale leider, maar een sleutelfiguur in de overgang van een versnipperd kustgebied naar een herkenbare politieke eenheid.
________________________________________________________________________________________________________
Dirk I
De eerste herkenbare graaf van het latere graafschap Holland

Dirk I (door C. Visscher ca. 1650 – Belastingmuseum Rotterdam)
Aan het einde van de 9e eeuw, in een tijd waarin de kustgebieden van de Lage Landen nog geteisterd werden door Vikingaanvallen en waarin het Karolingische rijk uiteenviel in rivaliserende koninkrijken, trad een jonge edelman naar voren die de geschiedenis van West‑Frisia blijvend zou veranderen: Dirk I, zoon van Gerulf II.
Hij werd omstreeks 875 geboren in een wereld waarin macht niet vanzelfsprekend was, maar voortdurend bevochten moest worden. Zijn familie, de Gerulfingen, had zich pas kort daarvoor opnieuw gevestigd als leidende dynastie in West‑Frisia. Dirk groeide dus op in een omgeving waar politieke scherpzinnigheid en militaire paraatheid essentieel waren.
Erfgenaam van Kennemerland en Rijnland
Toen zijn vader Gerulf II rond 896 overleed, erfde Dirk het gezag over Kennemerland en Rijnland — de kerngebieden van wat later Holland zou worden. Deze regio’s waren strategisch van groot belang: ze lagen aan de mondingen van de grote rivieren, vormden de toegangspoort tot het binnenland en waren economisch waardevol door handel, visserij en ontginning.
Dirk was nog jong, maar hij trad onmiddellijk op als een volwaardig graaf. Hij consolideerde de macht van zijn familie en wist de lokale elite achter zich te krijgen. Daarmee legde hij de basis voor een stabiel bestuur in een gebied dat decennialang door onrust was geteisterd.
Bondgenoot van Karel de Eenvoudige
Dirk I speelde een rol op het grotere politieke toneel van West‑Europa. In de vroege 10e eeuw werd de West‑Frankische koning Karel de Eenvoudige geconfronteerd met een opstand van zijn eigen vazallen. In deze crisis koos Dirk de kant van de koning — een keuze die getuigde van politieke durf én strategisch inzicht.
Zijn loyaliteit bleef niet onbeloond. Op 15 juni 922, tijdens een bijeenkomst in Bladel, schonk Karel hem de kerk van Egmond met al haar bezittingen. Deze schenking was van enorme betekenis:
- Het gaf Dirk een religieus centrum dat zijn dynastie prestige verleende.
- Het bood economische middelen en landerijen.
- Het legde de basis voor de latere abdij van Egmond, die eeuwenlang het spirituele en dynastieke hart van Holland zou worden.
Met deze schenking werd Dirk I niet alleen een regionale machthebber, maar ook een speler in de Frankische politiek.
Huwelijk met Gerberga van Hamaland
Dirk trouwde met Gerberga van Hamaland, geboren circa 912, dochter van Meginhard IV, graaf van Hamaland. Dit huwelijk verbond de Gerulfingen met een van de machtigste families van het oosten van het rijk. Het was een strategische alliantie die Dirk extra legitimiteit en invloed gaf.
Gerberga’s afkomst uit een oud Saksisch geslacht versterkte bovendien de positie van de jonge Hollandse dynastie binnen de Frankische aristocratie.
Een dynastie krijgt vorm
Dirk en Gerberga kregen voor zover bekend één zoon:
- Dirk II, die zijn vader zou opvolgen en de macht van de Gerulfingen verder zou uitbreiden.
Beiden werden begraven in de abdij van Egmond, het religieuze centrum dat dankzij Dirk I’s loyaliteit aan Karel de Eenvoudige in handen van de familie was gekomen. Daarmee werd Egmond niet alleen een klooster, maar ook een dynastiek mausoleum — een plaats waar de geschiedenis van Holland letterlijk in steen werd vastgelegd.
Een blijvende erfenis
Dirk I sneuvelde op 2 oktober 939 tijdens de slag bij Andernach, ver van zijn thuisland. Maar zijn nalatenschap leefde voort. Hij was de eerste graaf die herkenbaar de contouren vormde van wat later het graafschap Holland zou worden. Zijn politieke keuzes, zijn steun aan de koning, zijn huwelijk en zijn stichting van Egmond maakten hem tot een sleutelfiguur in de vroege geschiedenis van de Lage Landen.
Met Dirk I begint het verhaal van Holland als een blijvende politieke eenheid — een verhaal dat zijn zoon Dirk II en diens nakomelingen verder zouden uitbouwen…
________________________________________________________________________________________________________
Dirk II
De bouwer van een graafschap

Dirk II door Hendrik van Heessel – Publiek Domein
Toen Dirk II rond 932 werd geboren, was zijn familie nog maar enkele generaties eerder uit de schaduw van politieke onzekerheid geklommen. Zijn grootvader Gerulf II had de macht in West‑Frisia naar zich toe getrokken na de dood van Godfried de Noorman, en zijn vader Dirk I had de dynastie versterkt door de schenking van Egmond te verkrijgen.
Dirk II erfde dus een groeiende, maar nog altijd kwetsbare macht.
Hij zou degene worden die deze macht consolideerde, uitbreidde en structureel verankerde.
Heer van de kustgebieden
Dirk II trad rond 965 op de voorgrond als feitelijk heerser over West‑Frisia, een uitgestrekt kustgebied dat liep van de Oosterschelde tot het Vlie.
Het bestond uit drie belangrijke gouwen: Masaland, Kinhem (Kennemerland) en Texla (Texel en omgeving)
Hoewel de Utrechtse bisschop formeel leenheer was, lag de werkelijke macht bij Dirk. Hij bestuurde, verdedigde en ontwikkelde het gebied alsof het zijn eigen erfgoed was — en in de praktijk wás het dat ook.
De kuststreek was in deze tijd een dynamisch gebied: handel, ontginning en strategische ligging maakten het aantrekkelijk, maar ook kwetsbaar. Dirk II wist deze uitdagingen te benutten en zijn positie te versterken.
Een strategisch huwelijk met Vlaanderen
De politieke horizon van Dirk II reikte verder dan West‑Frisia.
Zijn huwelijk met Hildegard van Vlaanderen, dochter van Arnulf I van Vlaanderen, verbond hem met een van de machtigste families van de Lage Landen. Vlaanderen was economisch sterk, militair invloedrijk en politiek goed gepositioneerd binnen het West‑Frankische rijk.
Deze alliantie had grote gevolgen.
Dirk werd schoonzoon van Arnulf I van Vlaanderen, een van de meest formidabele graven van zijn tijd.
Hij wist zich op te werpen als graaf van Gent, een positie die zijn prestige en invloed aanzienlijk vergrootte.
De Gerulfingen werden door dit huwelijk opgenomen in de hogere aristocratie van Noordwest‑Europa.
Het was een meesterzet die de dynastie stevig verankerde in de internationale politiek van de 10e eeuw.
De abdij van Egmond: een dynastiek centrum

Dirk II en zijn echtgenote bieden het Evangeliarum aan – Publiek Domein
Dirk II speelde een cruciale rol in de ontwikkeling van de abdij van Egmond, die door zijn vader aan de familie was gekomen. Hij liet de houten kerk vervangen door een stenen gebouw en maakte van Egmond een religieus centrum dat eeuwenlang het hart van de Hollandse dynastie zou blijven.
Waarschijnlijk ter gelegenheid van de wijding van deze kerk schonk hij het Evangeliarium van Egmond, thans een van Nederlands belangrijkste cultuurhistorische voorwerpen uit de vroege middeleeuwen.
Het negende-eeuwse handschrift werd circa 975 door hem verworven en bevat de tekst van de vier evangeliën. Dirk en Hildegard zijn afgebeeld op twee miniaturen, die Dirk voor de gelegenheid aan het boek liet toevoegen.
Egmond werd een spiritueel centrum, een economisch machtsblok en een dynastieke begraafplaats.
Het was ook de plek waar Dirk II uiteindelijk zelf zou sterven en worden bijgezet, op 6 mei 988.
Kinderen die de dynastie verder droegen
Dirk II en Hildegard kregen drie kinderen die elk op hun eigen manier de invloed van de familie uitbreidden:
- Arnulf (951–993)
De oudste zoon, bekend als Arnulf Gandensis, volgde zijn vader op als graaf van West‑Frisia. - Egbert (952–994)
Hij werd aartsbisschop van Trier, een van de belangrijkste kerkelijke posities in het rijk. Zijn carrière toont hoe ver de invloed van de Gerulfingen inmiddels reikte. - Erlindis (953–1012)
Volgens de overlevering werd zij als kind genezen van blindheid, een verhaal dat haar een bijna heilige status gaf in de lokale traditie. Zij werd later abdis van de kloosters in Egmond en Bennebroek.
Deze kinderen belichamen de drie pijlers van middeleeuwse macht: wereldlijk gezag, kerkelijke invloed en religieuze legitimiteit.
Een graaf die zijn tijd vooruit was
Dirk II was geen veroveraar in de klassieke zin, maar een bouwer en versterkte de kustgebieden.
Hij breidde de dynastieke invloed uit via huwelijkspolitiek. Hij ontwikkelde Egmond tot een centrum van macht en cultuur en legde de basis voor een graafschap dat later zou uitgroeien tot het machtige Holland.
Zijn dood in 988 markeerde het einde van een tijdperk, maar zijn nalatenschap leefde voort in de structuur van het graafschap en in de ambities van zijn zoon Arnulf…
________________________________________________________________________________________________________
Arnulf
De graaf die zijn grenzen wilde verleggen

Arnulf door Hendrik van Heessel – Publiek Domein
Toen Arnulf circa 951 in Gent werd geboren, stond zijn familie op het hoogtepunt van haar macht. Zijn vader, Dirk II, had het gezag over West‑Frisia stevig verankerd en via zijn huwelijk met Hildegard van Vlaanderen de Gerulfingen verbonden met de machtige Vlaamse dynastie.
Arnulf groeide dus op in een wereld van politieke invloed, religieuze macht en internationale netwerken.
Zijn leven zou echter laten zien hoe broos die macht kon zijn in een tijd van opstanden, rivaliserende koningen en voortdurende strijd om territorium.
Een jeugd aan het Vlaamse hof
Arnulf bracht zijn jeugd door in Gent, het machtscentrum van zijn moederlijke familie. Zijn bijnaam Gandensis verwijst naar deze afkomst. De Vlaamse connectie gaf hem niet alleen prestige, maar ook een politieke horizon die verder reikte dan West‑Frisia.
In 983 vergezelde hij de Duitse koning Otto II en diens jonge zoon Otto III op hun reis naar Verona en Rome.
Dat hij deel uitmaakte van deze entourage toont zijn aanzien binnen het Ottoonse rijk. Hij bewoog zich in de hoogste kringen van de Europese aristocratie.
Graaf van West‑Frisia en Gent
Toen zijn vader in 988 overleed, erfde Arnulf diens bezittingen en trad hij op als graaf van West‑Frisia.
Daarnaast volgde hij zijn vader op als graaf van Gent, een positie die zijn invloed in het Scheldegebied versterkte.
Zijn graafschap omvatte een uitgestrekt kustgebied tussen de Oosterschelde en het Vlie, maar het was geen rustig bezit. De Friese bevolking had een sterke traditie van autonomie en verzette zich tegen elke vorm van centraal gezag.
Opstanden en hervormingen
Arnulf probeerde zijn macht te versterken door bestuurlijke en economische maatregelen door te voeren. Deze ingrepen waren waarschijnlijk bedoeld om zijn graafschap te moderniseren en beter te integreren in het Ottoonse rijk.
Maar voor de lokale bevolking betekenden ze verlies van traditionele vrijheden.
Het gevolg was een reeks opstanden in West‑Frisia. Arnulf moest voortdurend balanceren tussen zijn rol als vertegenwoordiger van de keizer en de realiteit van een bevolking die weinig voelde voor feodale structuren.
Tussen twee koningen: Otto III en Hugo Capet
Arnulf bevond zich in een geopolitiek spanningsveld. Hij was een trouwe bondgenoot van het Ottoonse huis, net als zijn vader. Maar hij bezat ook Franse leengoederen, waardoor hij formeel onder de Franse koning viel.
Toen Hugo Capet in Frankrijk aan de macht kwam, botste Arnulfs loyaliteit aan de Ottonen met de belangen van de nieuwe Franse dynastie.
Hugo Capet reageerde hard: Hij verwoestte Arnulfs gebieden, en ontnam hem zijn Franse bezittingen.
Deze aanval verzwakte Arnulfs positie aanzienlijk en maakte hem kwetsbaarder in zijn eigen graafschap.
De fatale veldtocht van 993
Ondanks de tegenslagen probeerde Arnulf zijn gezag verder uit te breiden. Hij richtte zijn blik op het noorden, op het gebied tussen de Rekere en het Vlie, waar de West‑Friezen hun autonomie fel verdedigden.
In 993 trok Arnulf met zijn leger dit gebied binnen. Het was een gewaagde onderneming, bedoeld om zijn macht te herstellen en zijn graafschap te verenigen. Maar de veldtocht eindigde in een ramp.
Bij Winkel, in het huidige Noord‑Holland, werd Arnulf omsingeld en verslagen. Hij sneuvelde op 18 september 993 in de strijd — een dramatisch einde voor een graaf die zijn grenzen wilde verleggen.
Een weduwe die het graafschap redde
Arnulf liet een jonge weduwe achter: Lutgardis van Luxemburg, dochter van Siegfried van Luxemburg en Hedwig van Nordgau. Zij stond er alleen voor, met een minderjarige zoon en een graafschap dat op instorten stond.
Met hulp van koning Otto III wist zij het graafschap te behouden voor haar zoon Dirk III. Zonder haar vasthoudendheid was de Gerulfingse dynastie mogelijk al in 993 ten onder gegaan.
Kinderen van Arnulf en Lutgardis
De familie van Arnulf was invloedrijk en goed gepositioneerd:
- Dirk III (982 – 1039)
Zijn opvolger als graaf van West‑Frisia en de man die het graafschap opnieuw zou opbouwen. - Siegfried [Sicco] (985–1030)
Huwde met Thetburga en had bezittingen in Kennemerland. - Adelina (ca. 995–ca. 1045)
Huwde met Boudewijn II van Boulogne en daarna met graaf Engelram I van Ponthieu.
Een graaf met een heiligenstatus
Arnulf werd begraven in de abdij van Egmond, naast zijn voorouders. In de eeuwen daarna groeide zijn graf uit tot een plaats van verering. Hij werd later heilig verklaard, waarschijnlijk vanwege zijn dood in de strijd en zijn rol als verdediger van het christelijke gezag in een woelige tijd…
Dirk III
De graaf die zijn land vormgaf

Dirk III door Hendrik van Heessel – Publiek Domein
Toen Dirk III circa 982 werd geboren, was zijn familie nog maar net hersteld van de dood van zijn vader Arnulf, die in 993 sneuvelde bij Winkel. Zijn moeder, Lutgardis van Luxemburg, wist met steun van koning Otto III het graafschap voor haar jonge zoon te behouden. Dirk groeide dus op in een wereld waarin macht niet vanzelfsprekend was, maar waarin vasthoudendheid en politieke behendigheid essentieel waren.
Hij zou uitgroeien tot een van de meest invloedrijke graven van de 11e eeuw — een man die het landschap van Holland letterlijk en figuurlijk vormgaf.
Een graaf in een groeiend land
Dirk III bestuurde van 993 tot 1039 het gebied dat later bekend zou staan als het graafschap Holland. In zijn tijd werd het nog West‑Frisia genoemd, maar de contouren van het latere Holland begonnen onder zijn bewind zichtbaar te worden.
Zijn macht strekte zich uit over de kustgebieden tussen de Oosterschelde en het Vlie, maar hij was vooral actief in het hart van het latere Holland: Kennemerland, Rijnland en de delta van de Maas.
Ontginning en kolonisatie: de geboorte van Holland
Dirk III was een pionier in de ontginning van moerassen en veengebieden. Hij verpachtte land aan Friese kolonisten die het in cultuur brachten. Dit was revolutionair, want het leverde nieuwe landbouwgrond op en versterkte zijn economische basis. Bovendien trok nieuwe bewoners aan en het vergrootte zijn gezag ten koste van de bisschoppen van Utrecht
Een van zijn belangrijkste projecten was de kolonisatie van de Riederwaard rond 1015, een gebied dat later zou uitgroeien tot een kernregio. Deze ontginningen vormden letterlijk het fundament van het latere Hollandse landschap.
De burcht van Vlaardingen en de tolheffing
Dirk bouwde een burcht in Vlaardingen, waarschijnlijk op de plek waar nu de Grote Kerk staat. Deze burcht lag strategisch aan de monding van de Flarding (de huidige Vlaardingse haven) in de Merwede.
Vanuit deze burcht hief hij tol op passerende kooplieden die tussen Tiel en Engeland voeren. Dit was economisch lucratief, maar politiek explosief, want de kooplieden protesteerden, de bisschop van Utrecht, Adelbold, voelde zich bedreigd. Bovendien werd de Duitse keizer erbij gehaald.
De keizer beval Dirk zijn burcht te ontruimen. Dirk weigerde. Het conflict escaleerde.
De Slag bij Vlaardingen (29 juli 1018): een onverwachte triomf

19e-eeuws schilderij van de slag bij Vlaardingen door Barend Wijnveld – Publiek Domein
De keizer stuurde een leger onder leiding van hertog Godfried de Kinderloze, bestaande uit troepen uit Utrecht, Keulen en Luik. Het doel was duidelijk: Dirk moest worden onderworpen.
Maar het liep anders.
Het leger moest het laatste stuk over land afleggen, door een landschap vol sloten, dijken en moerassen. De troepen raakten vast, moesten terugtrekken en liepen daarbij in een hinderlaag van Dirks mannen.
Een misverstand — iemand riep dat de hertog op de vlucht was — leidde tot paniek. Soldaten sprongen in volle wapenrusting in de rivier, anderen zakten weg in het moeras.
Dirk greep zijn kans en bracht een verpletterende nederlaag toe. Godfried werd gevangengenomen.
Deze overwinning maakte Dirk III in één klap tot een van de machtigste regionale heersers van de Lage Landen. Het was een keerpunt: vanaf dat moment moest de keizer rekening houden met de Hollandse graaf.
De Jeruzalemganger
In de Annalen van Egmond wordt Dirk III aangeduid als Hierosolymita — de Jeruzalemganger. Dit betekent dat hij een pelgrimstocht naar het Heilige Land heeft gemaakt, een onderneming die in zijn tijd gevaarlijk, prestigieus en spiritueel betekenisvol was.
Het gaf zijn dynastie een bijna heilige glans.
Uitbreiding naar het oosten
Dirk III breidde zijn gebied verder uit richting het oosten, ten koste van het bisdom Utrecht.
Hij verwierf onder meer het gebied ten zuidoosten van Alphen en de streek tussen Zwammerdam en Bodegraven
Deze expansie versterkte zijn positie en legde de basis voor het latere kerngebied van Holland.
Huwelijk en familie
Dirk III trouwde met Othelhilde van Saksen, vermoedelijk afkomstig uit het voorname geslacht van de markgraven van de Noordmark. Het huwelijk verbond de Gerulfingen met de Saksische elite.
Ze kregen vijf kinderen:
- Dirk IV
Vanaf 1039 volgde hij zijn vader Dirk III op als graaf over de gebieden die later bekend zouden staan als het graafschap Holland. Hij sneuvelde nabij Dordrecht op 13 januari 1049. Dirk was nog jong, ongehuwd en kinderloos. Hij werd opgevolgd door zijn broer Floris I.
- Floris I — opvolger van Dirk IV
- Bertrada — huwde Diederik II van Katlenburg
- Swanhilde — huwde Emmo van Loon
- Hedwig — huwde Diederik van Este van Wachtendonck
Deze huwelijken verbonden de Hollandse dynastie met invloedrijke families in Duitsland en de Lage Landen.
Laatste jaren en overlijden
Na de dood van keizer Hendrik II in 1024 steunde Dirk III Koenraad II in diens strijd om de troon. Zijn politieke instinct was juist: Koenraad werd keizer, en Dirk behield zijn positie.
Dirk III overleed op 27 mei 1039 en werd begraven in de abdij van Egmond, het dynastieke hart van zijn familie.
Zijn vrouw keerde terug naar Saksen en overleed in 1044 in Quedlinburg.
Een blijvende erfenis
Dirk III was een bouwer, een strateeg en een overlever.
Onder zijn bewind werd het Hollandse landschap ontgonnen. Er ontstond een economische basis voor de latere macht van Holland en werd de onafhankelijkheid tegenover de keizer versterkt. De dynastie kreeg internationale allure. En Vlaardingen werd het toneel van een van de meest verrassende overwinningen uit de middeleeuwse Lage Landen
Hij legde de fundamenten waarop zijn zonen en kleinzonen verder zouden bouwen…
________________________________________________________________________________________________________
Floris I
De graaf die vocht tegen keizers én bisschoppen

Floris I door Hendrik van Heessel – Publiek Domein
Floris I werd rond 1025 geboren als zoon van Dirk III en Othelhilde van Saksen, in een tijd waarin het jonge graafschap West‑Frisia — het latere Holland — nog voortdurend moest vechten voor zijn bestaan. Zijn vader had het gebied uitgebreid, ontgonnen en verdedigd tegen de keizerlijke macht. Floris erfde dus niet alleen een graafschap, maar ook een reeks conflicten die nog lang niet waren opgelost.
Hij zou regeren van 1049 tot 1061, een periode die werd gekenmerkt door strijd, diplomatie, verraad en uiteindelijk een dramatische dood.
Een graaf op de vlucht
Toen Floris in 1049 zijn broer Dirk IV opvolgde, was de situatie explosief.
Dirk IV was gesneuveld in de strijd tegen de keizer en de bisschoppen van Utrecht, Luik en Keulen.
Floris erfde dus een graafschap dat militair onder druk stond en politiek geïsoleerd was.
Hij moest zelfs vluchten in de beginfase van zijn regering. De keizerlijke partij beschouwde hem als een vijand, en de bisschoppen zagen hem als een bedreiging voor hun territoriale ambities.
Maar Floris was vasthoudend. Hij keerde terug, herstelde zijn positie en zette de strijd van zijn familie voort.
Tol op de Merwede: een oud conflict laait opnieuw op
Net als zijn vader Dirk III raakte Floris verwikkeld in een conflict over tolheffing op de Merwede, vermoedelijk bij Vlaardingen. Deze tol was economisch lucratief, maar werd door de keizer en de bisschoppen gezien als een ongeoorloofde inbreuk op hun rechten.
Floris’ vasthoudendheid maakte hem opnieuw tot een doelwit.
Botsing met de bisschoppen en de keizer
Floris probeerde zijn macht uit te breiden in het rivierengebied, vooral richting de Betuwe en de gebieden rond de Maas. Daarmee kwam hij in conflict met bisschop Willem van Cuijk van Utrecht.
De keizerlijke regentes Agnes van Poitou besloot in 1058 dat Floris moest worden “gecorrigeerd”.
Ze gaf een indrukwekkende coalitie opdracht om hem tot de orde te roepen:
- Willem van Cuijk, bisschop van Utrecht
- Hendrik II van Leuven
- Wichard van Gelder
- Anno II, aartsbisschop van Keulen
- Diederik, bisschop van Luik
- Egbert I van Meißen, markgraaf van Friesland
Het was een alliantie die normaal gesproken een regionale graaf zou verpletteren.
Maar Floris was geen gewone graaf.
De Slag bij Oudheusden (1061): list en terrein als wapen
In 1061 troffen de legers elkaar bij Oudheusden. Floris was zwaar in de minderheid, maar hij kende het terrein.
Hij liet het slagveld voorbereiden met valkuilen, verborgen in het gras en de modder.
Toen de vijandelijke troepen oprukten, stortten velen in de kuilen, raakten gewond of werden gedesorganiseerd.
De verwarring was zo groot dat Floris met relatief gemak de slag won.
Het was een meesterlijke combinatie van strategie, kennis van het landschap en lef.
De fatale slag bij Nederhemert (28 juni 1061)
Later dat jaar kwam het tot een tweede confrontatie, ditmaal bij Nederhemert. Floris viel de troepen van Keulen, Brunswijk en Cuijk aan en wist ze aanvankelijk te verjagen. Zijn mannen vierden hun overwinning en rustten in de schaduw van de bomen langs de Maas.
Maar de strijd was nog niet voorbij.
Herman van Cuijk, burggraaf van Utrecht, hergroepeerde zijn troepen en viel de nietsvermoedende Friezen onverwacht aan. De overval was verwoestend, waarbij Floris werd gedood, honderden van zijn mannen sneuvelden.
Het graafschap stond opnieuw op instorten
Floris’ dood op 28 juni 1061 was abrupt, gewelddadig en dramatisch — een passend einde voor een graaf die zijn hele leven in conflict had gestaan.
Huwelijk en kinderen
Floris was gehuwd met Geertruida van Saksen, dochter van Bernhard II van Saksen en Eilika van Schweinfurt.
Dit huwelijk verbond de Hollandse dynastie met de Saksische adel, een belangrijke steunpilaar in het Heilige Roomse Rijk.
Ze kregen vier kinderen:
- Dirk V (1054–1091)
Zijn opvolger, aanvankelijk onder regentschap van zijn moeder. - Floris
Jong overleden in Luik, mogelijk tijdens zijn opvoeding. - Bertha van Holland (ca. 1058–1094)
Gehuwd met Filips I van Frankrijk, waarmee de Hollandse dynastie een koninklijke alliantie kreeg. - Adelheid (1045–1085)
Gehuwd met Boudewijn I van Guînes.
Geertruida speelde na Floris’ dood een cruciale rol in het behoud van het graafschap voor haar zoon Dirk V.
Een graaf tussen twee werelden
Floris I leefde in een tijd waarin het graafschap West‑Frisia nog geen vanzelfsprekende macht was. Hij moest vechten tegen de keizer, de bisschoppen en rivaliserende edelen.
Bovendien had hij geografische beperkingen van een drassig, moeilijk te verdedigen land.
Toch wist hij zijn positie te behouden, zijn gebied uit te breiden en zijn dynastie te versterken.
Zijn dood was tragisch, maar zijn nalatenschap leefde voort in zijn kinderen — en vooral in Dirk V, die het werk van zijn vader zou voortzetten…
________________________________________________________________________________________________________
Dirk V
De jonge graaf die zijn graafschap heroverde

Dirk V door Cornelis Visscher 1650 – Rijks Museum
Toen Dirk V in 1054 werd geboren, was zijn familie verwikkeld in een voortdurende strijd met de keizer en de bisschoppen van Utrecht. Zijn vader, Floris I, sneuvelde in 1061 bij Nederhemert, in een hinderlaag die het graafschap op de rand van de ondergang bracht. Dirk was toen nog een kind. Zijn moeder, Geertruida van Saksen, moest als regentes het graafschap zien te behouden in een vijandige politieke omgeving.
Dirk V zou opgroeien in een wereld waarin niets vanzelfsprekend was — en waarin hij uiteindelijk zijn land stukje bij beetje moest terugveroveren.
Een minderjarige graaf in een vijandige wereld
Na de dood van Floris I greep bisschop Willem I van Utrecht onmiddellijk zijn kans. Hij annexeerde Kennemerland en Rijnland.
Deze annexatie werd formeel bevestigd door keizerin Agnes van Poitou, die als regentes van het Heilige Roomse Rijk de belangen van de bisschoppen steunde. Voor Dirk bleef slechts een versnipperd graafschap over: de meest noordelijke en zuidelijke delen van het latere Holland.
Het leek alsof de Gerulfingen hun macht voorgoed kwijt waren.
Een strategisch huwelijk: Geertruida en Robrecht de Fries
Geertruida besefte dat haar zoon een sterke bondgenoot nodig had. In 1063 hertrouwde zij met Robrecht I van Vlaanderen, de broer van graaf Boudewijn VI. Robrecht gaf zijn aanspraken op Vlaanderen op en richtte zich volledig op zijn nieuwe Friese belangen.
In Vlaanderen kreeg hij de bijnaam “de Fries” — een verwijzing naar zijn rol als beschermer van Dirk en diens graafschap.
Dirk ontving als apanage (erfdeel) Vlaanderen ten oosten van de Schelde en de eilanden ten westen van de Schelde, waaronder Walcheren.
Deze gebieden gaven hem inkomsten, prestige en een machtsbasis buiten Holland.
De herovering van Kennemerland en Rijnland
Robrecht en Boudewijn voerden een reeks militaire campagnes om de verloren gebieden terug te winnen. Ze slaagden erin Kennemerland en Rijnland te heroveren, maar de keizerlijke partij gaf niet op.
Keizer Hendrik IV gaf hertog Godfried III van Neder-Lotharingen opdracht om de bisschop van Utrecht te verdedigen. Godfried was een gevreesd militair leider, maar zijn leven eindigde op bizarre wijze: op 26 februari 1076 werd hij in Delft of Vlaardingen vermoord — volgens de overlevering terwijl hij zijn behoefte deed, van onderen dodelijk gestoken.
Zijn dood verzwakte de keizerlijke positie aanzienlijk.
En toen overleed ook bisschop Willem van Utrecht, de grote tegenstander van de Hollandse graven.
De beslissende slag: het kasteel van IJsselmonde
Dirk greep zijn kans. Met een Vlaams leger trok hij op tegen de nieuwe bisschop, Koenraad, die zich verschanste in het kasteel van IJsselmonde.
De strijd was fel, maar Dirk wist het kasteel te veroveren. Koenraad had geen keuze meer: hij sloot vrede en gaf Rijnland en Kennemerland terug aan Dirk.
Voor het eerst sinds de dood van zijn vader was het graafschap weer min of meer hersteld.
Huwelijk en kinderen
Dirk V trouwde met Othilde uit Saksen (ca. 1065 – 1120), een vrouw uit een voornaam Saksisch geslacht. Hun huwelijk versterkte de banden met de Duitse adel, een belangrijke factor in de machtsbalans van de Lage Landen.
Ze kregen twee kinderen:
- Floris II (ca. 1085 – 1122)
Zijn opvolger en de eerste graaf die zich officieel “graaf van Holland” noemde. - Mathilde
Over wie weinig bekend is.
Laatste jaren en overlijden
Dirk V bleef tot zijn dood in 1091 graaf van het herstelde gebied. Zijn regering was geen periode van grote expansie, maar van herstel, consolidatie en diplomatie. Hij had het graafschap teruggewonnen uit een bijna hopeloze situatie — een prestatie die zijn dynastie veiligstelde voor de volgende generaties.
Hij overleed op 17 juli 1091, waarschijnlijk in vrede, en liet een graafschap achter dat sterker was dan het ooit onder zijn vader was geweest…
________________________________________________________________________________________________________
Floris II
De eerste graaf van Holland

Floris II van Holland door Cornelis Visscher 1650 – RijksMuseum
Toen Floris II rond 1085 werd geboren, was het graafschap van zijn vader Dirk V nog herstellende van decennia van oorlog, annexaties en heroveringen. De Gerulfingen hadden hun land teruggewonnen, maar het moest nog worden gestabiliseerd en opnieuw vormgegeven. Floris zou de graaf worden die deze overgang voltooide — en die voor het eerst de titel “graaf van Holland” zou dragen.
Zijn bijnaam, de Vette of de Dikke, verwijst waarschijnlijk niet naar zijn postuur, maar naar zijn rijkdom. En rijk werd hij inderdaad.
De eerste ‘graaf van Holland’
Tot Floris II spraken de graven van zijn familie over hun gebied als Frisia of West‑Frisia.
Maar in de oorkonden van Floris verschijnt voor het eerst de titel: “Florentius comes de Hollant.”
Dit was geen toevallige verandering. Het weerspiegelde de groeiende eenheid van het gebied, de verschuiving van Friese naar Hollandse identiteit en de erkenning van zijn macht door de bisschop van Utrecht.
Floris II is daarmee de eerste officiële graaf van Holland.
Verzoening met de bisschop van Utrecht
Zijn vader en grootvader hadden voortdurend gevochten met de bisschoppen van Utrecht.
Floris koos een andere koers. In 1101 erkende hij bisschop Burchard van Utrecht als zijn leenheer. In ruil daarvoor ontving hij het Rijnland als leen en de titel graaf van Holland.
Deze verzoening gaf hem politieke stabiliteit en ruimte om zijn graafschap economisch te ontwikkelen.
Huwelijk met Petronella van Lotharingen
Omstreeks 1108 trouwde Floris met Petronella, dochter van Diederik II van Opper‑Lotharingen en halfzus van de latere koning Lotharius III.
Dit huwelijk verbond Holland met de hoogste Duitse adel, gaf Floris prestige binnen het Heilige Roomse Rijk en versterkte zijn positie tegenover Utrecht en Vlaanderen
Petronella zou later een belangrijke rol spelen als regentes voor hun zoon Dirk VI.
Rijkdom door ontginning en tolheffing
Floris II was een bestuurder met een scherp oog voor economische kansen. Zijn rijkdom kwam vooral uit twee bronnen:
1. Ontginning van veengebieden
In het Rijnland lagen uitgestrekte veengebieden die onder zijn bewind werden ontgonnen. Door deze gronden te verpachten:
- ontstonden nieuwe dorpen
- groeide de landbouwproductie
- stegen de inkomsten uit pacht en belasting
Deze ontginningen vormden de basis van het Hollandse landschap zoals we dat nu kennen.
2. Tolheffing op de grote rivieren
Bij Vlaardingen, waar de Lek, Waal en Maas samenstroomden, hief Floris tol op passerende schepen.
Dit was een goudmijn. De handel tussen Engeland, Vlaanderen, Keulen en het Duitse binnenland liep dwars door zijn gebied.
Zijn bijnaam de Vette verwijst waarschijnlijk naar deze economische voorspoed.
Kerken van tufsteen
Floris investeerde in de kerkelijke infrastructuur van zijn graafschap. Hij liet verschillende houten kerken vervangen door tufstenen kerken, een teken van rijkdom, stabiliteit en groeiende Hollandse identiteit
Deze kerken vormden de eerste stenen monumenten van het jonge Holland.
Kinderen van Floris II en Petronella
Het echtpaar kreeg vier kinderen die elk een rol speelden in de dynastieke geschiedenis:
- Dirk VI (ca. 1114–1157)
Zijn opvolger, aanvankelijk onder regentschap van Petronella. - Floris de Zwarte (ca. 1115–1133)
Een tragische figuur die tweemaal in opstand kwam tegen zijn broer. Hij werd in 1133 bij Utrecht vermoord. - Simon
Kanunnik te Utrecht, vertegenwoordiger van de kerkelijke tak van de familie. - Hedwig († 1132)
Trad in als non.
Daarnaast had Floris een buitenechtelijke dochter:
- Hadewijch Florisdr
Gehuwd met Hugo III van Voorne.
Overlijden en nalatenschap
Floris II overleed op 2 maart 1122. Zijn dood markeerde het einde van een periode van stabiliteit en groei. Hij liet een graafschap achter dat economisch bloeide, bestuurlijk was versterkt, een nieuwe naam en identiteit had gekregen en stevig was verankerd in de Europese aristocratie
Met Floris II begint het echte verhaal van Holland als politieke eenheid…
________________________________________________________________________________________________________
Dirk VI
De graaf die Holland stabiliseerde en verbond met Europa

Dirk VI van Holland door Cornelis Visscher 1650 – Rijks Museum
Toen Dirk VI omstreeks 1114 werd geboren, was Holland nog maar net een naam. Zijn vader, Floris II, had als eerste graaf de titel comes de Hollant gedragen en het graafschap economisch versterkt door ontginningen en tolheffing. Zijn moeder, Petronella van Lotharingen, was een halfzus van de latere koning Lotharius III en een vrouw met aanzienlijke politieke invloed.
Dirk groeide dus op in een wereld waarin Holland niet langer een periferie was, maar een opkomende macht in de Lage Landen.
Een graaf onder voogdij
Toen Floris II in 1122 overleed, was Dirk nog minderjarig. Zijn moeder Petronella trad op als regentes — en dat deed ze met kracht. Zij was een vrouw van hoge geboorte, politiek ervaren en niet bang om haar positie te verdedigen. Onder haar regentschap bleef Holland stabiel, ondanks interne spanningen en de voortdurende rivaliteit met de bisschoppen van Utrecht.
Pas later, toen Dirk volwassen werd, nam hij het bestuur volledig over.
Huwelijk met Sophia van Rheineck: een strategische alliantie
Omstreeks 1125 trouwde Dirk met Sophia van Rheineck, dochter van Otto van Rheineck en Geertruid van Northausen. Dit huwelijk bracht een belangrijke erfenis met zich mee:
- het graafschap Bentheim
Door Sophia’s afkomst kwamen de Hollandse graven in het bezit van dit Duitse graafschap, wat hun invloed oostwaarts uitbreidde. Het was een dynastieke zet die de Gerulfingen stevig verankerde in de aristocratie van het Heilige Roomse Rijk.
Sophia zou Dirk ruim negentien jaar overleven en overleed in 1176, tijdens een pelgrimstocht naar Jeruzalem — een echo van de pelgrimstraditie die al bij Dirk III zichtbaar was.
Een graaf tussen kerk en keizer
Dirk VI regeerde in een tijd waarin de machtsverhoudingen in Europa verschoven. De investituurstrijd tussen paus en keizer had de politieke kaarten opnieuw geschud, en regionale machthebbers moesten hun positie zorgvuldig bepalen.
Dirk wist de relatie met de bisschoppen van Utrecht beheersbaar te houden, zijn graafschap economisch te versterken en zijn dynastie via huwelijken en kerkelijke benoemingen te verbinden met de hogere adel
Zijn regering was minder spectaculair dan die van zijn voorouders, maar wel stabieler — en dat was precies wat Holland nodig had.
Kinderen die Europa zouden beïnvloeden
Dirk VI en Sophia kregen een groot gezin, waarvan de leden een indrukwekkende rol speelden in zowel wereldlijke als kerkelijke macht:
- Dirk Pelgrim (ca. 1138 – 1151)
Hij is geboren tijdens een pelgrimage van zijn ouders naar Het Heilige Land.
- Floris III (ca. 1140–1190)
Opvolger, een van de belangrijkste graven van de 12e eeuw. - Otto van Bentheim (ca. 1140–1208/09)
Graaf van Bentheim en stamvader van het Huis Bentheim. Via hem loopt de lijn naar Zijne Doorluchtige Hoogheid G.V.K.J. Prinz zu Bentheim und Steinfurt, gouverneur van de Orde van Sint Jacob in Holland — een prachtige genealogische verbinding. - Boudewijn († 1196)
Bisschop van Utrecht, een positie die de invloed van Holland in de kerk versterkte. - Dirk († 1197)
Eveneens bisschop van Utrecht — twee broers die elkaar opvolgden in een van de machtigste kerkelijke zetels van de Lage Landen. - Sophia († na 1202)
Abdis van Rijnsburg, een klooster dat nauw verbonden was met de Hollandse dynastie. - Hadewig († 28 augustus 1167)
Non te Rijnsburg. - Geertruid († 13 augustus)
Over wie weinig bekend is. - Petronilla († 5 december)
Verbonden aan het kloosterleven.
Deze kinderen laten zien hoe de Gerulfingen hun macht spreidden: via wereldlijke heerschappij, kerkelijke invloed en religieuze instellingen.
Laatste jaren en overlijden
Dirk VI overleed op 5 augustus 1157, bij Utrecht. Zijn dood markeerde het einde van een periode van consolidatie en diplomatie. Hij liet een graafschap achter dat economisch stabiel was, dynastiek sterk verbonden was met Duitsland, kerkelijk invloedrijk was en klaar was voor verdere expansie onder Floris III.
Zijn vrouw Sophia zou hem bijna twintig jaar overleven en haar leven afsluiten in het Heilige Land — een passend einde voor een vrouw uit een dynastie die pelgrimage en politiek met elkaar wist te verbinden…
Floris III van Holland
De graaf die Holland op de Europese kaart zette

Floris III van Holland door Cornelis Visscher 1650 – Rijks Museum
Floris III werd rond 1140 geboren als zoon van Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. Hij groeide op in een graafschap dat zich langzaam maar zeker ontwikkelde van een regionale macht tot een speler in de internationale politiek. Toen hij in 1157 zijn vader opvolgde, erfde hij een land dat economisch groeide, maar politiek kwetsbaar bleef — vooral door de voortdurende spanningen met de West‑Friezen, de bisschoppen van Utrecht en de machtige graven van Vlaanderen.
Floris zou van Holland een graafschap maken dat niet alleen regionaal, maar ook op rijksniveau meetelde.
Oorlog en onderhandeling met de West‑Friezen
Vanaf 1161 raakte Floris verwikkeld in een slepende strijd met de West‑Friezen, die hun autonomie fel verdedigden.
De strijd was hard en wederzijds verwoestend, de West‑Friezen verwoestten Alkmaar twee keer en Floris sloeg terug door Schagen, Winkel en Niedorp te plunderen.
De oorlog duurde meer dan twintig jaar. Pas in 1184, toen Floris zelfs Texel en Wieringen wist te veroveren, gaven de West‑Friezen zich gewonnen. De vrede was zwaar, de West-Friezen moesten 4000 zilveren marken betalen — een astronomisch bedrag.
Deze overwinning verstevigde de Hollandse macht in het noorden en legde de basis voor latere integratie van West‑Friesland.
Conflict met Utrecht: de dam bij Zwammerdam
In 1165 botste Floris met bisschop Godfried van Utrecht over de aanleg van een dam in de Oude Rijn bij Zwammerdam. De dam was bedoeld om waterbeheer en scheepvaart te verbeteren, maar de bisschop zag het als een inbreuk op zijn rechten. Daarbovenop claimde Utrecht heerschappij over West‑Friesland.
Keizer Frederik I Barbarossa moest eraan te pas komen. In Utrecht besliste hij dat gezag en inkomsten van West‑Friesland tussen graaf en bisschop moesten worden verdeeld.
Het was een compromis, maar wel een erkenning dat Floris een onmisbare machtsfactor was.
De tol van Geervliet en de Vlaamse dreiging
In het zuiden probeerde Floris zijn inkomsten te vergroten door een tol in te stellen bij Geervliet, gericht op de lucratieve scheepvaart tussen Vlaanderen en de Rijn.
Graaf Filips van de Elzas van Vlaanderen zag dit als een directe aanval op zijn handelsbelangen.
De spanningen liepen op. Floris hief de tol op onder druk, maar in 1166 stelde hij de tol opnieuw in.
Filips trok met een leger naar het noorden en Floris werd gevangengenomen.
In 1167 moest Floris het Verdrag van Brugge tekenen: De tol werd opgeheven en Vlaanderen kreeg opperheerschappij over Zeeland
Het was een pijnlijke nederlaag, maar Floris zou later revanche krijgen via de keizer.
Bondgenoot van keizer Frederik Barbarossa
Op rijksniveau was Floris een trouwe bondgenoot van Frederik I Barbarossa, een van de machtigste keizers van de middeleeuwen. Floris nam in 1158 en van 1176 tot 1178 deel aan diens Italiaanse veldtochten:
Zijn loyaliteit werd rijkelijk beloond. In 1177 werd Floris werd verheven tot rijksvorst, zijn broer Boudewijn werd in 1178 bisschop van Utrecht en de keizer gaf in 1179 definitieve goedkeuring aan de tol van Geervliet
Deze erkenningen maakten Floris tot een van de invloedrijkste vorsten in de Lage Landen.
De Derde Kruistocht
In 1189 sloot Floris zich aan bij de Derde Kruistocht, onder leiding van keizer Frederik Barbarossa. Floris was een van de aanvoerders van het keizerlijke leger.
Tijdens deze tocht, op 11 augustus 1190, overleed hij — aan een besmettelijke ziekte — op weg door Klein-Azië. Hij werd begraven voor het koor in de Petruskerk van Antiochië, niet ver van de plek waar kort daarvoor Frederik Barbarossa ter aarde was besteld.
Huwelijk met Ada van Schotland
Op 28 september 1162 trouwde Floris met Ada van Schotland, dochter van Hendrik van Schotland en zuster van koning Malcolm IV. Dit huwelijk, verbond Holland met het Schotse koningshuis, het gaf Floris internationale prestige versterkte zijn positie tegenover Vlaanderen en Utrecht.
Floris zou zijn wapen hebben gebaseerd op het wapen van Schotland.
Ada speelde later een belangrijke rol als moeder van een grote en invloedrijke dynastie.
Kinderen van Floris III en Ada van Schotland
Het echtpaar kreeg een omvangrijk nageslacht, dat zich verspreidde over Europa:
- Dirk VII († 1203) Opvolger; gehuwd met Aleid van Kleef; vader van Ada van Holland.
- Mechteld (1167–…) Gehuwd met Arnold van Berg‑Altena.
- Willem I (1168–1222) Verwierf het graafschap door opstand tegen zijn nicht Ada; later een van de machtigste Hollandse graven.
- Floris Geestelijke.
- Hendrik Over hem is weinig bekend.
- Boudewijn († 1204) Mogelijk actief in de hofkringen van zijn tijd.
- Robert Over hem is weinig bekend.
- Beatrijs Speelde een rol in de dynastieke netwerken.
- Elisabeth († 27 augustus, jaar onbekend)
- Ada Gehuwd met Otto II van Brandenburg.
- Margaretha († na 1203) Gehuwd met Diederik V van Kleef.
- Hedwig († 13 juli, jaar onbekend) Begraven te Haarlem.
- Agnes († 1228) Abdis van de abdij van Rijnsburg.
Deze kinderen verbonden Holland met Schotland, Brandenburg, Kleef, Berg‑Altena en de kerkelijke wereld — een indrukwekkend netwerk.
Een graaf met een blijvende erfenis
Floris III was een krijgsheer in West‑Friesland een diplomaat tegenover Utrecht. Hij was een rivaal van Vlaanderen, bondgenoot van de keizer en een kruisvaarder in het Heilige Land.
Onder zijn bewind werd Holland militair sterker, economisch rijker, internationaal invloedrijker en dynastiek beter verbonden dan ooit tevoren.
Zijn dood tijdens de Derde Kruistocht gaf zijn leven een bijna epische afronding…
Willem I van Holland
De graaf die Holland heroverde en herenigde

Willem I van Holland door Adriaen Matham 1620 – Rijks Museum
Willem I, tweede zoon van Floris III en Ada van Schotland, werd rond 1175 geboren in een dynastie die steeds internationaler werd. Zijn moeder stamde uit het Schotse koningshuis, en Willem bracht een groot deel van zijn jeugd door in Schotland, waar hij werd opgevoed aan het hof van zijn verwanten. Deze achtergrond gaf hem een bredere blik dan veel van zijn tijdgenoten — en een netwerk dat later van groot nut zou blijken.
De Derde Kruistocht
In 1189 vergezelde Willem zijn vader op de Derde Kruistocht. Zijn vader Floris III overleed in 1190 tijdens de tocht.
Pas in 1191 keerde hij terug naar Holland, waar zijn oudere broer Dirk VII inmiddels graaf was. De verhoudingen tussen de broers waren slecht — en zouden snel escaleren.
Broedertwist en de strijd om Midden‑Friesland
Willem raakte in conflict met Dirk VII en zocht steun bij de opstandige Friezen. Omdat Dirk op dat moment niet in het land was, stuurde hij zijn vrouw Aleid van Kleef met een leger naar West‑Friesland. In 1195 kwam het tot een treffen tussen Aleid en Willem.
Aleid won de strijd door de leiders van Niedorp en Winkel om te kopen. Uiteindelijk werd de ruzie bijgelegd en kreeg Willem het bestuur over Midden‑Friesland.
Maar de vrede was van korte duur.
De Kuinderburcht en nieuwe conflicten
In Midden‑Friesland voerde Hendrik de Kraan, heer van Kuinre, plundertochten uit. Willem sloeg hard terug en vernietigde de Kuinderburcht. Maar Hendrik was leenman van Dirk van Holland, bisschop van Utrecht — en oom van Willem én Dirk VII.
Dirk VII koos de kant van zijn oom en liet Willem door Hendrik gevangennemen. Willem wist echter te ontsnappen en vluchtte naar Otto I van Gelre, een tegenstander van Dirk VII.
In 1197 trouwde Willem in Stavoren met Aleid van Gelre, de dochter van zijn gastheer. Dit huwelijk gaf hem een nieuwe machtsbasis.
De dood van Dirk VII en het uitbreken van de Loonse Oorlog
Toen Dirk VII in 1203 overleed, liet hij slechts één erfgenaam na: zijn dochter Ada. Haar moeder Aleid liet haar onmiddellijk trouwen met Lodewijk II van Loon, om zo de opvolging veilig te stellen.
Maar Willem maakte óók aanspraak op het graafschap. Het gevolg was de Loonse Oorlog (1203–1206), een van de meest chaotische successieoorlogen uit de Hollandse geschiedenis.
Aanvankelijk was Willem aan de winnende hand.
Willem nam Ada gevangen en verdreef Lodewijk en Aleid uit Holland. Hij stuurde Ada naar koning Jan zonder Land van Engeland, “ter bewaring”. Het was een gedurfde zet die zijn internationale connecties onderstreepte.
Echter, in 1204 sloot Lodewijk een machtig bondgenootschap met de bisschoppen van Utrecht en Luik, de graven van Vlaanderen, Namen, Ahr en Berg. Met deze steun heroverde hij bijna het hele graafschap.
Maar het bondgenootschap hield geen stand.
In 1205–1206 won Willem zijn gebieden stukje bij beetje terug. Uiteindelijk werd in 1206 een verdelingsverdrag gesloten.
Willem kreeg een bedrag uit de tol van Geervliet, enkele eilanden van Zeeland beoosten Schelde en een deel van Holland, met name de zuidelijke Grote Waard en Lodewijk kreeg het noordelijk deel van Holland. De Maas vormde vermoedelijk de grens
In de praktijk bleek Willem de sterkste. Lodewijk ondernam geen nieuwe pogingen om Holland te heroveren.
Erkenning als graaf van geheel Holland
In 1213 erkende keizer Otto IV van Brunswijk Willem officieel als graaf van geheel Holland. Daarmee was de Loonse Oorlog definitief beslecht en was Willem de onbetwiste heerser.
Huwelijken en kinderen
Zijn eerste huwelijk in 1197 was met Aleid van Gelre, zij kregen samen vijf kinderen:
- Ada (1208–1258) — abdis van Rijnsburg
- Floris IV (1210–1234) — zijn opvolger
- Willem (1212–1238) — stierf tijdens een toernooi
- Otto (1214–1249) — bisschop van Utrecht
- Ricardis (1216–1262) — gehuwd met Florens II Herbarensz van der Woerdt
Willem huwde voor een tweede maal in juli 1220 met Maria van Brabant.
Maria was de weduwe van keizer Otto IV. Het huwelijk bleef kinderloos, maar gaf Willem aanzienlijke prestige.
Met Jutta van Pumbeke had Willem een buitenechtelijke dochter:
- Jutta van Holland (ca. 1219–1270) — gehuwd met Nicolaas I van Borselen
Overlijden en nalatenschap
Willem I overleed op 4 februari 1222. Hij liet een graafschap achter dat politiek herenigd was en sterker was dan ooit.
Hij was dynastiek verbonden met Gelre, Brabant, Engeland en Schotland en klaar was voor verdere expansie onder Floris IV.
Zijn leven was een aaneenschakeling van strijd, diplomatie en strategische allianties — en hij kwam er telkens sterker uit…
________________________________________________________________________________________________________
Floris IV van Holland
De jonge graaf met grote ambities — en een tragisch einde

Floris IV van Holland door Adriaen Matham 1620 – Rijks Museum
Floris IV werd op 24 juni 1210 geboren als zoon van Willem I van Holland en Aleid van Gelre, in een periode waarin het graafschap Holland net was hersteld van de Loonse Oorlog. Zijn vader had het land herenigd en politiek veiliggesteld, waardoor Floris opgroeide in een relatief stabiel, maar ambitieus graafschap.
Hij zou echter maar 24 jaar oud worden — en toch wist hij in die korte tijd zijn dynastie verder uit te bouwen en Holland steviger op de kaart te zetten.
Een jeugd onder voogdij
Toen Willem I in 1222 overleed, was Floris pas twaalf jaar oud. De eerste maanden stond hij onder voogdij van graaf Boudewijn van Bentheim, een verwant die de belangen van de jonge graaf moest beschermen. Op zijn twaalfde verjaardag werd Floris meerderjarig verklaard — uitzonderlijk jong, maar niet ongebruikelijk voor een erfgenaam van zijn rang.
Vanaf dat moment bestuurde hij Holland zelfstandig.
Een dynastiek huwelijk met Brabant
Het huwelijk van Floris was al in 1214 voorbereid door zijn vader en hertog Hendrik I van Brabant. De overeenkomst bepaalde dat Willem I jaarlijks 500 Hollandse ponden zou betalen aan Hendriks dochter Machteld van Brabant, als onderdeel van de bruidsschat. De inkomsten kwamen onder meer uit de Riederwaard, een van de economisch waardevolle gebieden van Holland.
Het huwelijk werd voltrokken op 6 december 1224 in Antwerpen. Machteld was eerder weduwe van Hendrik VI van Brunswijk, wat haar aanzien binnen de Duitse adel nog vergrootte. Door dit huwelijk werd Holland verbonden met een van de machtigste vorstenhuizen van de Lage Landen.
Territoriale uitbreiding: het Land van Altena
Floris IV zette de expansiepolitiek van zijn vader voort. Hij wist het Land van Altena aan zijn gebied toe te voegen, een strategisch belangrijk gebied tussen Maas en Merwede. Hiermee versterkte hij de Hollandse invloed in het rivierengebied en legde hij de basis voor verdere groei in de 13e eeuw.
Militaire campagnes: Drenthe en de Stedingers
Floris nam deel aan twee grote militaire expedities:
De expeditie tegen Drenthe (1227) eindigde in de slag bij Ane, waar de bisschoppelijke troepen van Utrecht een zware nederlaag leden tegen de Drentse boeren onder leiding van Rudolf van Coevorden. Floris was aanwezig, maar de expeditie mislukte volledig.
De tweede expeditie was de oorlog tegen de Stedingers in 1234.
De Stedingers, vrije boeren in het gebied tussen Weser en Hunte, kwamen in conflict met de bisschop van Bremen. Floris sloot zich bij de bisschop aan.
Een dramatische dood in Corbie
Op 19 juli 1234 nam Floris deel aan een toernooi in Corbie, in Noord-Frankrijk. Tijdens dit toernooi kwam hij om het leven. De officiële lezing spreekt van een ongeluk, maar volgens een romantische overlevering maakte Floris grote indruk op Mathilde II van Boulogne die hem een liefdesbrief stuurde; haar man Filips Hurepel, die ook deelnam aan het toernooi, kon dit niet over zijn kant laten gaan en stak Floris dood.
Floris werd begraven in de abdij van Rijnsburg, het dynastieke klooster van de Hollandse graven.
Kinderen van Floris IV en Machteld van Brabant
Ondanks zijn korte leven liet Floris een indrukwekkend nageslacht achter:
- Willem II (1227-1256) Zijn opvolger, later Rooms-Duits koning en een van de machtigste vorsten van zijn tijd.
- Floris de Voogd (1228-1258) Regent van Holland tijdens de minderjarigheid van zijn neef Floris V.
- Aleid van Holland (1228-1284); Gehuwd met Jan van Avesnes; later regentes van Holland.
- Margaretha (1234–1276); Gehuwd met Hermann I von Henneberg-Coburg.
- Hendrik; Over hem is weinig bekend.
- Machteld; Eveneens weinig gedocumenteerd.
Deze kinderen zouden een cruciale rol spelen in de turbulente decennia na Floris’ dood.
Een korte maar invloedrijke regering
Floris IV regeerde slechts twaalf jaar, maar zijn impact was groot.
Hij breidde het grondgebied uit, versterkte de banden met Brabant, nam deel aan internationale militaire campagnes en liet een dynastie achter die zou uitgroeien tot een van de machtigste van Noordwest‑Europa.
Zijn dood op jonge leeftijd maakte hem tot een bijna mythische figuur — een graaf die veelbelovend was, maar wiens leven abrupt werd afgebroken…
Willem II van Holland
De graaf die koning werd — en stierf in het Friese ijs
Willem II werd in februari 1227 geboren als zoon van Floris IV van Holland en Machteld van Brabant.
Hij was nog maar zeven jaar oud toen zijn vader in 1234 tijdens een toernooi in Corbie om het leven kwam.
Daarmee werd Willem op jonge leeftijd graaf van Holland en Zeeland — een zware taak voor een kind, maar zijn familie stond klaar.
Een jeugd onder regentschap
Na de dood van Floris IV namen twee ooms de regentschap op zich:
- Willem, broer van Floris IV
- Otto, eveneens een broer, en later bisschop van Utrecht
Zij bestuurden het graafschap totdat Willem oud genoeg was om zelf de macht te dragen. In deze periode werd de basis gelegd voor zijn latere ambities.
Bondgenootschappen en de opkomst van ‘s-Gravenhage
Als graaf van Holland vormde Willem een sterk bondgenootschap met Brabant tegen Vlaanderen, een van de machtigste staten in de Lage Landen.
In 1247 verpandde hij Nijmegen aan de graaf van Gelre — een pand dat nooit werd ingelost, waardoor Nijmegen definitief Gelders werd.
Willem nam ook een besluit dat de geschiedenis van Nederland blijvend zou veranderen: hij liet zijn hoeve in Haga ombouwen tot een kasteel. Dit werd het bestuurlijke centrum van zijn graafschap — het begin van ‘s-Gravenhage als residentie.
Dijkenbouw en stedelijke ontwikkeling
Willem was een bestuurder met visie. Rond 1250 gaf hij opdracht tot de aanleg van het westelijke deel van de Schielands Hoge Zeedijk, een cruciale waterkering die liep van Schiedam via Kralingen, Capelle aan den IJssel, Nieuwerkerk en Moordrecht naar de Gouwe bij Gouda.
Na zijn dood voltooide zijn zuster Aleid van Holland het project.
Daarnaast gaf Willem stadsrechten aan Haarlem (1245), Delft (1246), ’s‑Gravenzande (1246) en Alkmaar (1254).
En hij bevestigde en breidde de stadsrechten uit van Zierikzee (1248) en Middelburg (1254).
Onder zijn bewind begon Holland zich te ontwikkelen tot een netwerk van steden — een fundament voor de latere economische bloei.
De weg naar de koningskroon
Na de dood van tegenkoning Hendrik Raspe in 1247 was Hendrik II van Brabant de voornaamste kandidaat om hem op te volgen. Hendrik weigerde, maar stelde zijn jonge neef Willem voor.
Op 3 oktober 1247, slechts twintig jaar oud, werd Willem door de aartsbisschoppen van Keulen, Mainz en Trier uitgeroepen tot koning van Duitsland. Zijn verkiezing werd gesteund door Paus Innocentius IV.
Willem veroverde in 1248 Kaiserswerth, Dortmund en Aken.
Op 1 november 1248 werd hij in Aken gekroond.
Hij was daarmee tegenkoning van Koenraad IV, zoon van keizer Frederik II, die al in 1237 tot koning was gekozen.
Een beperkte, maar groeiende macht
Willems macht was aanvankelijk beperkt tot het Rijnland en Zwaben.
Maar dankzij pauselijke diplomatie kreeg hij in 1252 steun van Noord-Duitse vorsten en steden. Dit werd bezegeld door zijn huwelijk met Elisabeth van Brunswijk, dochter van hertog Otto I van Brunswijk.
Belangrijke afspraken:
- Brandenburg kreeg zeggenschap over Lübeck
- Saksen kreeg het recht om bisschoppen te benoemen in Lübeck, Ratzeburg en Schwerin
- Brunswijk, Brandenburg en Saksen erkenden Willem formeel als koning
Toch verloor Willem later dat jaar de steun van de aartsbisschoppen van Mainz en Trier, waardoor zijn positie opnieuw wankelde.
Zeeland en de Slag bij Westkapelle (1253)
De graven van Holland hielden Zeeland in leen van Vlaanderen, dat het op zijn beurt in leen hield van de Duitse koning. Als koning gebruikte Willem deze constructie om Zeeland aan Vlaanderen te onttrekken.
Dit leidde in 1253 tot de Slag bij Westkapelle, waarin Vlaanderen werd verslagen door een bondgenootschap van Holland, Brabant en Henegouwen.
De gevolgen waren groot:
- Margaretha II van Vlaanderen droeg haar aanspraken op Henegouwen over aan Karel van Anjou
- Willem steunde zijn zwager Jan van Avesnes
- In 1254 werd een regeling getroffen met Lodewijk IX van Frankrijk die Jan van Avesnes Henegouwen liet behouden
Ondertussen probeerde de aartsbisschop van Keulen een nieuwe tegenkoning te vinden in Ottokar II van Bohemen.

Willem II van Holland door de West-Friezen gedood door Jan Luyken 1698 – Rijks Museum
De oorlog tegen de West-Friezen en de fatale tocht
Willem voerde meerdere campagnes tegen de West-Friezen, die hun autonomie fel verdedigden. Tijdens een winterveldtocht in 1256 zakte Willem op 28 januari door het ijs van het Berkmeer bij Hoogwoud.
Weerloos op het ijs werd hij door de West-Friezen gedood.
Toen zij ontdekten dat zij de koning hadden gedood, verborgen zij zijn lichaam onder de haardplaat van een boerderij.
Pas in 1282, onder graaf Floris V, werd zijn lichaam teruggevonden — maar niet zonder geweld. Hoogwoud werd geplunderd en veel inwoners werden gedood.
Willem werd bijgezet in de abdij van Middelburg.
Huwelijk en kinderen
Willem trouwde in 1252 met Elisabeth van Brunswijk (ca. 1235–1266), dochter van hertog Otto I van Brunswijk en Mechteld van Brandenburg.
Kinderen:
- Floris V (1254–1296)
Zijn opvolger, later bekend als der Keerlen God. - Machteld
Jong overleden.
Daarnaast had Willem een buitenechtelijke zoon:
- Dirk († 1312)
Landcommandeur van de Duitse Orde te Utrecht (1287–1307), en in 1303 tevens commandeur te Koblenz.
Een koning met een dubbele erfenis
Willem II was een bouwer van steden en dijken, een organisator van bestuur en een diplomaat in het Duitse Rijk.
Hij was een krijgsheer tegen de West-Friezen en een koning met beperkte, maar groeiende macht.
Zijn dood was tragisch, maar zijn nalatenschap was enorm.
Onder zijn zoon Floris V zou Holland uitgroeien tot een van de machtigste gewesten van de Lage Landen…
Floris V
Der keerlen god — de geliefde graaf die ten val kwam door adel en koningen
Floris V werd op 24 juni 1254 in Leiden geboren als zoon van Willem II, graaf van Holland én rooms‑koning, en Machteld van Brabant. Zijn geboorte bracht grote verwachtingen met zich mee: hij was erfgenaam van een dynastie die zich steeds nadrukkelijker in het Europese machtsspel mengde. Maar zijn leven zou worden getekend door verlies, strijd, ambitie en uiteindelijk verraad.
Een wees op de troon
Toen Floris nog maar twee jaar oud was, werd zijn vader door de West‑Friezen gedood tijdens een winterveldtocht. De kleine Floris werd onmiddellijk graaf van Holland en Zeeland, maar uiteraard kon hij niet regeren.
De voogdij verliep in fasen:
- Floris de Voogd, zijn oom, nam eerst de leiding
- Na diens dood nam Aleida van Holland, zijn tante, de verantwoordelijkheid over
- Maar het was vooral Nicolaas van Cats die zich werkelijk over de jongen ontfermde
- Jacob van Maerlant, de beroemde dichter, werd zijn opvoeder
Floris groeide op als “de jongen van Cats”, gevormd door een hof dat hem zowel geleerdheid als politieke scherpte bijbracht.
Op twaalfjarige leeftijd werd hij meerderjarig verklaard. Twee jaar later, in 1269, trouwde hij met Beatrix van Vlaanderen, dochter van Gwijde van Dampierre — een huwelijk dat Holland stevig verbond met Vlaanderen.
De Orde van Sint Jacob

Floris V reikt een gouden halsband met Sint-Jacobsschelpen uit aan een edele. Afbeelding gegenereerd door ChatGPT.
In 1279 (soms 1290 genoemd) stichtte Floris de Orde van Sint Jacob, een ridderorde met dertien leden, waarvan Floris de commandeur werd.
Bij deze ridderorde werden twaalf vooraanstaande heren tot lid benoemd: Diederik graaf van Kleef, Lancelot, heer van Hamilton de ambassadeur van de Koning van Schotland, Godfried van Bocholt de ambassadeur van Westfalen, Hendrik graaf van Hennenberg, de heren Dirk II van Brederode, Jan II van Arkel, Jan VII van Heusden, Gijsbrecht IV van Amstel, Otto I van Asperen, Dirk II van Lynden, Jacob van Wassenaar en Hugo van Vianen.
Later werden nog vele namen verbonden aan de orde: Andere ridders waren o.a. Willem II en Gerard van Egmont, Gijsbrecht van IJsselstein, Jan van den Doortoghe, Wolfert van Borselen, Albrecht I van Voorne, Boudewijn van Naaldwijk, Arnold van der Sluis, Nicolaas van Putten en Jacob van den Woude, om er slechts enkele te noemen.
De ridderorde was een instrument van prestige, loyaliteit en hofcultuur — een teken dat Floris zijn dynastie wilde verheffen tot het niveau van de grote Europese vorstenhuizen.
Zelfs in het politieke en sociale leven van Holland speelde de orde een rol.
Vanwege zijn financiële diensten aan Graaf Floris V, werd de Utrechtse Patriciër Lambert de Vries door hem in 1292 geridderd. Daarmee werd Lambert één der eerste burgers in de Noordelijke Lage Landen uit die tijd ridder.
Op kerstdag 1295 ontving Floris V in de Ridderzaal niet alleen edelen, maar ook de rijkste en meest vooraanstaande boeren van zijn land, die hij daar tot ridder sloeg – een gebaar dat zijn bijnaam der Keerlen God (“God der boeren”) kracht bijzette.
En opmerkelijk genoeg bestaat de orde tot op de dag van vandaag nog steeds.
De Kennemers en de Friezen
Floris’ eerste grote wapenfeit was het neerslaan van de Opstand der Kennemers, een conflict dat zijn reputatie als krachtige bestuurder vestigde.
Maar zijn diepste drijfveer was wraak op de Friezen, die zijn vader hadden gedood. In 1282 versloeg hij de West‑Friezen en liet hij zich “Heer van Friesland” noemen. Zijn pogingen om ook het huidige Friesland te onderwerpen mislukten echter, want een eerste invasie liep stuk op stormweer en een tweede veldtocht leverde slechts een bruggenhoofd op.
Toch was zijn prestige enorm: hij was de eerste Hollandse graaf die serieus probeerde Friesland te integreren.
De Schotse troonpretendent
Na de dood van Alexander III van Schotland in 1286 wierp Floris zich op als kandidaat voor de Schotse troon.
Zijn claim was zwak — via zijn bet‑overgrootmoeder Ada van Schotland — maar hij werd toch als eerste gehoord tijdens de vergadering in Norham.
Koning Eduard I van Engeland bleek echter geen bondgenoot maar een rivaal. De Engelse koning gebruikte de situatie om Schotland onder zijn invloed te brengen, en Floris’ ambities liepen op niets uit.
Zeeland, Engeland en Frankrijk
Floris probeerde Zeeland bewesten de Schelde aan Holland toe te voegen. Dit bracht hem in een ingewikkeld diplomatiek spel. Eerst zocht hij steun bij Eduard I van Engeland, later koos hij de kant van Frankrijk.
Deze draai zou hem fataal worden.
De breuk met Engeland en het complot
In 1296 koos Floris de Franse zijde in een conflict over de wolhandel. Eduard I voelde zich verraden. Volgens de overlevering vroeg hij enkele ontevreden Hollandse edelen om Floris gevangen te nemen.
De samenzweerders waren Gijsbrecht IV van Amstel, Herman VI van Woerden, Willem van Zaanden en Gerard van Velsen.
Tijdens een valkenjacht werd Floris gevangen genomen en naar het Muiderslot gebracht.
Maar het nieuws lekte uit. Het volk — dat Floris adoreerde — kwam in opstand en wilde hem bevrijden.
De moord bij Muiderberg

Floris V van Holland wordt vermoord door Pieter Tanjé 1747 – 1759 – Rijks Museum
Op 27 juni 1296 verlieten de edelen het Muiderslot met hun gevangene. Bij Muiderberg werden zij opgewacht door Gooilanders uit Naarden die Floris wilden bevrijden.
Gerard van Velsen raakte in paniek. Floris was gebonden, gekneveld, weerloos met gekloofde vingers.
Van Velsen trok zijn zwaard. Het paard schrok, Floris verloor zijn handen bij de eerste slag en viel van het paard. Vervolgens werd hij 22 keer gestoken.
Floris werd naar het buitenverblijf Florisberg te Muiderberg gebracht, waar hij bezweek aan de toegebrachte steekwonden.
De moord schokte heel Europa.
Nasleep: wraak en chaos
Gerard van Velsen werd gepakt, gemarteld en terechtgesteld.
Gijsbrecht van Amstel en Herman van Woerden vluchtten en verloren al hun bezittingen
Dynastieke ondergang
Uit zijn huwelijk met Beatrix werden de volgende kinderen geboren:
- Dirk, op jonge leeftijd overleden.
- Floris, op jonge leeftijd overleden.
- Willem, op jonge leeftijd overleden.
- Otto, op jonge leeftijd overleden.
- Willem, tweede kind met deze naam, op jonge leeftijd overleden.
- Floris, tweede kind met deze naam, op jonge leeftijd overleden.
- Beatrix, op jonge leeftijd overleden.
- Machteld, op jonge leeftijd overleden.
- Elisabeth, op jonge leeftijd overleden.
- Margaretha (…. – na 1284). Zij was 5 juli 1281 verloofd met Alfons van Engeland (1273–1284). Hij was een zoon van Eduard I van Engeland en Eleonora van Castilië.
- Jan I van Holland , zijn opvolger (1284 – 1299). Gehuwd met Elisabeth van Rhuddlan, dochter van de Engelse koning. Hij was 15 jaar oud toen hij overleed.
Daarmee stierf het Hollandse Huis uit.
De titel ging over op het Huis Avesnes, graven van Henegouwen.
Buitenechtelijke kinderen
Floris had meerdere natuurlijke kinderen, waaronder:
- Witte van Haemstede
Zijn moeder was Anna van Heusden, dochter van Jan van Heusden en Aleid van Arberg. - Catharina van Holland
Zij trouwde op 21 april 1301 met Zweder I van Montfoort. - Gerard (- voor 28 juli 1327)
- Willem
- Alida
- Pieter
- mogelijk Dirk
Witte van Haemstede zou later een belangrijke rol spelen in de Hollandse politiek.
De laatste reis van Floris V
Toen Floris V in juni 1296 bij Muiderberg werd vermoord, werd zijn lichaam door de Naardingers gevonden. Ze troffen hem toegetakeld aan, maar volgens de gebruiken van die tijd werd hij gebalsemd, zodat zijn stoffelijke resten waardig konden worden overgebracht. Zijn ingewanden werden verwijderd en apart bewaard, zoals gebruikelijk was bij hoge edelen die een lange reis moesten maken.
Per schip werd Floris naar Alkmaar gebracht, destijds een belangrijke stad in het noorden van het graafschap. Daar kreeg hij een tijdelijk graf in de oude kerk van Alkmaar, onder een eenvoudige zerk. Het was een voorlopige rustplaats, bedoeld totdat zijn zoon Jan I sterk genoeg zou zijn om te beslissen over een definitieve bijzetting.

Graftombe van Floris V te Alkmaar
De oude kerk van Alkmaar werd in de 15e eeuw vervangen door de huidige Grote of Sint-Laurenskerk. Bij die overgang bleef één bijzonder element bewaard: een kist met een 17e‑eeuwse plaquette waarop staat dat deze de ingewanden van Floris V bevat.
Volgens de tekst lag Floris “vóór het hoofdaltaar onder een wittige steen” begraven. De kist en de plaquette vormen daarmee een zeldzaam tastbaar spoor van de dramatische gebeurtenissen rond zijn dood.
Begin april 1297, na de Slag bij Vronen, liet zijn zoon Jan I van Holland het gebalsemde lichaam van zijn vader overbrengen naar de abdij van Rijnsburg. Deze abdij was nauw verbonden met het Hollandse Huis en gold als een waardige plek voor de bijzetting van een graaf.
Daar kreeg Floris zijn definitieve graf, in de kerk van de abdij die al sinds de 12e eeuw een belangrijk religieus centrum was.
In 1574, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de abdijkerk van Rijnsburg verwoest. Daarmee verdween ook het graf van Floris V. Zijn stoffelijke resten zijn nooit teruggevonden. Wat overbleef, was de herinnering — en de kist in Alkmaar met de ingewanden die nooit zijn meeverhuisd.
De tombe in de Grote Kerk van Alkmaar is daarmee een uniek monument:
Een stille getuige van de moord op een van de beroemdste graven van Holland, een overblijfsel van middeleeuwse begrafenisrituelen, een symbool van een dynastie die het land vormde
Het is een plek waar geschiedenis, verlies en herinnering samenkomen — en waar Floris V, ondanks het verdwijnen van zijn graf in Rijnsburg, toch nog een fysieke aanwezigheid heeft in het Holland van vandaag.
Een graaf die zijn tijd ver vooruit was
Floris V bouwde het Binnenhof uit tot machtscentrum, versterkte de Hollandse identiteit en moderniseerde bestuur en rechtspraak.
Hij stimuleerde handel en waterbeheer en legde de basis voor het latere Hollandse territorium.
Zijn bijnaam “der keerlen god” verwijst naar zijn populariteit bij boeren en burgers — hij beperkte de macht van de adel en stimuleerde handel, inpoldering en bestuurshervorming.
Zijn dood was het einde van een dynastie, maar het begin van een legende…
________________________________________________________________________________________________________
Jan I van Holland
De laatste graaf van het Hollandse Huis

Jan I van Holland door Cornelis Visscher 1650 – Rijks Museum
Jan I werd in 1284 geboren als zoon van Floris V van Holland en Beatrix van Vlaanderen. Zijn geboorte was een vreugdevolle gebeurtenis aan het Hollandse hof: eindelijk een gezonde zoon die de dynastie kon voortzetten. Maar zijn leven zou worden overschaduwd door de moord op zijn vader en de strijd om de macht die daarop volgde.
Een kind van diplomatie: verloofd met een Engelse prinses
Direct na zijn geboorte werd Jan verloofd met Elisabeth van Rhuddlan, dochter van Eduard I van Engeland.
Het was een strategische verbintenis: Holland kreeg een machtige bondgenoot, Engeland kreeg invloed in de Lage Landen en Jan werd opgevoed aan het Engelse hof
Vanaf 1291 verbleef hij in Engeland, waar hij werd gevormd in een omgeving van hofcultuur, ridderlijke idealen en politieke intriges.
De moord op Floris V en Engelse aarzeling
Toen Floris V in 1296 werd vermoord, speelde Eduard I een dubieuze rol in de achtergrond van het complot.
Dat maakte de situatie voor Jan precair. De Engelse koning aarzelde om hem terug te sturen naar Holland — deels uit politieke berekening, deels uit angst voor chaos.
Eduard riep daarom een groep Engelsgezinde Hollandse edelen naar zijn hof: Jan III van Renesse en Wolfert I van Borselen.
Zij moesten Jan begeleiden en controleren.
Huwelijk en terugkeer
Op 7 januari 1297, slechts veertien jaar oud, trouwde Jan met Elisabeth van Rhuddlan.
Het huwelijk werd voltrokken in Engeland, maar Elisabeth bleef achter toen Jan eind januari naar Holland terugkeerde.
Hij mocht terugkeren op voorwaarde dat hij zich zou houden aan de raad van de door Eduard aangewezen edelen.
Pas bijna een jaar later, in november 1297, kon hij zijn vrouw ophalen in Zeeland.
Jan van Renesse vs. Wolfert van Borselen
Jan was jong, onervaren en afhankelijk van zijn raadgevers. Dat maakte hem kwetsbaar.
Aanvankelijk stond Jan volledig onder invloed van Jan van Renesse, maar op 30 april 1297 droeg hij het bestuur over aan Wolfert van Borselen, die tot zijn vijftiende verjaardag als regent zou optreden.
Wolfert was machtig, maar ook omstreden. Zijn optreden leidde tot spanningen met de steden, vooral Dordrecht.
Op 1 augustus 1299 werd Wolfert in Delft vermoord door opstandige burgers en edelen.
De komst van Jan van Avesnes
Na Wolferts dood riepen de Hollandse steden Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen, te hulp. Hij was een zoon van Aleid van Holland, de oudtante van Jan I, en dus een naaste verwant.
Op 27 oktober 1299 droeg Jan I het bestuur voor vijf jaar aan hem over.
Twee weken later was hij dood.
Een abrupt einde
Jan I overleed op 10 november 1299 in Haarlem, slechts vijftien jaar oud, aan (naar men zegt) dysenterie.
Zijn dood was onverwacht en politiek explosief.
Met hem stierf het Hollandse Huis uit — de dynastie die sinds Gerulf II in de 9e eeuw over Holland had geregeerd.
De erfenis: een nieuwe dynastie
Omdat Jan geen kinderen had, ging het graafschap over op zijn familielid Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen.
Hij werd Jan II van Holland en Zeeland.
Dit betekende het begin van een personele unie tussen Holland, Zeeland en Henegouwen.
Deze unie zou het politieke landschap van de Lage Landen voor meer dan een eeuw bepalen.
Jan’s jonge weduwe Elisabeth van Rhuddlan keerde in 1300 terug naar Engeland. Pas in 1309 werd haar weduwengoed officieel geregeld.
Een korte, maar bepalende regering
Jan I regeerde nauwelijks zelfstandig. Zijn leven werd bepaald door Engelse invloed, interne machtsstrijd, de nasleep van de moord op Floris V en de opkomst van de Henegouwse dynastie.
Toch markeert zijn dood een cruciaal moment: het einde van het Hollandse Huis en het begin van een nieuwe politieke fase in de geschiedenis van Holland…
________________________________________________________________________________________________________
Wapen van Holland
Oorsprong in de 12e eeuw
Floris III is de eerste graaf van Holland van wie bekend is dat hij de Hollandse Leeuw op zowel zijn munten (vanaf ca. 1160) als zijn wapenschild (vanaf 1162) voerde.
Floris zou zijn wapen hebben gebaseerd op het wapen van Schotland.
Hij was immers gehuwd met Ada, de zuster van de Schotse koningen.
Alle volgende graven uit het Hollandse huis zullen hem daarin navolgen, als gevolg waarvan het wapen na verloop van tijd vereenzelvigd werd met het graafschap Holland, en uiteindelijk met de provincie Zuid-Holland.
Rond 1198 verschijnt het wapen voor het eerst duidelijk in de bronnen. Op een zegel van graaf Dirk VII staat een schild met daarop een klimmende leeuw. Dit is de vroegste bevestigde afbeelding van wat later het vaste symbool van Holland zou worden. Het zegel toont hoe de graven hun autoriteit wilden uitdrukken in een tijd waarin heraldiek een essentieel onderdeel werd van politieke communicatie.
Het wapen werd als volgt beschreven:
- Goud (geel) als achtergrondkleur
- Een leeuw van keel (rood)
- Getongd en geklauwd van azuur (blauw)
Deze combinatie was opvallend en onderscheidend. De leeuw stond symbool voor moed, kracht en heerschappij; het gouden veld voor waardigheid en rijkdom; de blauwe tong en klauwen gaven het geheel een unieke, bijna koninklijke uitstraling.
Een dynastiek symbool
Vanaf het einde van de 12e eeuw werd de leeuw het vaste embleem van de graven van Holland.
Het verscheen op zegels, banieren, schilden, oorkonden en militaire uitrusting.
Het wapen werd zo het herkenbare teken van de Gerulfingen, de dynastie die Holland bestuurde van de 9e tot de 13e eeuw. Onder graven als Floris III, Willem II en vooral Floris V werd de rode leeuw een symbool dat niet alleen het graafschap vertegenwoordigde, maar ook de macht en ambities van de Hollandse graven in het Heilige Roomse Rijk.
Een blijvende erfenis
Toen het Hollandse Huis in 1299 uitstierf, verdween het wapen niet. De opvolgende dynastieën — de Avesnes, de Wittelsbachers, de Bourgondiërs en later de Habsburgers — namen het wapen over als teken van continuïteit en legitimiteit. Het bleef het officiële symbool van het graafschap Holland tot ver in de vroegmoderne tijd.
Vandaag leeft het voort als het wapen van de provincie Zuid-Holland, nog altijd met dezelfde trotse rode leeuw op een gouden veld. Het is daarmee een van de oudste nog in gebruik zijnde wapens van Nederland, een directe verbinding met de middeleeuwse graven die het land vormgaven…
________________________________________________________________________________________________________
Het einde van de Gerulfingen
Hoe een eeuwenoude dynastie ten onder ging en Holland een nieuwe koers insloeg
De geschiedenis van het Hollandse Huis — de Gerulfingen — begint in de 9e eeuw met Gerulf II en eindigt in 1299 met de dood van Jan I van Holland. Ruim vier eeuwen lang bepaalden deze graven de ontwikkeling van West‑Frisia tot het graafschap Holland. Ze bouwden dijken, stichtten steden, voerden oorlogen, sloten allianties, en maakten van Holland een herkenbare politieke eenheid. Maar hun dynastie eindigde abrupt en dramatisch, in een periode van interne spanningen en internationale machtspolitiek.
Een dynastie die Holland vormde
De Gerulfingen begonnen als regionale machthebbers in een kustgebied dat geteisterd werd door Noormannen en Frankische rivaliteit. Door politieke behendigheid, militaire kracht en strategische huwelijken groeiden zij uit tot een van de invloedrijkste geslachten van de Lage Landen.
Onder hen ontstond het graafschap Holland, werden de eerste steden gesticht, werd het Binnenhof gebouwd, werden dijken, polders en handelsroutes ontwikkeld en werd Holland een factor in de internationale politiek
De dynastie kende hoogtepunten onder graven als Dirk III, Floris II, Floris III, Willem II en vooral Floris V.
De crisis van de late 13e eeuw
De laatste generatie Gerulfingen werd gekenmerkt door toenemende macht van de steden, spanningen tussen adel en graaf, groeiende invloed van Engeland en Frankrijk en interne rivaliteit binnen de Hollandse elite.
Floris V probeerde deze krachten te beheersen door de adel te beteugelen, de steden privileges te geven, de handel te stimuleren en bondgenootschappen te sluiten met Engeland en later Frankrijk.
Maar zijn koerswijziging in 1296 — het verbreken van de alliantie met Engeland — bracht hem in conflict met machtige edelen én met koning Eduard I.
De moord op Floris V: het begin van het einde
De moord op Floris V op 27 juni 1296 was een schokgolf door Holland en Europa. De graaf was immens populair onder boeren en burgers, maar gehaat door delen van de adel. Zijn dood leidde tot chaos, wraakacties en een machtsvacuüm.
Zijn zoon Jan I was toen nog maar twaalf jaar oud en verbleef in Engeland. Holland werd tijdelijk bestuurd door regenten, maar de interne verdeeldheid was groot.
Jan I: een graaf zonder macht
Toen Jan I in 1297 terugkeerde naar Holland, was hij jong, politiek onervaren, afhankelijk van Engelse raadgevers en omringd door rivaliserende edelen
Hij werd heen en weer geslingerd tussen Jan van Renesse en Wolfert van Borselen, de steden, de Engelse koning en de Henegouwse familie Avesnes
In oktober 1299 droeg hij het bestuur over aan Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen. Twee weken later overleed hij, vijftien jaar oud.
Met zijn dood stierf het Hollandse Huis uit.
Waarom de Gerulfingen uitsterven
Het uitsterven van de dynastie was het gevolg van een combinatie van factoren:
- Weinig mannelijke erfgenamen: veel zonen stierven jong, vooral in de lijn van Floris V.
- Politieke instabiliteit: de moord op Floris V verzwakte de dynastie op een cruciaal moment.
- Engelse en Franse inmenging: Jan I werd opgevoed in Engeland en stond onder buitenlandse invloed.
- Adellijke rivaliteit: de moordenaars van Floris V waren Hollandse edelen die hun macht zagen afnemen.
- Stedelijke opkomst: steden begonnen een eigen politieke rol te spelen, los van dynastieke belangen.
De Gerulfingen waren sterk genoeg om Holland te vormen, maar niet om de nieuwe politieke realiteit van de late 13e eeuw te overleven.
De overgang naar het Huis Avesnes
Na de dood van Jan I ging het graafschap over op:
Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen
Hij werd Jan II van Holland en Zeeland.
Dit markeerde het begin van een personele unie tussen Holland en Henegouwen, die zou voortduren tot in de 14e eeuw. Onder de Avesnes werd Holland verder geïntegreerd in de internationale politiek van de Lage Landen.
De erfenis van de Gerulfingen
Hoewel de dynastie uitstierf, bleef hun invloed eeuwenlang zichtbaar:
- het Binnenhof als machtscentrum
- de Hollandse steden als economische motor
- de dijken en polders die het landschap vormden
- de Hollandse identiteit als zelfstandige politieke eenheid
- de traditie van stedelijke autonomie en handel
De Gerulfingen legden de fundamenten waarop later de Bourgondiërs, Habsburgers en uiteindelijk de Republiek zouden bouwen…
Vermeldingen en literatuur:
De Friezen – De vroegste geschiedenis van het Nederlandse kustgebied – Luit van der Tuuk (Omniboek)
Friese Vorsten – Prof. dr. Antoine T.J.M. Jacobs (Elikser 2020)
Geschiedenis des vaderlands. Deel 2, De geschiedenis van het eerste Hollandsche Grafelijke Huis – Willem Bilderdijk – 1833
Genealogie Graven van Holland – A.W.E. Dek – 1966
Graven van Holland – D.E.H. Boer – E.H.P. Cordfunke – 2010
Een graafschap achter de duinen – E.H.P. Cordfunke – 2018
Holland in het jaar 1000 – Kees Nieuwenhuijsen -2016
De Dageraad van Holland – Henk ’t Jong – 2018
Hoogtij van Holland – Henk ’t Jong – 2022
Floris V Een politieke moord in 1296 – E.H.P. Cordfunke – 2011
De Moordzaak Floris de Vijfde – Ton Oosterhuis – 1999
Studiën over wapen- en zegelkunde – tevens Orde van Sint Jacob v.a. pagina 204 – Johannes Ter Gouw – 1865
Onvoltooide Roem, de Heeren van Brederode in de Middeleeuwen / Orde van Sint Jacob pag 145-149 – Jan H. Verhoog – 1997
Annalen van Egmond – Verloren – 2007
Vermeldingen op internet:
Graven van Holland – JohnOoms.nl
Graafschap Holland – Wikipedia
Gerulfingen – Wikipedia
Lijst van graven van Holland – Wikipedia
Wapen van Holland – Wikipedia
Het ontstaan van de Graafschap Holland – tijdschriftholland.nl
Tien Graven van Holland – Erfgoedhuis Zuid-Holland – geschiedenisvanzuidholland.nl
Afstamming Hollandse graven (keesn.nl)
Genealogische Bronnen – JohnOoms.nl
________________________________________________________________________________________________________











