De oudst bekende voormoeder in deze Marenteel van mijn voormoeder Maria van Arkel (± 1385 – 1415) is Udelhild von Odenkirchen (± 1090 – ….).

 

1. Udelhild von Odenkirchen
Geboren rond 1090. Van haar ouders zijn geen gegevens bekend.
Gehuwd met Ludwig II, graaf van Arnstein (Zie Marenteel Ludwig II van Arnstein) Geboren rond 1090. Zoon van  Ludwig I, graaf van Arnstein en Jutta van Kleef.
Dochter:

  • Agnes van Arnstein

 

2. Agnes van Arnstein
Geboren circa 1117, overleden in 1179. Dochter van Ludwig, graaf van Arnstein en van Udelhild von Odenkirchen.
Zij was gehuwd met Hendrik I van Gelre. Geboren tussen 1117 en 1120, overleden tussen 27 mei en 10 september 1182. Hij was graaf van Gelre. Zoon van Gerard II van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 5) en  Ermgard van Zutphen (Zie Graven van Zutphen nr. 5), de erfdochter van het graafschap Zutphen.
Hendrik volgde in 1131/1133 zijn vader op als graaf Geldern en Wassenberg, in 1138 erfde hij het graafschap Zutphen van zijn moeder.
Kinderen:

  • Agnes van Gelre
  • Margarethe van Gelre
  • Gerard 3 van Gelre
  • Adelheid van Gelre
  • Otto I Graaf van Gelre en Zutphen  ± 1145-1207

 

3. Agnes van Gelre
Geboren in 1135, overleden in 1186. Dochter van Hendrik I van Gelre (Zie graven van Gelre nr. 6) en Agnes van Arnstein.
Zij was gehuwd met Hendrik de Blinde van Namen/Luxemburg (Zie Graven van Luxemburg nr. 6b). Geboren omstreeks 1115, overleden in 1196. Zoon van Godfried, graaf van Namen en van Ermesinde van Luxemburg.
Dochter:

  • Ermesinde van Luxemburg

 

4. Ermesinde van Luxemburg
Geboren rond 1170, overleden in 1247. Dochter van Hendrik de Blinde van Namen/Luxemburg en van Agnes van Gelre.
Zij was gehuwd met Theobald I van Bar. Geboren circa 1158, overleden 13 februari 1214. Hij was de graaf van Bar van 1190 tot aan zijn dood. Hij was de zoon van Reinoud II van Bar en zijn vrouw Agnès van Champagne. Hij volgde zijn broer Henry op nadat deze  werd gedood bij het beleg van Akko.
Dochter:

  • Elisabeth van Bar

 

5. Elisabeth van Bar
Overleden in 1262. Dochter van Theobald I van Bar en Ermesinde van Luxemburg.
Zij was gehuwd met Walram van Monschau. Geboren rond 1200. Zoon van Walram, hertog van Limburg en Kunigonde van Monschau.
Dochter:

  • Bertha van Limburg (Volgt 6)

 

6. Bertha van Limburg
Geboren omstreeks 1225, overleden in 1254. Erfdochter van Walram I van Monschau en Elisabeth van Bar. Bertha was een kleindochter van van Graaf Walram III van Limburg (Zie Graven van Limburg nr. 6) en Kunigunde van Lotharingen.
Zij was gehuwd met Dirk II van Valkenburg. Geboren in 1228,  overleden in 1268. Zoon van Dirk I van Valkenburg (Zie Heren van Valkenburg nr. 5) en Beatrix van Kyrberg-Dhaun. Hij was heer van Valkenburg.
Bertha en Dirk I kregen een zoon en nog twee dochters:

  • Walram (de rosse) van Valkenburg (1245/1254 – 1302), heer van Valkenburg en Monschau
  • Elisabeth van Valkenburg (Volgt 7)
  • Beatrix van Valkenburg (ca 1254 of eerder – 1277), trad op 16 juni 1269 te Kaiserslautern in het huwelijk met Rooms-koning Richard van Cornwall

 

7. Elisabeth van Valkenburg
Geboren rond 1250. Dochter van  Diederik, Heer van Valkenburg (Zie Heren van Valkenburg nr. 6) en Bertha van Limburg, erfdochter van Monschau.
Zij trouwde met Engelbert I Graaf van de Mark. Geboren in 1249, overleden 1277 te Bredevoort. Zoon van Adolf I,  Graaf van Altena en van de Mark en van Luitgard Irmengard van Gelre.
Dochter:

  • Mathilde van de Mark (Volgt 8)

 

8. Mathilde van der Mark
Geboren rond 1270, overleden in 1316. Dochter van Engelbert I Graaf van de Mark en Elisabeth van Valkenburg.
Zij was gehuwd met  Floris Berthout , heer van Mechelen. Geboren in 1260, overleden in het jaar 1331.
Zoon van Walter VI van Berthout, Heer van Mechelen en van Maria van Auvergne.
Kinderen:

  • Walter VII Berthout, Heer van Mechelen  ± 1248-1288
  • Floris Berthout, Heer van Mechelen en Berlaer  ± 1260-1331
  • Sophia Berthout (Volgt 9)
  • Mathilde Berthout van Mechelen  ± 1256 – 1306
  • Willem Berthout Bisschop van Utrecht  ± 1263 – 1301

 

9. Sophia Berthout 
Overleden op 6 mei 1329. Dochter van Floris Berthout , heer van Mechelen, en Mathilde van der Mark.
Zij was gehuwd met Reinoud II van Gelre. Geboren circa 1295 – overleden te Arnhem op 12 oktober 1343, bijgenaamd de Rode of de Zwarte, was graaf van Gelre van 1326 tot 1339 en hertog van Gelre van 1339 tot 1343. Hij was de zoon van graaf Reinoud I van Gelre (Zie Graven van Gelre nr. 10) en Margaretha van Dampierre (1272-1331), gravin van Vlaanderen.

In 1316 kreeg hij onenigheid met zijn vader. Hij vond zijn vader niet langer in staat de belangen van het territorium te behartigen en nam zelf het bestuur over. Na een arbitrale uitspraak van 3 september 1318 door graaf Willem III van Holland regeerde hij als soen des graven van Gelre over het graafschap Gelre en Zutphen. Zijn vader werd gevangengezet op kasteel Montfort.

Reinald verleende land- en dijkrechten, en maakte bepalingen en regelingen ter verbetering van het keren van buitenwater en het lozen van binnenwater en grondwater. Deze wetgeving bestond deels uit de optekening van publiekrechtelijk en privaatrechtelijk gewoonterecht, en deels uit nieuw recht ten aanzien van het schouwen van dijken, weteringen en kaden, en de rechterlijke organisatie. Voor het Land van Maas en Waal in 1321 en 1328, voor de Bommmeler- en de Tielerwaard in 1325, 1327 en 1335, voor de Over- en Nederbetuwe in 1327, voor het Overkwartier in 1328, voor het nieuw ontgonnen ‘Nijbroek’ eveneens in 1328. Deze wetgeving is van belang geweest voor de bevordering van de rechtszekerheid en de bodemexploitatie binnen het Gelderse territorium.

In 1326 overleed zijn vader en Reinoud benoemde zichzelf tot graaf van Gelre en graaf van Zutphen als Reinoud II.

Hij begon een samenwerkingsverband met de Engelse koning en zwager Edward III van Engeland tegen Frankrijk. Hij waarschuwde de Engelsen in 1338 over een Franse vloot die het Zwin naderde. Hij bleef één van Edwards trouwste bondgenoten onder de Duitse prinsen tijdens de eerste fase van de Honderdjarige Oorlog.

Op 11 januari 1311 werden te Roermond huwelijksvoorwaarden opgesteld van het huwelijk van Reinout met Sophia Berthout († 6 mei 1329) uit het geslacht Berthout, erfgename van de heerlijkheid Mechelen, dochter van Floris Berthout († 1332), heer van Mechelen, en Mathilde (van der Mark) van Mechelen, kleindochter van Engelbert I van der Mark. Het huwelijk werd in 1318 voltrokken. Sophia was een nicht van de Utrechtse bisschop Willem II (1296-1301). Het huwelijk kwam vermoedelijk tot stand door bemiddeling van Gwijde van Avesnes bisschop van Utrecht (1301-1317) en graaf Willem III van Holland(1304-1337). Sophia en Reinald waren in de vierde graad verwant waardoor voor hun huwelijk pauselijke dispensatie nodig was, wat op 13 mei 1311 te Avignon verleend werd door Paus Clemens V. Zij werd begraven in het Klooster Gravendaal.

Sophia schonk hem de volgende kinderen:

  • Margaretha (ca. 1320?-1344), in 1342 gehuwd met Gerard, zoon van graaf Willem VI van Gulik. Zij was reeds op 1 maart 1333 verloofd met Gerard, naar aanleiding waarvan zij op 1 december 1333 de heerlijkheid en voogdij Mechelen voor 60.000 gulden verkocht aan graaf Lodewijck van Vlaanderen.
  • Mechteld (ca. 1325-1384) in 1336 gehuwd met graaf Godfried van Loon en Chiny (?-1342), in 1348 met graaf Jan I van Kleef (1292/93-1368) en in 1372 met Jan van Chatillon graaf van Blois (†1381)
  • Elisabeth (-1376), abdis van het klooster Gravendal tussen Kessel en Asperden in Duitsland
  • Maria van Gelre (Volgt 10)

Nadat in 1331 uitgebreide huwelijkse voorwaarden waren opgesteld huwde Reinoud op 20 oktober 1331 in Nijmegen met Eleonora (1318-1355), dochter van Eduard II van Engeland. Van de huwelijksvoltrekking werd op 24 oktober 1331 een notariële verklaring opgemaakt is. Ze hadden samen:

  • Reinoud III (1333-1371), 1e opvolger Gelre
  • Eduard (1336-1371), 2e opvolger Gelre

Reinoud voerde vier jaar lang een strijd om Bredevoort (1322-1326) die hij uiteindelijk won. In 1326 verleende Reinoud II stadsrechten aan Erkelens en in 1343 aan Venlo.

 

10. Maria van Gelre
Overleden november 1397. Dochter van Reinoud II van Gelre en Sophia Berthout, vrouwe van Mechelen.
Zij was een van de twee troonpretendenten voor het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen tijdens de Eerste Gelderse Successieoorlog tussen 1371 en 1379. Ze streed echter voor deze titel namens haar zoon Willem III van Gulik. De oorlog begon na de dood van haar halfbroers Reinoud III van Gelre en Eduard van Gelre. Edward overleed aan zijn verwondingen na de Slag bij Baesweiler en Reinoud, die ook wel de bijnaam de Vette had, overleed enkele maanden daarna. Deze opvolgingskwestie werd ook geclaimd door Maria’s zusterMechteld van Gelre en zij werd gesteund door de van ‘Heeckerens’ onder Frederik van Heeckeren van der Eze (1320-1386). De volgers van Maria waren de van ‘Bronckhorsten’ onder Gijsbert V van Bronckhorst (1328-1356). Na de overwinning van haar partij ging de titel van Hertog naar haar zoon Willem III.

In december 1362 huwde ze met Willem II/VII van Gulik (1327-1393) Zoon van Willem I/VI van Gulik (Zie Hertogen van Gulik nr. 12) en Johanna van Holland-Henegouwen (Zie Graven van Holland I nr. 15). Ze kregen drie kinderen:

  • Willem van Gulik (1364-1402)
  • Reinoud van Gulik(1365-1423)
  • Johanna van Gulik (Volgt 11)

 

Wapen van Gulik

11. Johanna van Gulik
Overleden in 1394. Zij was de jongste dochter van hertog Willem II van Gulik (Zie Hertogen van Gulik nr. 13) en Maria van Gelre (Zie Hertogen van Gelre nr. 12).
In 1376 huwde zij met Jan V van Arkel (1362-1428) en werd de moeder van:

  • Willem van Arkel († Gorinchem 1417), kreeg burcht en land van Born met de steden Sittard en Susteren in leen.
  • Maria van Arkel  (Volgt 12)

Doordat haar broers en haar ooms en tantes langs moederzijde overleden waren, werd zij de erfgename van Gelre.
Haar kleinzoon Arnold van Egmont volgde haar broer Reinoud op als hertog van Gelre.

 

 

Wapen Van Arkel

12. Maria van Arkel
Geboren circa 1385 te Gorinchem, overleden op 19 juli 1415 te IJsselstein.
Zij was Vrouwe van Egmont en IJsselstein, door haar huwelijk met Jan II van Egmont.
Ze was een dochter van Jan V van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 21) en Johanna van Gulik (Zie Hertogen van Gulik nr. 14), via wie ze afstamde van het huis Gulik. Haar ooms Willem III van Gulik en Reinoud van Gulik waren hertogen van Gelre. Doordat beide hertogen geen wettelijke erfgenamen hadden, kwam het huis van Arkel vanwege deze familiebanden in aanmerking voor de erfopvolging.

Maria die in circa 1385 werd geboren, werd na de dood van haar moeder in 1394 opgevoed aan het hof van Gelre. Na het huwelijk van haar oom Reinoud IV van Gelre in 1405 werd ze hofdame van zijn vrouw Maria van Harcourt. Haar vader Jan van Arkel, die in 1402 de Arkelse Oorlogen was begonnen, vluchtte in 1406 naar Gelre, het volgend jaar gevolgd door haar broer Willem van Arkel. Ondanks dat haar broer Willem nog geen goede partij was getrouwd, werd er voor Maria in 1407 plannen gemaakt. Jan van Egmont (bijgenaamd: “met de bellen”) een Hollandse edelman lijkt een gegadigde en slaat zijn slag op een feest op het kasteel van Caster in het hertogdom Gulik op 13 september 1407. Hij schaakt en ontvoerd haar (iets wat bij middeleeuwse hofmakerij hoorde) en op 15 september worden de twee bij Lobith terug gevonden. Aan het hof van Gelre word met Reinoud IV besloten tot een huwelijk en Reinoud geeft ze een huwelijks schat van 6000 schilden. Op 24 juni 1409 trouwen de twee en nemen hun intrek op het kasteel van IJsselstein. Jan II van Egmond was een zoon van Arend van Egmont (Zie Heren van Egmont nr. 17a) en Jolanda van Leiningen (Zie Graven van Leiningen II nr. 7a).
Ze kregen twee zoons:

  • Arnold (-1473), was van 1423 tot 1465 en van 1471 tot zijn dood in 1473 hertog van Gelre en graaf van Zutphen.
  • Willem (1412-1483), stadhouder van Gelre (Volgt Heren van Egmont nr. 19)

Maria van Arkel overleed op 19 juli 1415 en zou niet meer mee maken dat haar zoon Arnold in 1423 Hertog van Gelre werd. Haar kleindochter Maria van Gelre (1434-1463) zou het zelfs tot koningin van Schotland schoppen, door haar huwelijk met Jacobus II van Schotland.

Bronnen o.a.: uit Wikipedia, de vrije encyclopedie.

Terug naar:

 

Marentelen uit de Middeleeuwen

   facebook     

© 16 december 2018 laatst bijgewerkt op 19 december 2023

 

Wapen heren van Arkel

Het Land van Arkel was een leenschap van de Graven van Holland, tot aan 1412 beheerd door de Heren van Arkel. Het grondgebied strekte van de rivier de Merwede in het zuiden tot aan het hedendaagse Everdingen in het noorden, en van het riviertje de Linge in het oosten ongeveer tot de rivier de Lek in het westen.
Hedendaagse plaatsen in het gebied zijn onder andere Leerdam, Leerbroek, Arkel, Heukelum, Asperen, Hagestein, Haastrecht en Gorinchem.

Rond 1234-1240 zou Herbaren II van der Lede, leenman van de heerlijkheid Ter Leede, naar Arkel getrokken zijn om zich daar te vestigen. Hij werd de stamvader van het geslacht Van Arkel. De heerlijkheid Ter Leede (vermoedelijk gelegen net ten zuiden van het hedendaagse Leerdam) liet hij na aan zijn jongere broer Jan I van der Lede.De zoon van Herbaren, Jan I “de Sterke” van Arkel wordt in een kroniek uit 1253 genoemd als leenheer van de graaf van Holland. Hij was heer van Arkel vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingelandt, Stolwijk en Willige Langerak. Zijn opvolger Jan II kocht in 1272 de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim. Het grondgebied strekte zich nu tot aan de Merwede, en men mocht nu tol heffen op de Lek en de Merwede. Er ontstond een bloeiende handel waaruit de Heren van Arkel grote verdiensten konden halen. Er werden diverse kastelen gebouwd, waarvan de meest bekende in Asperen, Haastrecht en Gorinchem (1267). De heren verbleven meestal in het laatste kasteel. Jan II droeg het kasteel van Gorinchem in 1290 op aan zijn leenheer Floris V van Holland, uit eerbied voor diens gezag.

Land van Arkel in 1277

Nadat Jan II van der Lede in 1305 overleed zonder nageslacht, erfde Jan III van Arkel de heerlijkheid Ter Leede. In 1351 kwamen nog landerijen aan de Lek erbij. Ook Haastrecht werd toegevoegd. Otto van Arkel verleende Gorinchem, Hagestein en Leerdam in 1382 stadsrechten. De macht van de Heren van Arkel was eind 14e eeuw op zijn hoogst. De burcht die aan de oostelijke oever van de stad Gorinchem stond, werd De Keizerlijke burcht genoemd.

Het hertogdom Gelre, het graafschap Holland en het sticht Utrecht zagen lijdzaam toe hoe de economische en militaire macht van het leenschap groeide. Wat volgde waren de Arkelse Oorlogen (1401-1412), vooral na een dispuut met de graaf van Holland, Albrecht van Beieren. Jan V wist stand te houden tot 1412, maar werd verdreven tot aan Vuren, waar hij gevangen genomen werd. Hij sleet zijn verdere leven in Gouda en Leerdam. Zijn zoon Willem leidde een opstand in 1417, maar werd daarbij gedood. De macht van het geslacht kwam daarmee tot een einde, hoewel de nakomelingen van Maria van Arkel, een dochter van Jan V, grote politieke macht in Gelre zouden verwerven.

Kasteel de Blauwe Toren

 

De burcht in Gorinchem werd afgebroken in 1413. Ten zuiden van de stadsmuren werd een nieuw slot gebouwd voor de graven van Holland. Dit slot werd in 1461 verbouwd en uitgebreid door Karel de Stoute. Vanwege de imposante hoofdtoren, bekleed met blauwe hardsteen, werd deze later bekend als de “Blauwe Toren” .

 

 

 

Uit: Wikipedia – Land van Arkel

 

Zie ook:

Heren van Arkel

Arkel

Gorinchem

Terug naar:

Heerlijkheden

 facebook     

 

© 14 oktober 2017. Laatst bijgewerkt op 27 augustus 2024

 

Aanvankelijk was de oud-Dordtse familie Oem enkele eeuwen lang actief in de wijn- en vooral in de houthandel, de twee handelsproducten die de bloei van Dordrecht in de middeleeuwen hebben bepaald. Vanaf de veertiende eeuw waren vrijwel zonder onderbreking leden van de familie Oem schepen of burgemeester van Dordrecht. Ze vormden al gauw de top van de stedelijke bestuurslaag en speelden een belangrijke rol in diverse episoden van de stadsgeschiedenis. Daarnaast bekleedden verscheidene familieleden de ambten van baljuw, van raad en rentmeester-generaal van Zuid-Holland of van muntmeester dan wel waardijn (de voor de kwaliteit van de muntslag verantwoordelijke functionaris) van de Munt van Holland in de stad Dordrecht. Ook waren vele Oems priester of religieuze en stonden zij aan het hoofd van kloosters of religieuze gemeenschappen binnen en buiten Dordrecht.

Oem wapen

Oem

Al heel vroeg heeft de familie Oem geprobeerd haar vooraanstaande positie te staven met verhalen over haar oorsprong, geschiedenis en verwantschap met toonaangevende of adellijke geslachten. Die verhalen werden door de zeventiende-eeuwse historici Balen en Van Leeuwen als betrouwbaar gepubliceerd maar moeten heel kritisch worden benaderd. Het belang van de familie staat buiten kijf, maar de eerder gepubliceerde details van haar geschiedenis, van de dertiende tot in de vijftiende eeuw, verdienen nader onderzoek. Claes Oem, de vermeende stamvader, komt al voor onder de stadsbestuurders van Dordrecht aan wie de eerste ommuring van de stad in 1230 wordt toegeschreven. Die vermelding bedoelde al de vooraanstaande positie van de familie bij de opkomst van de stad te documenteren.

De adellijke pretenties van de Oems leidden ook tot een fantastisch verhaal over de ridderlijke oorsprong van het familiewapen. De vijftien groene zoden en de leeuw die op het schild te zien zijn, werden in verband gebracht met een krijgsdaad: een voorvader Oem zou een aantal valkuilen met groene zoden hebben afgedekt om zo de vijand in een hinderlaag te lokken en te verschalken. Ook de geslachtslijst van de familie, zoals afgedrukt in oudere werken en tot op de dag van vandaag vaak klakkeloos gereproduceerd, bevat een fors aantal onzekere aannames en identificaties, mede door de grote hoeveelheid identieke voornamen die toeschrijving van functies en handelingen aan concrete personen sterk bemoeilijken. Zo is aangetoond dat de Claes Oem van Arkel die in 1345 als ridder bij Stavoren in de Hollandse veldtocht tegen de Friezen roemrijk sneuvelde,  tot het geslacht Van Arkel behoorde en ten onrechte bij de Oems is ingelijfd.

De kapitaalkrachtige Oems sterkten hun adellijke pretenties door huwelijken met meisjes uit de Hollandse adel, de aankoop van talloze heerlijkheden en andere bezittingen buiten Dordrecht en de verwerving van landsheerlijke ambten. Die pretenties werden in de late vijftiende eeuw bekroond met de opname van een deel van het geslacht in de ridderschap van Holland, namelijk dat deel van de tak Oem van Wijngaarden dat vervolgens de gereformeerde godsdienst aannam en voortaan gewestelijke functies vervulde, zoals baljuw of raadsheer in het Hof van Holland, en zich definitief in Den Haag of omgeving vestigde.

Wapen Barendrecht

Wapen van de gemeente Barendrecht. Het wapen is ontleend aan het wapen van de familie Oem van Wijngaarden, ambachtsheren van Oost Barendrecht van 1321 tot 1361. De familie voerde het wapen echter met meer blokjes. Dit wapen is als heerlijkheidswapen gevoerd, tot lang nadat de familie de heerlijkheid bezat.

Jan Gilles Oem (Zie Patriciërsgeslacht Oem nr. 3) koopt in 1321 Oost-Barendrecht van Gerard, heer van Horne en Altena.(De gemeente Barendrecht voert nu nog het wapen van het geslacht Oem). Jan Gillis Oem werd in 1335 opgevolgd door zijn zoon Gillis Jansz Oem. Naar hem werd  Oost-Barendrecht ook wel ‘Gillis-Ambacht’ genoemd.

Zo werd raadsheer Gerrit Hendricksz Oem van Wijngaarden (overleden 6 mei 1598) in 1591 president van het Hof. Hij trouwde met Sandrina Croesinck, vrouwe van Benthuizen, Zoetermeer en Zegwaard en bracht daarmee een zeer aanzienlijke erfenis in de familie in. Zijn zoon Jacob (overleden 1650) werd beschreven in de ridderschap van Holland. Sommige leden werden weer katholiek, zoals de te Dordrecht geboren baron Cornelis Alardus Oem (1701-1777), heer van Sandelingenambacht, kleinzoon van de Dordtse muntmeester Antonius Oem (circa 1630-1690) en zelf overgrootvader van Mgr. Cornelius Ludovicus de Wijckerslooth (1786-1851), bisschop van Curium, de eerste rooms-katholieke bisschop in Nederland na de Hervorming die openlijk zijn ambt kon uitoefenen.

De Oems waren steeds een kinderrijke familie maar bleven desondanks zeer vermogend, vooral dank zij de combinatie van hun machtspositie in de Dordtse regering en hun actieve rol in de houthandel. Hun machtsbasis berustte mede op het grote aantal heerlijkheden in het graafschap Holland die ze rondom Dordrecht wisten te verwerven, maar ook op enkele belangrijke gewestelijke posities. Zo was Jan Gillisz Oem baljuw van Zuid-Holland (1321) en van 1329 tot 1333 grafelijke raad en rentmeester-generaal; in 1321 kocht hij ook de ambachtsheerlijkheid Oost-Barendrecht. Zijn zoon Tielman Oem was niet alleen schepen van Dordrecht en raad en rentmeester van Zuid-Holland, maar ook kanunnik van de Utrechtse dom, deken van het kapittel van Sint-Pieter aldaar en tenslotte koorbisschop van Utrecht. De familie Oem mag dan ook gelden als het meest vooraanstaande Dordtse regeringsgeslacht uit de middeleeuwen.

Doordat het grootste deel ervan na de invoering van de Reformatie in Dordrecht in 1572 belijdend rooms-katholiek bleef, en in dienst van de Spaanse koning, en omdat de tak Oem van Wijngaarden zich blijvend buiten Dordrecht vestigde, was haar publieke rol in het stadsbestuur vanaf dat moment feitelijk uitgespeeld. Maar een deel van de Oems behield nog geruime tijd een belangrijke plaats in de katholieke gemeenschap van de noordelijke Nederlanden. Herman Oem (overleden 1639), zoon van Herman Oem Hermansz, schepen van Dordrecht, en van Catharina van Moesyenbroeck, was bijvoorbeeld vanaf 1626 pastoor van de rooms-katholieke statie (schuilkerk) te Dordrecht. Leden van andere takken Oem vertrokken naar de Zuidelijke Nederlanden, namen dienst in de legers van katholieke vorsten (Spanje, Frankrijk, de keizer) en trouwden daar met katholieke edelen.

De verschillende takken van de familie Oem onderscheidden zich in hun naamgeving door de heerlijkheden rondom Dordrecht die zij langdurig in bezit hadden aan hun naam toe te voegen. Dat geldt voor Oem van [Oost]-Barendrecht (vanaf 1321); Oem van Wijngaarden, vanaf de verwerving van die heerlijkheid in 1432 door Godschalk Oem; en Oem van Papendrecht, een heerlijkheid die in familiebezit was van 1486 tot het kinderloos overlijden van Willem Oem in 1584 (vervolgens is Papendrecht overgegaan op zijn Dordtse aanverwanten Van Muylwijk en Hoynck, die zich daarna Hoynck van Papendrecht noemden). Leden van de tak Oem van Wijngaarden noemden zich vanaf de late zestiende eeuw vaak eenvoudig Van Wijngaarden.

Belangrijke, in hun tijd bekende leden van het geslacht Oem waren:
Mr Floris Jansz Oem van Wijngaerden (geboren circa 1467, overleden Den Haag 20 september 1527), gehuwd met Arnoldine van Duivenvoorde. Magister in de artes aan de universiteit Leuven in 1485, student rechten aldaar tot 1494. Was raadsheer in het Hof van Holland van 1496 tot 1510, rentmeester van Rijnland in 1505 en hoogheemraad van Delfland vanaf 1504. Hij was in 1514-1518 en 1521-1523 pensionaris van Dordrecht. Omdat hij zich tegen een nieuwe bede (belasting) verzette, werd hij door Karel V in 1518 uit dat ambt ontslagen, maar vermoedelijk op voorspraak van zijn vriend Adriaan van Utrecht (de latere paus Adriaan VI) kreeg hij korte tijd later eerherstel. In 1521-1522 kon hij dan ook reeds als gedeputeerde ter dagvaart van Dordrecht optreden. Vanaf 1522 was hij een actief bestrijder van de Lutherse leer die op dat moment ook in Dordrecht opgeld deed.

Adriana Dircksdr Oem, naar haar moeder gewoonlijk genoemd Adriana van Rhoon (overleden in de abdij Leeuwenhorst bij Noordwijkerhout 14 juni 1527, begraven in de kerk van Rhoon). Dochter van Dirck Oem en Adriana Pietersdr van Roden. Ingekleed in de abdij Leeuwenhorst in 1460 of 1461, werd in 1493 priores en was een actief voorstander van de hervorming van de abdij tot een strenger leven die in 1495 plaatsvond. In 1497 werd ze gekozen tot abdis van het klooster waarvan zij het beheer grondig reorganiseerde. Zij restaureerde de abdijgebouwen, stichtte er een school en bracht haar familieleden Oem tot vele schenkingen aan het klooster.

Jacob Florisz Oem van Wijngaarden (1525-1583), lid van de ridderschap van Holland, was hervormingsgezind en werd door de Bloedraad van Alva verbannen. Na zijn terugkeer verscheen hij als vertegenwoordiger van de ridderschap in de Vrije Statenvergadering van 1572 te Dordrecht. Hij was een vertrouweling van Willem van Oranje en was in 1574-75 gouverneur van Gouda.

Daniël Oem van Wijngaarden (Dordrecht, circa 1608 – Den Haag, 9 december 1688), zoon van Mr Johan Daniëlsz Oem van Wijngaarden, president van het Hof van Holland vanaf 1642 (overleden 19 december 1652), en Jacomina de Witt, was heer van Werkendam, Wijngaarden, Ruijbroek, Zoetermeer en Benthuizen. Hij was lid van de ridderschap van Holland en gedeputeerde ter Staten-Generaal, hoogheemraad van Delfland vanaf 1669 en curator van de Leidse academie sinds 1679. Inhet rampjaar 1672 werd hij tot buitengewoon gezant aan het hof van Denemarken benoemd. Door de vererving van een reeks heerlijkheden en andere bezittingen en door zijn huwelijk met Catharina van Zuydlandt, erfdochter van Renesse, heet hij een van rijkste ingezetenen van Holland te zijn geweest.

Bron: Regionaal Archief Dordrecht

Verder was er toch een Oem in de adelstand: Jonkheer Baron C.A. Oem, Bewoner Valckesteyn 1737  -1738.
Hij was werkzaam als vinder 1766, 1667, deken 1768-1775. Gildebroeder van het H. Kerstmisgilde, stoel 41 in 1737, bij gift van zijn neef Jonkheer Francois Cousebant, Heer van Waspik en Oud-Alkemade 1737, Lid St. Jacobsgilde 1734, vinder in 1766 woonachtig te Dordrecht (geboorte) in 1701, te Haarlem (huwelijk) in 1730 en te Haarlem (overlijden) in 1777.

Hij huwde te Haarlem op 17 januari 1730 met Anna Catharina de Kies van Wissen.
Uit dit huwelijk: Agatha Margaretha Oem van Sandelingen ambacht.

 

 

Foto en bron: Landmark kasteel Valckesteyn

 

 

Jan de SterkeJan Herbaren I van Arkel, bijgenaamd De Sterke.
Geboren circa 1233,  overleden te Gorinchem op 15 mei 1272.
Hij was 
heer van Arkel vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingelandt, Stolwijk en Willige Langerak.

 

 

Heren van Arkel

Arkel

Hij was een zoon van Herbaren II van der Lede, heer van Arkel, en Aleid (Alverade) van Heusden.
Jan wordt voor het eerst genoemd in een Latijnse kroniek uit 1253, daarin staat hij vermeld als Johannes miles dominus de Arkele (Jan, ridder, Heer van Arkel). Daarna wordt hij nog meerdere malen in aktes over beleningen genoemd. In 1253 komt hij samen met zijn broer Herbaren voor in een akte als getuige voor Jan I van der Lede. Op 25 juni 1254 is Jan getuige bij een verbond van Jan van der Lede en Hugo van Arkel om Floris van Dalem het bezit van Dalem te vergeven als leenbeheer. Hij nam deel aan de oorlogen met de opstandige Westfriezen, onder leiding van zijn leenheer Willem II van Holland. Krijgt rond 1260 het leengoed van den Berghe (hedendaagse Bergambacht) toegewezen van het Graafschap Holland, die hij in lening geeft aan zijn broer Herbaren. Op 29 oktober 1263 beleent Jan eene Otto met Slingelandt. Op 23 augustus 1264 verleent hij samen met Willem van Brederode het recht aan Hendrik van Alblas om een watergracht of kanaal te graven (Jan wordt dan voor het laatst vermeld in een document.

Jan I werd bijgenaamd De Sterke, hij zou zich eens voor de grap aan de poort van Gorinchem opgetrokken hebben met zijn paard. In 1267 begon hij met de bouw van het kasteel van Gorinchem.

Jan I huwde 1e met Bertha van Ochten (ca. 1235 – ca. 1285), dochter van Hendrik van Ochten (Zie Heren van Ochten nr. 4) en Jutta .
Jan en Bertha kregen drie kinderen:

  • Jan II (Volgt Heren van Arkel nr. 17)

  • Arnold, heer van Noordeloos  (Volgt Heren van Dalem nr. 1)

  • Margretha (1312 †), huwde Hubrecht van Beusichem, heer van Culemborg

Jan I van Arkel trouwde 2e met Yda van Andel. Geboren omstreeks 1225, overleden in 1285.
Uit dit huwelijk een dochter:

  • Margaretha van Arkel  1260 – 1303

Jan van Arkel werd met zijn vrouw bijgezet in een graftombe in de kerk van Gorinchem. In 1604 werden de beenderen verwijderd en ergens anders begraven.

Vermeldingen:
Wikipedia- Jan I van Arkel
Geneanet – Jan I van Arkel

 

De legende van Jan “de Sterke” van Arkel

 

Rond 1260 leefde een ridder, Jan van Arkel. Hij was heer van het land van Arkel met de hoofdplaats Gorinchem.

De burgers van Gorinchem waren ontevreden, en de dienaren van de heer Jan van Arkel vreesden een aanval op hun slot. In plaats van de aanval af te wachten, gaat Jan van Arkel naar de stad Gorinchem toe. Daar geeft hij zich aan de burgers over. Echter, eensklaps liet hij zijn paard stilhouden. Men zag, dat hij naar een balk in de stadspoort keek, die boven zijn hoofd hing. Hij strekte zijn armen uit, en zijn handen omvatten het hout. Allen wachtten, wat er gebeuren zou. Toen richtte hij zich iets op, doch zijn knieën drukten tegelijkertijd in de flanken van zijn ros. Daarna hief hij zich met zijn paard tegelijkertijd in de hoogte, zodat de benen van het paard ver boven de begane grond hingen, ja, zo persten de knieën van de ridder, dat het ros van benauwdheid hinnekte, zijn ogen verdraaiden en zijn tong uitstak.
Hierna liet hij zich weer rustig zakken. Het paard stond heel kalm, Jan van Arkel streelde zijn nek. Hij
zei geen enkel woord. De burgers bleven op de plaats staan, waar zij stonden.

En Jan van Arkel ging uit de stad als een gehuldigd veldheer.
In zijn kasteel vertelde hij, dat men niet bevreesd voor de lieden van Gorinchem behoefde te zijn, daar zij hem vreesden.
En hij zei: „Het is de gewoonte der hoenders niet, dat zij den vos aanvallen!”

 

Uit:
Volksverhalenbank
Zie verder:

Terug naar:

Historische personen

 facebook

© 25 maart 2016, laatst bijgewerkt op 14 mei 2022

 

Een oud geslacht Oom (eertijds als Oem geschreven), was een patriciërsfamilie in Dordrecht. Het geslacht Oem behoort ongetwijfeld tot de oudste Hollandse geslachten. In het jaar 1058 vindt men deze naam al vermeld. En op een zeer roemruchte manier. De Luikenaars namelijk bedreigden de stad Dordrecht met een aanval. Zij hadden zo’n grote overmacht, zodat tegenstand onmogelijk scheen. Het was ridder Oem die de graaf van Holland adviseerde de vijand binnen de stad Dordrecht af te wachten en “rondom de stad een menigte kuilen te graven, door stro en groene zoden bedekt, opdat geen  vijandelijk oog deze bespeuren zouden”. Deze krijgslust lukte volkomen; De niets vermoedende Luikenaars vielen in de kuilen en werden door de grafelijke dienaars in grote getalen afgemaakt of gevangen genomen.

Oem wapen

Oem

Door dit voorval schijnt het geslacht Oem haar wapen hieraan te danken: Het wapen met de groene zoden werd aangevuld met een deel van de Hollandse leeuw uit het wapen van de graaf van Holland, als beloning voor deze krijgslist. Het devies van het wapen luidt als volgt: “De leeuw is bevrijd door groene zoden”.

Door de eeuwen heen was het geslacht Oem het meest vooraanstaande Dordtse geslacht.

We vangen aan met:

1. Claes Oem, regeerder der stad Dordrecht omstreeks 1230.
Hij was gehuwd met Catharina Duijck, dochter van Gijs Duijck en N.N. van der Marck.
Kinderen:

  • Cleys (Volgt 2)
  • Gilles (Volgt Oem II nr. 2).

–

2. Cleys Oem
Als ridder vermeld 1260. Vermoord 11 december 1290.  Wijnkoper en pachter van de wijnaccijns. Een van de hoofdmannen van “den heervaert ter Scorlervaert in 1285-86. Schepen van Dordrecht 1281 en 1289.
Hij huwt Elisabeth Vrank van Dordrechtsdochter.
Kinderen:

  • Claes (Volgt 3)
  • Godschalk, schepen van Dordrecht in 1307 en 1312
  • Jan, vermeld 1312-1351. In 1320 verlijd met een schrootambacht binnen Dordrecht
  • Willem genoemd in 1326
  • Johanna. Huwt Johan Duyk.

–

3. Claes Oem
Overleden  na 1359. Poorter van Dordrecht. Huwt Johanna van Arkel van Bockhoven, dochter van Jan II van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 17a) en Bertrouda van Sterkenborg.
Hij was ambachtsheer van Dubbeldam. Schout van Dordrecht in 1325.
Hij mag niet verward worden met zijn tijdgenoot Nicolaas Oem van Arkel.
Kinderen:

  • Gilles Oem (Volgt 4a)
  • Claes Oem
  • Godschalk Oem, overleden voor 1345
  • Everwige Oem. In 1360 vrouwe en meesteresse van het Begijn Hoff te Dordrecht
  • Simon Oem van Bysanten (Volgt 4b).

–

4a. Gilles Oem
Geboren rond 1305 in Dordrecht, overleden in 1354. Zoon van Claes Oem en Johanna van Arkel van Bokhoven.
Schildknaap.
Hij is rond 1330 getrouwd met Barbara de Jode van Hardinxveld. Dochter van Willem Jodekin (Zie Heren de Cock nr. 2c).
Kinderen:

  • Hugo Gillis (Boey) Oem
  • Willem Gillisz Oem
  • Tieleman Gillisz Oem  ± 1330 – …. (Volgt 5a)
  • Cornelia Oem  ± 1330 –  ….
  • Godschalk Gillisz Oem  ± 1350 – ….

 

–

Wapen van de heerlijkheid Tolloysen: In sabel een dwarsbalk van zilver, vergezeld van 15 zilveren bysanten, waarvan 9 boven de balk en 6 onder de balk.

4b. Simon Oem van Bysanten
Zoon van Claes Oem en Johanna van Arkel van Bockhoven.
Tressorier van Dordrecht. Hij wordt op 5 december 1355 bij de dood van zijn moeder beleend met 7,5 morgen land in Tolloysen.
Omdat de heerlijkheid Tolloysen bysanten in het wapen voerde zal Simon zich waarschijnlijk daar naar genoemd hebben.
De heerlijkheid en het dorp Tolloysen lagen in de Grote Waard onder Dordrecht. Het dorp werd in 1421 door de Sint Elisabethsvloed vernietigd en nooit meer opgebouwd.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Zoon:

  • Jan Simons (Oem) van Bysanten (Volgt 5b).

–

–

5a. Tieleman Gillisz Oem
Geboren rond 1330 in Dordrecht. Zoon van Gilles Oem en Barbara de Jode van Hardinxveld.
Vanaf 1354 Schepen van Dordrecht,  Baljuw van Zuid Holland.
Hij is getrouwd met Catharina Jacobsdr van der Burgh.
Kinderen:

  • Jacob Tielmansz (Isereel) Oem  ± 1352 – ….
  • Godschalk Tielmansz Oem  ± 1356 – 1403 (Volgt 6a)
  • Elisabeth Oem ± 1360 – …. (Volgt 6b)

–

5b. Jan Simons (Oem) van Bysanten
Zoon van Simon Oem van Bysanten.
Bottelaar in 1351, schildknaap, rentmeester van Bewesterschelde in Zeeland in 1346, rentmeester van Zuid-Holland.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Kinderen:

  • Rutgera van Bysanten (Volgt 6c)
  • Symon Jansz van Bysanten
  • Floris van Bysanten
  • Geertrui van Bysanten

–

6a. Godschalk Tielmansz Oem
Geboren circa 1356, overleden in 1403. Zoon van Tieleman Gillisz Oem en  Catharina Jacobsdr van der Burgh.
Hij was gehuwd met Catharina van Woude. Geboren rond 1358.
Kinderen:

  • Tieleman Godschalksz Oem (Volgt 7)
  • Godschalck Godschalcksz Oem

 

6b. Elisabeth Oem
Geboren rond 1360. Dochter van Tieleman Gillisz Oem en Catharina Jacobsdr van der Burgh.
Zij was gehuwd met Meeus Noydensz van Amerongen
Geboren rond 1330. Zoon van Noyde van Amerongen (Zie Genealogie van Amerongen nr. 4).
Schepen van Dordrecht.
Kinderen:

 

–

6c. Rutgera van Bijsanten
Dochter van Jan Simons (Oem) van Bysanten.
Zij is getrouwd met Willem Nicolaesz van Muijlwijck. Geboren rond 1302 in Dordrecht. Zoon van Nicolaes van Muylwijck Jansz van Der Merwede en Alida de Monchablon.
Zoon:

 

7. Tieleman Godschalksz Oem
Geboren rond 1380. Zoon van Godschalk Tielmansz Oem en Catharina van der Woude.
Hij is getrouwd met Margareta Jansd Slingeland van den Tempel
Kinderen:

  • Petronella Tielmansdr Oem
  • Godschalk Oem van Wijngaarden  ± 1390 – 1462
  • Elizabeth Oem van Wijngaarden  …. – 1435
  • Diederik Tielmansz Oem  ± 1404 – ± 1480
  • Gerrit Oem  ± 1402 – ± 1441
  • Anna Oem
Link: Hogenda – Kwartierstaat
Zie ook: Genealogische Bronnen – JohnOoms.nl

Terug naar:

Welgeborenen

facebook            

© 10 mei 2015,    laatst bijgewerkt op  19 september 2023

Land van Arkel

Het Land van Arkel was een leenschap van de graven van Holland, tot aan 1412 beheerd door de Heren van Arkel. Het grondgebied strekte van de rivier de Merwede in het zuiden tot aan het hedendaagse Everdingen in het noorden, en van het riviertje de Linge in het oosten ongeveer tot de rivier de Lek in het westen. Hedendaagse plaatsen in het grondgebied zijn onder andere Leerdam, Leerbroek, Arkel, Heukelum, Asperen, Hagestein, Haastrecht en Gorinchem.

Uit: Wikipedia

Heren van Arkel

Wapen van Arkel

Arkel

Het geslacht van Arkel wordt voor het eerst vermeld in 1254, uit de tak van de heren van Ter Leede.
Deze heren stammen af van de oude tak  Van Arkel.

Periode           Naam                                      Opmerkingen

1234 – 1253   Herbaren II van der Lede krijgt het recht over de heerlijkheid Arkel (Arcelo, Arclo).

1253 – 1272   Jan I van Arkel Bijgenaamd De Sterke

 ? – 1297       Jan II van Arkel

? – 1324         Jan III van Arkel

1324-1327     Nicolaas van Oem Arkel         Zoon van Jan II; regent († 1345), verving zijn broer Jan III, omdat zijn zoon Jan IV nog niet oud genoeg was.                                          

1326 – 1360   Jan IV van Arkel

1360 -1396    Otto van Arkel

1396 – 1412    Jan V van Arkel                        Bijgenaamd De Stadhouder. Tijdens zijn bewind ontstonden de Arkelse Oorlogen.

1385 -1417     Willem van Arkel                      Opvolger en zoon van Jan V; het leenschap was echter ingevorderd  door het graafschap Holland.                                                             

In 2007 gaf Ines van Bokhoven de jeugdroman Verraad! De wraak van de graaf uit, een roman over Willem van Arkel en de Arkelse Oorlog.

Stamboom heren van Arkel

Eerste tak

 

Let wel! Bij de eerste zes generaties gaat het om legendarische personen. De vermelde data zijn schattingen.
Derhalve zijn deze generaties dan ook in het grijs vermeld.

1. Heijman van Arkel is geboren circa 770, is overleden in Pierepont.
Kind van Heijman uit onbekende relatie:

  • Jan van Arkel, geboren circa 800 (Volgt 2).

 

2. Jan van Arkel is geboren circa 800, zoon van Heijman van Arkel.
Zoon:

  • Heijman van Arkel (Volgt 3).

 

3. Heijman van Arkel
Geboren rond 840. Zoon van Jan van Arkel. Heiman was gehuwd met Tekla Wolbrand. Dochter van Wollebrand van Egmond.

Kind van Heiman en Tekla:

  • Jan van Arkel (Volgt 4).

 

4. Jan van Arkel is geboren rond 880. Zoon van Heiman van Arkel en Tekla Wolbrand. 
Kind van Jan uit onbekende relatie:

  • Heijman van Arkel (Volgt 5)

 

5.Heijman van Arkel is geboren rond 900, zoon van Jan van Arkel. Hij was ridder, eerst hoveling van keizer Lodewijk, daarna kamerheer van de Hertog van Lotharingen (Lorraine).
Heijman was gehuwd met Helena van Frankrijk. Kind van Heijman en Helena:

  • Fop van Arkel. (Volgt 6)

 

6. Fop van Arkel is geboren rond 920, zoon van Heijman van Arkel en Helena van Frankrijk.
Kind van Fop uit onbekende relatie:

  • Heijman van Arkel (Volgt 7)
Vermeldingen van de eerste zes generaties uit:
Dirck Franckensz Pauw (Theodericus Pauli). Kronijcke des Lants van Arkel ende der Stede van Gorcum 
Abraham Kemp – Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad Gorinchem (1656)

 

7. Heijman van Arkel is geboren rond 940, zoon van Fop van Arkel. Heijman is overleden in 980, 39 of 40 jaar oud. Heijman trouwde met Silla Tielmans van Friesland. Silla is geboren in 925, dochter van Tieleman van Friesland.
Kreeg van Tieleman, landvoogd van Oost-Friesland onder keizer Otto I De Grote, het bestuur over Neder-Friesland, het huidige Friesland. Hij werd hofmeester onder Graaf Dirk II Van Holland en werd door de graven van Holland en Teisterbant beleend met enige landen aan de Linge, later verenigd onder de naam “het Land van Arkel”. Het dorp Arkel (Arclo) wordt al vroeg vermeld, in 641 werd er een kerk gesticht. Heijman zou zich hier gevestigd hebben.
Kinderen van Heijman en Silla:

  • Dodo van Arkel, geboren in 958.
    Hij vestigde zich in Leerdam. Hij was heer van Dalen, Kedichem, Zeventer en van Haeften.
  • Foppe van Arkel (Volgt 8)

 

8. Foppe van Arkel  is geboren rond 960 in Arkel, zoon van Heijman van Arkel en Silla Tielmans van Friesland. Foppe is overleden in 1008 in Arkel, 47 of 48 jaar oud.  Hij was de eerste heer van Arkel en grondlegger van het Kasteel van Arckelerdamme. Foppe was gehuwd met Maria van Oyen. Maria is geboren in 960.
Kind van Foppe en Maria:

  • Jan I van Arkel (Volgt 9)
Vermeldingen:
Parenteel Heijman van Arkel

 

9. Jan I van Arkel (geboren ca. 1000 – overleden 1034) was heer van Arkel en Heukelom uit het eerste huis Arkel.
Hij was een zoon van Foppe van Arkel  en Maria van Oyen. Jan I huwde met Elisabeth van Cuijk (ca. 1010 – ca. 1030), een dochter van Willem van Cuijk. Jan stichtte rond 1020 een kerk te Leerbroek. Jan I vertrok naar het Heilige land vermoedelijk op pelgrimstocht om Jeruzalem te bezoeken. Vervolgens zou hij in Byzantijnse dienst getreden zijn en was hij aanwezig bij verscheidene acties tegen de Seltsjoek-Turken. Hij overleed tijdens een hinderlaag in Syrië. Hij werd opgevolgd door zijn zoon:

  • Jan II van Arkel (Volgt 10)
Uit: Wikipedia Jan I van Arkel

 

10. Jan II van Arkel (geboren vóór 1035 – overleden IJsselmonde, 7 januari 1077 ) was heer van Arkel en Heukelum uit het eerste huis Arkel. Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Elisabeth van Cuijk. Jan II huwde met Margaretha van Altena. Dochter van Dirk I van Altena (Zie Heren van Altena nr. 3) en Adela Bertouts. Tijdens Jan II’s regeerperiode stichtte hij een kerk te Spijk en ook in Dalem. Trok in 1076, met Robrecht de Fries en diens stiefzoon Dirk V van Holland, op tegen Koenraad, de Bisschop van Utrecht, en hielp het slot te IJsselmonde belegeren. Hij kwam om het leven bij die opstand bij IJsselmonde, mogelijk kon dit ook de Slag bij IJsselmonde zijn geweest.
Kinderen:

  • Johanna van Arkel ± 1055 (Volgt 11a)
  • Jan III van Arkel  ±1065 – ±1115 (Volgt 11b)
Uit: Wikipedia – Jan II van Arkel

 

11a. Johanna van Arkel 
Geboren circa 1055. Dochter van Jan II van Arkel en Margaretha van Altena.
Zij was gehuwd met Robert IV van Heusden. Geboren 1046,  overleden 1092. Heer van Heusden. Zoon van Jan II van Heusden en Margriet van Steenvoort.
Uit dit huwelijk:

 

 

11b. Jan III van Arkel (geboren ca. 1080 –  overleden 1115/1118) was heer van Arkel van de eerste generatie van het Huis Arkel.
Hij was een zoon van Jan II van Arkel en Margaretha van Altena. Jan trok in het contingent van Robrecht II van Vlaanderen mee op de Eerste Kruistocht. Hij was toen nog een knaap en werd na het bereiken van Jeruzalem tot ridder geslagen door Godfried van Bouillon.
Een sage vertelt over een voorval van Jan van Arkel tijdens zijn reis naar het Heilige Land. Van Arkel kreeg het aan de stok met een Italiaanse edelman, die beweerde dezelfde wapentekens te dragen. Men mag ervan uitgaan dat het Huis Arkel voor 1215 ook al een soort wapen had, Van Arkel kon dit niet over zijn kant laten gaan en eiste een duel, dat eindigde in het voordeel van Van Arkel.
Thuis teruggekeerd uit Jeruzalem huwde hij met Aleid of Adelheid van Heusden (1060-1145), een dochter van Jan II van Heusden. Zijn vrouw was mogelijk al weduwe uit een vorig huwelijk, omdat er een groot leeftijdsverschil was. Samen kregen ze de volgende kinderen:
– Jan IV van Arkel, die Jan III opvolgde (Volgt 12a).
– Folpert van Arkel, oprichter van het huis van der Lede(Volgt 12b)

 

Uit: Wikipedia – Jan III van Arkel

 

12a. Jan IV van Arkel (overleden 1143) was heer van Arkel uit de eerste generatie van het huis van Arkel. Hij was een zoon van Jan III van Arkel en Adelheid van Heusden. Er is maar weinig bekend over Jan IV’s regeerperiode. Hij neemt mogelijk deel aan de diverse acties tegen de Friezen in 1132 en 1133. Hij huwde met (Aleidis) van der Aare en hij kreeg de volgende kinderen:

  •  Jan V van Arkel (Volgt 13a)
  •  Jeanne van Arkel, gehuwd met Alewijn III van Leyden van Pendrecht (Volgt Burggraven van Leiden nr. 3)

 

12b. Folpert (van Arkel) van der Lede (geboren ca.1115) was de eerste heer van der Lede.
Hij was een zoon van Jan III (de kruisvaarder) van Arkel en Adelheid (Aleid) van Heusden. Folpert erfde na de dood van zijn vader het gebied Van der Lede (hedendaags Leerdam) en stichtte het huis Van der Lede. In Gelderse almanakken komt Folpert naar voren als een bedrieglijk landheer. Folpert huwde met een nog onbekende vrouw, met wie hij een zoon en opvolger kreeg:

  • Herbaren I van der Lede (Volgt 13b)
Uit: Wikipedia – Folpert (van Arkel) van der Lede

 

13a. Jan V van Arkel (ca.1105 – ca.1170) was heer van Arkel uit de eerste generatie van het huis van Arkel.
Hij was een zoon van Jan IV van Arkel. In een charter boek in Jeruzalem is gevonden dat hij in 1124 de stad Jeruzalem met het Heilige graf heeft bezocht. Hij zou daar diversen keren zijn diensten hebben aangeboden in de strijd tegen de moslims, waarna hij door Boudewijn II van Jeruzalem tot ridder van het Heilige graf is geslagen. Trok na terugkomst mee met Dirk VI van Holland op tegen de Westfriesen, dit deed hij twee keer. Jan V sneuvelde bij de Slag bij drie fonteinen (dichtbij Brussel). Jan V huwde diverse keren, eerst met eene Petronella, hij huwde vervolgens met Geertruida van Loon, een dochter van Hendrik van Loon, waarmee hij (minstens) een zoon en opvolger  kreeg. En enkele jaren later met Adelheide van Loon en ook nog mogelijk met Christina van Steenvoorde.
Jan VI van Arkel (Volgt 14a)

 

13b.Herbaren I van der Lede (Latijn; Harbernus de Leda (Liethen)) (geboren Langerak, 1140 – overleden omstreeks 1200) was heer van Ter Leede. Herbaren I was de stamvader van het huis Ter Leede. Hij werd als getuige genoemd bij een samenkomst van Hardbertus, bisschop van Utrecht in 1143; mogelijk ging het hier om de doping van Herbaren. In een Hollandse kroniek wordt hij beschreven als Harbernus de Liethen, mogelijk gaat het over een vorm- of drukfout, want Liethen verwijst naar de oude benaming van Leiden. Onder zijn leiding werd mogelijk het Mottekasteel gebouwd dat bij het recht van ter Leede stond (enkele kilometers ten zuiden van Leerbroek). Wordt genoemd als ambachtsheer van Haastrecht. Herbaren huwde met Adelheid een dochter van Willem van Altena en zij kregen minstens twee zonen:

  • Floris Herbaren van der Lede (1170-1207) (Volgt 14b)
  • Folpert van der Lede (1175-1212) (Latijn: Walpertus of Volpertus de Leda) (ca. 1175 – 1212) was heer van der Lede (1207-1212) en heer van Asperen (1204-1212). Hij was een zoon van Herbaren I van der Lede. Folpert komt voor het eerst in geschrifte voor in 1204, waar in hij samen met zijn broer Floris Herbaren van der Lede (Florentinus de Leda) een kasteel te Asperen krijgt toegewezen.De gebroeders steunen vervolgens de gravin Ada van Holland tijdens de Loonse Oorlog, het kasteel in Asperen wordt tijdens deze oorlog verwoest. Als in 1207 de vrede wordt getekend, wordt Floris Herbaren alsnog door huurlingen omgebracht. Folpert neemt het regentschap vervolgens op zich. Hij koestert een wrok tegen de nieuwe graaf van Holland, en laat dit merken door diverse plundertochten te houden op Hollands grondgebied. Folpert wordt in 1212 opgepakt voor zijn wandaden en vervolgens onthoofd. Hij werd opgevolgd door zijn neef Herbaren II van der Lede.(Volgt 14b).
Uit: Wikipedia – Herbaren I van der Lede

 

14a. Jan VI van Arkel (overl. 28 juni 1227) was heer van Arkel.
Hij was een zoon van Jan V van Arkel en Geertruida van Loon. Jan VI huwde met Margaretha van Nyvelle, een dochter van Boudewijn van Nyvelle, bij wie hij een opvolger verwekte. Hij ging in 1180 mee met Floris III van Holland op pelgrimstocht naar het Heilige land. Hij ging in het contingent van Willem I van Holland mee op de Vijfde Kruistocht, zijn zoon Jan VII zou hieraan ook deelgenomen hebben. Na het Beleg van Damiate (1219) verkregen de heren van Arkel uit dank voor hun deelname een symbolisch wapen, waar voortaan het huis Arkel aan verbonden zou zijn. In 1227 nam Jan deel aan de Slag bij Ane samen met zijn neef Herbaren II van Lede. Jan sneuvelde in de confrontatie met de noorderlingen.
Jan en Geertruida hadden een zoon:

  • Jan VII van Arkel(Volgt 15a).

 

14b. Floris Herbaren van der Lede (Latijn; Florentius de Leda) (ca.1170 – ca.1207) was heer van der Lede van 1200 tot zijn dood. Hij was een zoon van Herbaren I van der Lede en een dochter van Willem van Altena. Floris wordt genoemd in een charter van een Gelderse kroniek uit 1204, dat hij samen met zijn jongere broer Folpert (Walpertus) de heerschappij krijgt van een klein kasteel te Asperen. Ditzelfde kasteel werd tijdens de Loonse Oorlog vernietigd door Willem I van Holland. In 1207 ondertekent Floris een oorkonde tot overgave tezamen met Ada van Holland en Lodewijk II van Loon. Datzelfde jaar wordt Floris om het leven gebracht door huurlingen van de koning van Engeland en de graaf van Holland.
Floris huwde omstreeks 1200 met Jacomijn van Schoonhoven, een dochter van Hugo Botter, heer van Schoonhoven, ze kregen samen vier zonen en een dochter:

  • Herbaren II van der Lede (Volgt 15b)
  • Jan I van der Lede
  • Floris van der Lede
  • Willem van der Lede
  • Onbekende dochter, huwde de heer van Malberg.
    Floris had ook een buitenechtelijke zoon, Samson van der Lede genaamd. Na het overlijden van Floris nam zijn broer Folpert tussen 1207 en 1212 het regentschap over het gebied van der Lede over.
Uit: Wikipedia: Floris Herbaren van der Lede

 

15a. Jan VII van Arkel (overleden 24 juni 1234) was heer van Arkel en laatste telg uit de eerste generatie van het huis Arkel. Hij was een zoon van Jan VI van Arkel en Margretha van Nyvelle. Jan VII huwde met Maria van Vernenburg, een kleinkind van graaf Otto I van Bentheim. Jan VII zou met zijn vader deel hebben genomen aan de Vijfde Kruistocht, en na het gevecht op Egyptische grond het symbolische stamwapen hebben verkregen waar het huis van Arkel aan verbonden werd. Jan VII trok als trouw vazal van Floris IV van Holland mee op tegen de Stadingers, een groepering die zich tegen de bisschop van Münster hadden gekeerd. Tijdens een veldslag nabij de rivier de Wezer sneuvelde van Arkel op 24 juni 1234. Jan VII overleed zonder enig rechtmatig nageslacht, waardoor de heerlijkheid Arkel werd geërfd door het huis van der Lede. Herbaren II van Lede betrok het landgoed en liet de heerlijkheid van der Lede aan zijn broer.

 

15b. Herbaren II van der Lede (geboren Langerak c.1205 – voor 1258) was heer van Ter Leede en vanaf 1234 heer van Arkel (Arcelo) en het omringende land. Hij wordt op de volgende manieren genoemd; Herbaren II van der Leede (Herbertus, Harbertus; De Leide, De Leda, De Ledhe, Van der Lede) in diversen kronieken.
Hij was een zoon van Floris Herbaren van der Lede (Zie 14b), die de heerlijkheid Lede bezat (nabij het hedendaagse Leerdam).
Nadat Jan VII van Arkel sneuvelde op 24 juni 1234 erfde hij de heerlijkheid Arkel, omdat hij uiteindelijk ook afstamde uit het huis van Arkel.
Herbaren ging zich tussen 1243 en 1253 heer van Arkel noemen en liet zijn domein Ter Leede na aan zijn jongere broer Jan. Hiermee werd Herbaren de stamvader van het huis Arkel. In 1227 wordt Herbaren geridderd (wordt genoemd onder de ‘Nobilis’), en neemt met de Utrechtse bisschop Otto van Lippe deel aan de Slag bij Ane, de slag verloopt dramatisch maar Herbaren weet te ontkomen. In 1230 krijgt hij het leengoed Heukelom toegewezen en werd hij ook genoemd als heer van Liesveld en Nieuwpoort. In 1251 is hij betrokken bij ontginningswerk in de Alblasserwaard en Krimpenerwaard om het land van Arkel uit te breiden. Herbaren huwde met Alverade van Heusden dochter van Jan III van Heusden (Zie Heren van Heusden nr. 14) en zij kregen de volgende kinderen:

  • Jan van Arkel (ca. 1233 – Gorinchem, 15 mei 1272) heer van Arkel vanaf 1253 tot 1272. (Volgt 16)
  • Herbaren, heer van den Berghe (1240-1280) (Volgt  Heren van den Berghe nr. 1)
  • Hugo Botter van Arkel, heer van Schoonhoven (1247 – 1284), getrouwd met Asekin van Cats (Zie Vrijheren van Cats nr. 6)
  • Otto I van Arkel (1254-1283), heer van Heukelom en Asperen (Volgt Heren van Heukelom nr. 1)
  • Mabelia van Arkel, gehuwd met Godschalc van de Merwede (Volgt Heren van der Merwede nr. 4b)
  • Elisabeth van Arkel, gehuwd met Willem II van Strijen (Volgt Heren van Strijen nr. 4)
  • Alverade van Arkel. Zij trouwde met Wouter II Uten Goye (Volgt Graven van Goye nr. 8b)
Vermeldingen:
Wikipedia – Herbaren II van der Lede
Het verleden van Arkel.- Mr. J.W. van Groesbeek  –  pag 5 t/m 9
De heren van Arkel | Collectie Groesbeek – 1954
Parenteel Heijman van Arkel

 

Tweede tak

Heren van Arkel

Arkel

Jan de Sterke

Jan de Sterke van Arkel

16. Jan I van Arkel bijgenaamd de Sterke (ca. 1233 – Gorinchem, 15 mei 1272) was uit de tweede generatie heer van Arkel  vanaf 1253 tot zijn dood. Verdere bezittingen waren Noordeloos, Bergenambacht, Heukelom, Hoog Blokland, Slingelandt, Stolwijk en Willige Langerak.
Hij was een zoon van Herbaren II van der Lede, erfgenaam van Jan VII van Arkel, en  van Alverade van Heusden.
Jan wordt voor het eerst genoemd in een Latijnse kroniek uit 1253, daarin staat hij vermeld als Johannes miles dominus de Arkele (Jan, ridder, Heer van Arkel). Daarna wordt hij nog meerdere malen in aktes over beleningen genoemd. In 1253 komt hij samen met zijn broer Herbaren voor in een akte als getuige voor Jan I van der Lede. Op 25 juni 1254 is Jan getuige bij een verbond van Jan van der Lede en Hugo van Arkel om Floris van Dalem het bezit van Dalem te vergeven als leenbeheer. Hij nam deel aan de oorlogen tegen de opstandige Westfriezen, onder leiding van zijn leenheer Willem II van Holland. Krijgt rond 1260 het leengoed van den Berghe (hedendaagse Bergambacht) toegewezen van het Graafschap Holland, die hij in lening geeft aan zijn broer Herbaren. Op 29 oktober 1263 beleent Jan eene Otto met Slingelandt. Op 23 augustus 1264 verleent hij samen met Willem van Brederode het recht aan Hendrik van Alblas om een watergracht of kanaal te graven (Jan wordt dan voor het laatst vermeld in een document. Jan I werd bijgenaamd De Sterke, hij zou zich eens voor de grap aan de poort van Gorinchem opgetrokken hebben met zijn paard. In 1267 begon hij met de bouw van het kasteel van Gorinchem.
Hij was 1e gehuwd met Bertha van Ochten, dochter van Hendrik van Ochten (Zie Heren van Ochten nr. 4) en Jutta.
Jan en Bertha kregen drie kinderen:

  • Jan II (Volgt 17)

  • Arnold, heer van Noordeloos (Volgt Heren van Dalem nr. 1)

  • Margaretha (1312 †), huwde Hubrecht van Beusichem, heer van Culemborg

Jan I van Arkel trouwde 2e met Yda van Andel. Geboren omstreeks 1225, overleden in 1285.
Uit dit huwelijk een dochter:

  • Margaretha van Arkel  1260 – 1303

Jan van Arkel werd met zijn vrouw bijgezet in een graftombe in de kerk van Gorinchem. In 1604 werden de beenderen verwijderd en ergens anders begraven.

Vermeldingen:
Wikipedia- Jan I van Arkel
Geneanet – Jan I van Arkel

 

–

17. Jan II van Arkel
Geboren omstreeks 1255 – overleden bij Vronen op 27 maart 1297.
Hij was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood. Hij was een zoon van Jan I van Arkel en Bertha van Ochten. Hij was vóór 1269 nog minderjarig, zodat het regentschap door zijn moeder werd waargenomen. Jan komt in meerdere akten voor. In 1273 kocht hij de havenplaats Gorinchem van de graaf van Bentheim (of geërfd?).
Tijdens de instelling van de Orde van Sint Jacob werd hij tot ridder geslagen door graaf Floris V van Holland.
In 1288 nam hij aan Brabantse zijde deel aan de Slag bij Woeringen. In 1290 erkende hij Floris als zijn leenheer voor zijn kasteel in Gorinchem en kreeg daarvoor in ruil het recht om er tol te heffen. Jan was een van de ondertekenaars van een brief van de Hollandse adel aan koning Eduard I van Engeland.
Floris V leende in 1292 12.000 Hollandse ponden van Jan van Arkel, Richoud van Noordeloos (ongetwijfeld een achterneef van Jan) en Lambrecht de Vriese.
Toen Floris V in 1296 werd vermoord, nam Jan samen met de heren van Wassenaar en van Borsselen het bestuur van Holland tijdelijk op zich.
In 1297 kwam hij om het leven bij de Slag van Vronen (thans Sint Pancras). Hij werd begraven in Gorinchem.
Jan huwde met Bertrouda van Sterkenborg, dochter van Gerard van Sterkenburg (Zie Heren van Sterkenburg nr. 4).
Kinderen:

  • Jan III (1280-1324) (Volgt 18a)
  • Mabilia (1284-1317)(Volgt 18b), trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
  • Herbaren, heer van Slingeland (ca. 1275 – ca. 1325) (Volgt 18c)
  • Johanna van Arkel van Bockhoven. (Volgt 18d)
  • Nicolaas Oem van Arkel (1280/85-1345), heer van Emmikhoven.
    Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
    Hij sneuvelde in 1345 bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven (1275-1320). (Zie Oem van Arkel).
Uit: Wikipedia – Jan II van Arkel

Zie ook: Parenteel Jan II van Arkel

–

–

18a. Jan III van Arkel  (geboren ca. 1275 –  overleden 24 december 1324) was heer van Arkel vanaf 1297 tot zijn dood.
Hij was een zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg. Hij volgde zijn vader op in 1297, nadat deze gesneuveld was bij de slag van Vronen. Jan III breidde het Arkelse grondbezit verder uit en kocht landerijen in Holland en Brabant en was raadsman van bisschop Gwijde van Avesnes van Utrecht. In 1304 kreeg hij het grondbezit van de heren van Ter Leede, omdat de familietak was uitgestorven en de van Arkels eerste in lijn waren.
Hij stond hoog in de gunst bij Willem III van Holland en werd in 1321 belast om als scheidsrechter uitspraak te doen in de geschillen tussen Willem III van Holland en Jan I van Brabant. In de volgende jaren is Jan III niet meer in de gunst. Mogelijk is hij op de achtergrond gedrongen door Willem van Duivenvoorde. Ook in 1321 benoemt hij zijn oudste zoon tot drossaard van Ter Leede. Deze gaat als Jan van der Lede door het leven tot 1324 (na het overlijden van Jan III) wanneer hij zich gewoon weer Van Arkel noemt.
Jan is begraven in Gorinchem, bij zijn eerste vrouw.

Jan had een zeer turbulent huwelijksleven:
Jan huwde in 1293 een eerste maal met Mabelia van Voorne (1273 – 26 februari 1313), dochter van Albrecht van Voorne (zie heren van Voorne II nr. 7 ) en Aleyd van Loon, met wie hij drie kinderen kreeg:

  • onbekend, jong overleden
  • Mabelia 1295 -1318, getrouwd met Willem de Cocq van Weerdenburg tot Isendoorn.
  • Jan IV 1305-1360 (Volgt 19a)

Jan heeft Mabelia in 1305 verstoten, op 5 december 1305 gaf hij haar een inkomen uit de tienden van Leerdam.
Mabelia is begraven in Gorinchem.

In 1310 had Jan III nog twee onwettige huwelijken gesloten, uit een van die huwelijken kwam:

  • Dirk Alras van Arkel

Jan trouwde in 1314 voor de tweede keer, nu met Cunegonde van Virnenburg.Dochter van Robert II van Virneburg (Zie Graven van Virneburg nr. 8b) en Kunegonde van Cuijk.
Kinderen van Jan en Cunegonde:

  • Jan, bisschop van Utrecht en Luik, (1314-1378)
  • Robrecht, heer van den Berghe, (1320-1347) was bevelhebber tijdens het Beleg van Utrecht (1345).
  • Cunegonde (1321-1346), huwde met Jan, heer van Heusden.
  • Margaretha ….- 1368 (Volgt 19b)

Het huwelijk met Cunegonde vertoonde in 1323 grote scheuren, omdat ze met haar kinderen gevlucht was naar een klooster in Linschoten, waar ze in 1326 nog zat.

Uit: Wikipedia – Jan III van Arkel

–

18b. Mabilia van Arkel (1284-1317)(Volgt 18b)
Dochter van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
Zij trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
Zonen:

–

18c. Herbaren van Arkel
Geboren circa 1275 –  overleden  circa 1325, zoon van Jan II van Arkel en Bertrouda van Sterkenborg.
Heer van verspreide bezittingen in de Groote of Hollandsche Waard, de Alblasserwaard, de Vijfherenlanden en het Land van Altena, bekend als Herbaren van Arkel, heer van Molenaarsgraaf en heer van Slingeland. Hij trouwde met Odilia van Cuijk (ca. 1295 – voor 1317), dochter van Albert Otto van Cuijk en Aleidis van Diest.
Dochter:

Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt (geboren 1310 – overleden  ca. 1340). Gehuwd met Jan Janszoon van den Tempel (Volgt Heren van Slingeland nr. 19b).

–

18d.  Johanna van Arkel van Bockhoven
Zij huwt met Claes Oem. Overleden  na 1359. Zoon van Cleys Oem en Elisabeth Vrank van Dordrechtsdochter.
Hij was ambachtsheer van Dubbeldam. Schout van Dordrecht in 1325.
Hij mag niet verward worden met zijn tijdgenoot en zwager Nicolaas Oem van Arkel.
Kinderen:

Uit:
Geni – Johanna van Arkel van Bokhoven
Wikitree – Johanna van Arkel van Bokhoven

–

19a. Jan IV van Arkel
Overleden 5 mei 1360. Zoon van Jan III van Arkel en Mabelia van Voorne.
Heer van Arkel vanaf 1326 tot zijn dood.

Jan IV werd kort na de dood van zijn vader vertrouweling en adviseur aan het hof vanHolland voor Willem IV. Toen zijn halfbroer Jan tot bisschop van Utrecht werd verkozen, trok hij zich terug uit het Hollands bestuur. Zijn macht bleef echter groeien door het verkrijgen van meer grondgebied.

Dat werd anders zodra graaf Willem IV omkwam bij de slag bij Warns in 1345. De tegenstelling met het geslacht Duivenvoorde werd verscherpt, toen Willem van Duivenvoorde een belangrijke plaats innam in het bestuur van Margaretha van Beieren. Jan IV sloot zich daarom aan bij Willem V van Holland. Hij steunde zijn halfbroer in het conflict met het Oversticht met een lening en steundeReinoud III, hertog van Gelre tijdens het Beleg van Tiel in 1350. De tegenstelling tussen moeder (Margretha) en zoon (Willem V) groeide meer en meer, waardoor Van Arkel hem ook verder in de strijd tegen Margaretha steunde. Hij kreeg daarbij de heerlijkheden van de Lek en Haastrecht toegewezen. Er werd een Kabeljauwse verbondsakte getekend, samen met drie andere Kabeljauwen, te weten Gerard III van Heemskerk, Gijsbrecht II van Nijenrode en Jan I van Egmont. Dit luidde de Hoekse en Kabeljauwse twisten in.

Zo krijgt Jan IV een belangrijk aandeel in de eerste strijd tussen Hoeken en Kabeljauwen. Hij nam deel aan den slag op de Maas (1351) en was opperbevelhebber bij het Beleg van Geertruidenberg (1351-1352). Zodra Willem V zich weer verzoende met de Hoeken in 1355 moest Jan IV weer wat landerijen inleveren, wat tot een conflict leidde dat pas in 1359 werd opgelost door middel van leengoederen.

Nadat Willem V wegens krankzinnigheid zijn regering moest neerleggen, stelde Jan IV zich tegenover Albrecht van Beieren op. Jan van Arkel zag liever dat hij en zijn aanhang het bestuur toevertrouwden aan Machteld van Lancaster (1358), vrouw van Willem V. De vrede kwam echter kort daarop tot stand.

Jan IV overleed in het voorjaar van 1360 en werd opgevolgd door zijn zoon Otto van Arkel.

Jan IV huwde in 1327 met Irmengarde van Kleef, dochter van Otto de graaf van Kleef (Zie Graven van Kleef nr. 11a). Dit huwelijk bracht flinke aanzien binnen het geslacht van Arkel en de graaf van Holland noemde hem Zijne lieve neve. Ze kregen vier kinderen samen:

  • Machteld (1330-1381), huwde Willem V van Horne, heer van Altena
  • Jan (1352†)
  • Otto van Arkel (Volgt 20)
  • Elizabeth (1365-1407), huwde Borre van Haamstede

Verder had hij vier bastaard kinderen:

  • Jan van Kervenem
  • Jan van der Donk
  • Jan van Wolferen
  • Goedeken van Arkel (De Hoghe) (Volgt Genealogie De Hoghe nr. 1).

 

Margaretha van Arkel maakt na het overlijden van haar man Gijsbrecht, als ze in Utrecht woont, een wandkleed waarop de kwartieren van de wapens van beiden staan: van Arkel, Both van der Eem, van Virnenburg en van Steyn.

19b. Margaretha van Arkel
Overleden 13 juni 1368. Dochter van Jan III van Arkel en Cunegonde van Virnenburg.
Zij huwde met Gijsbrecht III Both van der Eem, zoon van Gijsbert II Both van der Eem en Johanna van Steyn.
Hij was heer van Eem (Eemkerk, een tegenwoordig verdronken dorp in de Groote of Hollandsche Waard). Als weduwe was ze actief voor de zakelijke belangen van haar halfbroer Jan en stichtte (of herstichtte) ze het Minderbroederklooster (Utrecht). Ze is begraven in de Dom van Utrecht.
Dochter:

–

19c. Elisabeth van Arkel, vrouwe van Slingelandt
Geboren 1310 – overleden  ca. 1340. Dochter van Herbaren van Arkel en Odilia van Cuijk.
Zij was gehuwd met Jan Janszoon van den Tempel
Zoon:

  • Jan Jansz van den Tijmpel, gezegd van Slingelandt (ca. 1340 – ca. 1428)(Volgt Heren van Slingeland nr. 19b).

–

20. Otto van Arkel
Geboren ca.1330 – overleden 26 maart of 1 april1396. Hij was heer van Arkel van 6 mei 1360 tot zijn dood.
Hij was een zoon van Jan IV van Arkel en Irmengarde van Kleef. Otto was oorspronkelijk tweede in lijn van opvolging, totdat zijn oudere broer Jan omkwam bij een paardentoernooi in Dordrecht 1352. Tijdens Otto’s bewind werden de landgoederen opnieuw uitgebreid. Zo werd de heerlijkheid Haastrecht opnieuw verkregen en werd Liesveld toegevoegd in 1379. Otto trad ook toe tot de adviseurs van Albrecht van Holland in 1381. Tevens maakte Otto aanspraak op het graafschap Kleef nadat Jan van Kleef, een oom van Otto’s moeder Irmengarde, overleed. Dit graafschap werd echter aan Adolf II van der Mark geschonken. Hierna zou er een grote vijandschap ontstaan tussen de Van Arkels en Van Kleefs.

In 1382 verleende Otto stadsrechten aan onder meer Gorinchem, Hagestein en Leerdam. Otto richtte zich de jaren daarna erop om van het kasteel Hagesteinen het dorp Gasperen een bolwerk te maken en tot stad te verheffen. Dit omdat hij voortdurend in conflict lag met de heren van Vianen, die hun gebied steeds meer naar het zuidwesten uitgebreid (Noordeloos, Meerkerk) hadden, waardoor verderop gelegen landerijen van Arkel geïsoleerd kwamen te liggen. Daarbij kwam nog dat de heren van Vianen voor de Hoekse-partij waren.

Otto van Arkel huwde in 1360 te Deventer met Elisabeth de Bar-Pierrepont (†1410), vrouwe van Pierrepont en erfdochter van Theobald van Bar-Pierrepont (Zie Graven van Bar nr. 10). Zij kregen samen een zoon en latere opvolger:

–

21. Jan V van Arkel
Geboren Gorinchem, 1362 – overleden Leerdam, 25 juli/augustus 1428. Hij was heer van Arkel, ambachtsheer van Haastrecht, Hagestein en stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland.

Hij was een zoon van Otto van Arkel en Elisabeth de Bar-Pierrepont. Jan V verkreeg in 1380 het ambachtsheerschap van Haastrecht en in 1382 dat van Hagestein. Na de dood van zijn vader in 1396 sloot hij zich aan bij de hofraad van de graaf van Holland.

Onder Albrecht van Beieren, graaf van Holland, werden er diverse schermutselingen omtrent de Hoekse en Kabeljauwse twisten uitgevochten. Jan V was een trouwe bondgenoot van Albrecht omdat beiden van de Kabeljauwse partij waren, maar tijdens een campagne tegen de Westfriezen kwam Jan V in conflict met Albrechts zoon Willem van Oostervant, daarbij speelde ook de affaire rond Aleid van Poelgeest een bijrol. Willem verkondigde aan zijn vader Albrecht dat Van Arkel geen trouw bondgenoot meer was, waarna Van Arkel zichzelf tot onafhankelijk heerser verklaarde. Jan van Arkel speelde daarna een belangrijke rol in de Arkelse oorlog (1401-1412). Hierbij leverde hij strijd met hoofdzakelijk de graaf van Holland. Uiteindelijk moesten de ‘Arkelsen’ het onderspit delven. Jan V van Arkel verloor zijn bezittingen, en moest de jaren 1415-1426 doorbrengen in gevangenschap. Enkele jaren later overleed hij (1428).

Jan van Arkel huwde op 18 oktober 1376 met Johanna van Gulik, dochter van hertog Willem II van Gulik (Zie Hertogen van Gulik nr. 13) en Maria van Gelre (Zie Hertogen van Gelre nr. 12),  erfgename van Gelre. Zij kregen samen twee kinderen:

  • Willem van Arkel (†Gorinchem, 1 december 1417)
  • Maria van Arkel (†IJsselstein, 1415) (Volgt 22) , die huwde met Jan II van Egmond (Zie Heren van Egmont nr. 18)

Voorts verwekte hij enkele bastaarden:

  • Otto († Utrecht, 1475), huwde met Jacobje van Arkel en had nakomelingen.
  • Henneke († 1420), die huwde met Jan van Egmond heer van Wateringen.
  • Dirk

Zijn vrouw was al vroeg gestorven, in 1394. Willem van Arkel, hun zoon, kwam om toen hij de stad Gorinchem, jarenlang Arkels bezit, probeerde te heroveren. Hij was toen naar schatting 30 tot 34 jaar oud. Aangezien Willem geen nakomelingen had – afgezien van vier bastaarddochters – kwam er een eind aan de Van Arkel-dynastie. Het Land van Arkel kwam grotendeels in handen van Holland en de hertog van Gelre.

–

22. Maria van Arkel
Geboren circa 1385 te Gorinchem, overleden op 19 juli 1415 te IJsselstein.
Zij was Vrouwe van Egmont en IJsselstein, door haar huwelijk met Jan II van Egmont.
Ze was een dochter van Jan V van Arkel en Johanna van Gulik, via wie ze afstamde van het huis Gulik. Haar ooms Willem III van Gulik en Reinoud van Gulik waren hertogen van Gelre. Doordat beide hertogen geen wettelijke erfgenamen hadden, kwam het huis van Arkel vanwege deze familiebanden in aanmerking voor de erfopvolging.

Maria die in circa 1385 werd geboren, werd na de dood van haar moeder in 1394 opgevoed aan het hof van Gelre. Na het huwelijk van haar oom Reinoud IV van Gelre in 1405 werd ze hofdame van zijn vrouw Maria van Harcourt. Haar vader Jan van Arkel, die in 1402 de Arkelse Oorlogen was begonnen, vluchtte in 1406 naar Gelre, het volgend jaar gevolgd door haar broer Willem van Arkel.Ondanks dat haar broer Willem nog geen goede partij was getrouwd, werd er voor Maria in 1407 plannen gemaakt. Jan van Egmont (bijgenaamd: “met de bellen”) een Hollandse edelman lijkt een gegadigde en slaat zijn slag op een feest op het kasteel van Caster in het hertogdom Gulik op 13 september 1407. Hij schaakt en ontvoerd haar (iets wat bij middeleeuwse hofmakerij hoorde) en op 15 september worden de twee bij Lobith terug gevonden. Aan het hof van Gelre word met Reinoud IV besloten tot een huwelijk en Reinoud geeft ze een huwelijks schat van 6000 schilden. Op 24 juni 1409 trouwen de twee en nemen hun intrek op het kasteel van IJsselstein. Jan II van Egmond was een zoon van Arend van Egmont (Zie Heren van Egmont nr. 17a) en Jolanda van Leiningen (Zie Graven van Leiningen II nr. 7a).
Ze kregen twee zoons:
  • Arnold (-1473), was van 1423 tot 1465 en van 1471 tot zijn dood in 1473 hertog van Gelre en graaf van Zutphen.
  • Willem (1412-1483), stadhouder van Gelre (Volgt Heren van Egmont nr. 19)

Maria overleed op 19 juli 1415 en zou niet meer mee maken dat haar zoon Arnold in 1423 Hertog van Gelre werd. Haar kleindochter Maria van Gelre (1434-1463) zou het zelfs tot koningin van Schotland schoppen, door haar huwelijk met Jacobus II van Schotland.

Links:
Wikipedia – Land van Arkel
Het verleden van Arkel.  (archeologiegorinchem.com)
Literatuur:
Groesbeek, J.W. (1954), “De heren van Arkel”, De Nederlandsche Leeuw 1954, kol. 216.
Waale, M.J. (1990) De Arkelse Oorlog, 1401-1412. Hilversum: Verloren.
Genealogie Van Arkel
Dirck Franckensz Pauw (Theodericus Pauli). Kronijcke des Lants van Arkel ende der Stede van Gorcum 
Abraham Kemp – Leven der doorluchtige heeren van Arkel, ende jaar-beschrijving der stad Gorinchem (1656)

Heren en Vrouwen van…

 

© 31 augustus 2014, laatst bijgewerkt op  27 augustus 2024

Verklaring:
1. Als verwantschapsnaam een bijnaam voor iemand die onder een bepaalde groep personen als oom bekend stond en vermoedelijk in de familiebetrekkingen oom was van één of meerderen van hen.
Vergelijk de voorbeelden bij de familienaam Oom (Oem):

  • Jan Oem
    Overleden 1369. Bastaardzoon van Dirck II van Wassenaer, die blijkens oorkonden een zekere relatie ten aanzien van bezittingen met zijn neef Heer Dirck III van Wassenaer onderhield.
  • Nicolaas Oem van Arkel
    Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Ook was hij regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
  • Jacob Oom Dircxz
    De helft van 15 morgen land met het huis dat erop staat in Hodenpijl (20-4-1399) te versterven in 3 gelijke delen op zijn 3 wettige zoons Claes, Jacob en Dirck. Komt een van hen kinderloos te overlijden, dan erven beide overgebleven
    broers elk de helft van zijn aandeel, komen twee broers kinderloos te overlijden dan erft de
    derde het gehele leen. Bij kinderloos overlijden van alle drie en van eventuele andere
    kinderen, komt het leen aan Claes Wouter Oem, neef van Jacob Oom Dircxz. en bij gebreke
    van deze op de nakomelingen van Dirck Oem, de vader van Jacob Oom Dircxz.

2. Als patroniem kan Oomen, evenals Oomkens, Ooms en andere varianten van de van oudsher Germaanse voornaam Odmar (Odomarus, Omaar) zijn afgeleid, een samenstelling van od = ‘erfgoed’ en mar = ‘beroemd’.

 

Naamsvermeldingen en literatuurreferenties:

• Voorouder van een Alblasserwaardse familie: Adriaen Adriaenszoon Oom, geb. voor 1525, won. in Nieuwpoort; de -s-uitgang wordt enkele generaties later toegevoegd, o.a. bij Adam Janszoon Ooms, huw. Groot-Ammers 1664 [L. Ooms, ‘Enkele voorouders van J.W. Ooms’, in: Kwartaalblad Historische Vereniging Binnenwaard 10 (1993), nr 3, p 81-86].
• Laurens Ooms (Utrecht 1838-1889); zoon van Philip Philipoom / Ooms (Utrecht 1807-1889); zoon van Johannes Hendrik Ohm = Hendrik Philip Oom / Ooms (Utrecht 1775-1807) – via een andere zoon ontstaat een tak met de naam Philipoom; zoon van Johannes Philip Ohm = Johannes Philippus Ooms, ged. 1749, ovl. Utrecht 1793 .
• [N.J. Bruyniks, ‘O… Ooms, bedoel je die!?’, in: Kwartaalblad Historische Vereniging West-Alblasserwaard 11 (1992), nr 3, p 14].
• Vijf eeuwen Ooms [N.J. Bruyniks, J. Ooms, L.Ooms, T.G. Ooms , Schoorl 1995. Beginnend bij Adriaen Adriaensz Oom, Groot-Ammers 16e eeuw. Tevens nog de genealogie Oem: Claes Oem, bestuurder Dordrecht ca. 1230; vgl. Genealogie-CBG 3 (1997), nr 1, p 14].
Zie ook: Geslacht Ooms
• Oom(s), Doom(s), Doem(s), D’hooms, Nooms:  Verwantschapsnaam: de Oom. Bet. ook: grootvader, zwager. D. Ohm, Oheim; vgl. Nonkel. 1187-1200 Teodericus Ome (HAGSTR.); 1270 Balduini Oem = 1276 Balduini Avunculi, Hulst Z (DEBR. 1980); 1291 Jan Doem f. Weitins Oems, Bg. (CROENEN 71); 1398 Jan de Oem; Pietre Doem, Aalbeke; 1398 Casin Doem, Trissequin Doems, Meulebeke; 1382 weduwe Roeger Oems, Wingene (DEBR. 1970).  [WFB2]
• Oom, Ooms, Noom: 1. De verwantschapsnaam oom. D. Ohm. Noom door metanalyse. 1269 Balduwinus dictus Oem = 1276 Margareta relicta Balduini Avunculi, Hulst (DEBR. 1962); 1451 Aechte Ooms, Zierikzee (PARM.). ­ 2. Evtl. Patr. Korte vorm van VN Omaar. 1317 Oem Hanne van den Groettesande, Tholen (MEERTENS 1947).   [WFZ]
Uit: Nederlandse Familienamenbank – Ooms

 

Varianten op de naam Ooms:
Oem, Oemkes, Oems, Ohm, Ohmen, Ohms, Ome, Omes, Omges, Omis, Oom, Ooman, Oome, Oomen, Oomens, Oomes, Oomis, Oomkens, Oomkes, Ooms, Oomse, Oomsen, Oomsoon.
Oudste voorkomende naam: 1187-1200 Teodericus Ome (Keulen).
De namen tonen geen verwantschap aan.

 

Aantal naamdragers Ooms bij de volkstelling van 1947
volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen:

Groningen 0
Friesland 8
Drenthe 18
Overijssel 90
Gelderland 115
Utrecht 86
Amsterdam 279
Noord-Holland 342
Noord-Holland totaal 621
Den Haag 67
Rotterdam 279
Zuid-Holland 617
Zuid-Holland totaal 963
Zeeland 38
Noord-Brabant 376
Limburg 16
Totaal in Nederland (1947) 2.331

 

Verspreiding van de naam Ooms
Wereldwijd (2019) dragen ongeveer 8.521 mensen de achternaam Ooms.
De namen tonen geen verwantschap aan.
Hieronder de landen Top 10:

Land Aantal
België 3.926
Nederland 3.546
Verenigde Staten 639
Canada 132
Australië 88
Frankrijk 34
Duitsland 27
Zuid-Afrika 23
Thailand 14
Zwitserland 13
Bronnen:
Forebears Familienaam Ooms
Nederlandse Familienamenbank – Ooms
CBG Familinamen – Ooms 1947
Naamverhalen.be- Familienaam Ooms
Repertorium op de Lenen van de Hofstad Made bij Delft, 1329-1764 – Hodenpijl – pag. 8

 

Zie ook:

Geslacht Ooms

Terug naar:

Ooms is de naam

facebook        

© 1 november 2020, laatst bijgewerkt op 10 september 2023

 

De eerste heren van Sterkenburg stamden uit het roemruchte huis der heren van Wulven, een machtige Stichtse familie waar vele ridderhofsteden uit de omgeving hun oorsprong aan danken, zoals Hindersteyn, Nederhorst den Berg (voorheen Ter Horst), Wulverhorst, Amelisweerd en Heemstede.

Ridderhofstad Sterkenburg

Ridder Gijsbrecht van Wulven (vermeld van 1238 tot 1250) zou zijn begonnen met de bouw van Kasteel Sterkenburg, waarna diens zoon ridder Ernst van Wulven (vermeld van 1265 tot 1295) het kasteel zou hebben voltooid. De zonen van deze Ernst zouden “den naem van Sterckenbergh aengenomen hebben”.

 

–

Wapen van Wulven

1. Ernst van Wulven
Geboren rond 1120.
Hij was getrouwd met N. van Amstel.
Kinderen:

  •  Alfert van der Horst 1160 –  ….
  •  Ernst van Wulven 1162 – ±1225 (Volgt Heren van Wulven nr. 2)
  •  Gijsbert van Wulven 1165 – …. (Volgt 2)

 

2. Gijsbert van Wulven
Geboren circa 1165. Zoon van Ernst van Wulven.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Zoon:

  • Ernst van Wulven (Volgt 3)

 

3. Ernst van Wulven
Geboren 1195. Bouwheer van Kasteel Sterkenburg.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Kinderen:

  • Ernst van Sterkenburg
  • Hendrik van Sterkenburg
  • Gijsbert van Sterkenburg
  • Gerard van Sterkenburg (Volgt 4)

 

Wapen van Sterkenburg

4. Gerard van Sterkenburg
Geboren rond 1235. Zoon van Ernst van Wulven.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Dochter:

  • Bertrouda van Sterkenborg

 

5. Bertrouda van Sterkenborg
Dochter van Gerard van Sterkenburg.
Zij was gehuwd met Jan II van Arkel. Geboren circa 1255, overleden Sint Pancras, 27 maart 1297. Hij was heer van Arkel vanaf 1269 tot zijn dood. Hij was een zoon van Jan I van Arkel (Zie Heren van Arkel nr. 17a) en Bertha van Ochten (Zie Heren van Ochten nr. 5a).
Kinderen:

  • Jan III (1280-1324) (Volgt Heren van Arkel nr. 18a)
  • Mabilia (1284-1317)(Volgt Heren van Arkel nr. 18b), trouwde met Zweder II van Zuylen van Abcoude (1307-1347), heer van Abcoude en Wijk bij Duurstede.
  • Herbaren, heer van Slingeland (ca. 1275 – ca. 1325) (Volgt Heren van Slingeland nr. 18b).
  • Johanna van Arkel van Bockhoven. (Volgt Heren van Arkel nr. 18d).
  • Nicolaas Oem van Arkel (1280/85-1345), heer van Emmikhoven.
    Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
    Hij sneuvelde bij de Slag bij Warns. Hij was gehuwd met Lijsbeth van Emmikhoven (1275-1320).(Zie Oem van Arkel).
Bronvermelding:
Geni – Nazaten  Alpherus van Wulven

Zie ook:

Ridderhofstad Sterkenburg

Heren en Vrouwen van…

 facebook

©27 december 2017, laatst bijgewerkt op 12 juni 2023

Buurtschap Emmikhoven (thans gemeente Woudrichem) was een zogenaamde ambachtsheerlijkheid met een eigen dorpsbestuur. Emmikhoven werd in 1292 voor het eerst in een akte vermeld en herbergde in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd een kasteeltje dat “Ottersdijck” heette.

1. Stans van Emmichoven
Heer van Emmikhoven. Geboren circa 1230.
Hij is getrouwd met een onbekende vrouw

Kinderen:

  • Constantius Johannes van Emmichoven
  • Reijner van Emmichoven
  • Roelof van Emmichoven  ± 1260 – > 1325 (Volgt 2a)
  • Hendrick van Emmichoven  ± 1270 – > 1312 (Volgt 2b)
Vermelding: Gezinskaart Stans van Emmichoven

2a. Roelof van Emmichoven
Geboren rond 1260, overleden na 1325. Zoon van Stans van Emmichoven.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Kinderen:

  • Matthijs Roelofs van Emmichoven  ± 1290-> 1318
  • Emond Roelofs van Emmichoven  ± 1295-> 1336
  • Jan Roelofs van Emmichoven  ± 1300-> 1325
  • Isolde Roelofs van Emmichoven  ± 1305 – ± 1388 (Volgt 3a) 
Vermelding: Gezinskaart Roelof van Emmichoven

2b. Hendrick van Emmichoven
Geboren rond 1270, overleden na 1312.
Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.
Dochter;

  • Lijsbeth van Emmecoven (Volgt 3b)

 

3a. Isolde Roelofs van Emmichoven
Geboren rond 1305, overleden circa 1388. Dochter van Roelof van Emmichoven.
Zij had een buitenechtelijke relatie met  Dirk van Cranendonck. Geboren omstreeks 1305, overleden vóór 20 juli 1343. Hij was de zoon van Willem II van Cranendonck (Zie Heren van Cranendonck nr. 12) en Elisabeth van Steyn (Zie Heren van Steyn nr. 5).
Uit de relatie met Dirk had zij een natuurlijke zoon:

  •  Roelof van Cranendonck van Emmichoven (Volgt 4a)

3b. Lijsbeth van Emmecoven
Geboren rond 1300, overleden 1334. Dochter van Hendrick van Emmichoven.
Zij was gehuwd met Nicolaas Oem van Arkel. Overleden 1345. Hij was een 14e-eeuwse ridder. Zoon van Jan II van Arkel (Heren van Arkel nr. 17) en Bertrouda van Sterkenborg.
Hij was rentmeester van Jan van Arkel, bisschop van Utrecht, zijn neef. Hij was regent van Arkel, nadat zijn broer Jan III van Arkel in 1324 was overleden, totdat diens zoon Jan IV van Arkel oud genoeg was om Heer van Arkel te zijn. Naar alle waarschijnlijkheid zal daar zijn bijnaam Oom van Arkel aan ontleend zijn.
Op 6 november 1334 droeg hij op aan de graaf van Holland zijn huis en gezaat in Emmikhoven.
“Claes Oem van Arcle” sneuvelde op 26 september 1345 in de Slag bij Stavoren, waar hij streed onder graaf Willem IV van Holland, die eveneens omkwam tegen de Friezen. Men schatte het verlies van de Hollanders op 3700 man. Zijn naam komt voor in een heldengedicht, die de heraut van Gelre in het Wapenboek Gelre op deze slag maakte. De goederen te Emmikhoven kwamen op 9 november 1359 aan Jan IV van Arkel.
Nicolaas Oem van Arkel voerde het Arkelse wapen: In zilver twee beurtelings gekanteelde rode dwarsbalken met een uitgeschulpte blauwe zoom.
Uit het huwelijk van Nicolaas Oem van Arkel en Lisabeth van Emmecoven kwamen minstens drie zonen voort.
Het geslacht Ooms stamt zeer waarschijnlijk af van Nicolaas Oem van Arkel. Echter, er is nog geen bewijs van.
______________________________________________________________________________________________________

–

4a.  Roelof van Cranendonck van Emmichoven
Geboren ca. 1340 – overleden ca. 1388 Maarheeze. Bastaardzoon van Dirk van Cranendonck (Zie Heren van Cranendonck nr. 10) en Isolde van Emmichoven, een dochter van Roelof van Emmichoven.
Hij was vanaf 1368 pastoor van Maarheeze. In 1386 noemde hij zich raadsheer van de heren van Horne, Altena en Kurtersum (Kortessem?). Roelof had ten minste drie zonen, vermoedelijk bij drie verschillende vrouwen. Zijn zoon Edmond was vermoedelijk in 1455 commandeur van de Maltezer Orde. Pastoor Roelof voerde een wapen dat een combinatie was van dat van Horne (drie hoorns) en van Altena (twee zalmen). Zijn zoon  Jan en zijn nakomelingen zijn dat wapen blijven gebruiken. Zij werden boer in de omgeving van Ridderkerk en Dordrecht, en de naam Cranendonck komt nog steeds in die streek voor.
Zonen:

  • Edmond Roelofsz Cranendonck
  • Willem Roelofsz Cranendonck 1380 – ….
  • Jan Roelofsz Cranendonck 1385 – > 1453 (Volgt Genealogie Cranendonck nr. 2)
Genealogische Bronnen – JohnOoms.nl

 

Zie ook:

Emmikhoven

Terug naar:

Heren en Vrouwen van…

 

  facebook        

© 2december 2017, laatst bijgewerkt op 2 mei 2022

Hoofdpagina: Karel de GroteVan Karel de Grote tot Ooms

Weer een stamreeks van Karel de Grote, maar in beperkte weergave. Deze loopt langs de graven van Vlaanderen,  graven van Holland, heren van Brederode, heren van Adrichem, diverse geslachten, om uiteindelijk uit te komen bij het geslacht Ooms. Klik je op een rode link, dan kom je uit op dat bepaalde geslacht.

Franken

Frankische Rijk

Het Frankische Rijk.                                                        Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Het Frankische Rijk (Latijn: Regnum Francorum, Koninkrijk der Franken, later Imperium Francorum, Keizerrijk der Franken) was een gebied dat door de Franken werd bestuurd tussen de 3e en de 10e eeuw en al snel uitgroeide tot een grootmacht. Het Frankische Rijk werd bestuurd door het rijk in subkoninkrijken onder te verdelen, iets wat de politiek nog eeuwen zou beheersen. De erfverdelingen van het enorme rijk waren echter nog ingrijpender en de resultaten zijn tot op de dag van vandaag te zien. Met het bestijgen van de Frankische troon door Merovech in 447 begon de Merovingische dynastie die het Frankische Rijk tot 751 zou regeren. Het duurde echter nog tot 482, het jaar waarin de beroemde koning Clovis (nr. 3 op de pagina) de Frankische troon besteeg, aleer alle Franken onder één leider verenigd waren. Hij wist zijn Frankische tegenstanders te verslaan en won daarmee de alleenheerschappij. De Merovische koningen voerden vele oorlogen (vaak onderlinge burgeroorlogen tussen Merovingische familieleden om de heerschappij over het hele Frankische Rijk) en veel van die koningen stierven op het slagveld of ook dikwijls bij een moordaanslag van concurrenten voor de troon voordat ze een opvolger (zoon) hadden voortgebracht of anders was die opvolger vaak nog een kind dat nog niet zelfstandig kon regeren. Zij verloren daardoor niet alleen land maar ook macht. De post van Hofmeier of Major Domus werd gecreëerd om het koninkrijk te regeren totdat troonopvolgers volwassen waren, maar omdat het een post was die permanent bleef en zelfs erfelijk werd, waren de hofmeiers op den duur eigenlijk degenen die de echte macht hadden over het Frankische Rijk, zelfs wanneer de koningen volwassen waren geworden. Na de Slag bij Tertry tussen de hofmeiers van Neustrië en Bourgondië tegen die van Austrasië, Pepijn van Herstal (uit het geslacht der Karolingen, nr. 3) werd Pepijn de alleenheerser over het gehele Frankische Rijk. Pepijn van Herstal stierf in 714 waarna zijn zes jaar oude kleinzoon, Theudoald, de nieuwe Hofmeier werd. De post die was gecreëerd om het Rijk te besturen was nu zo machtig geworden dat het zelf ook door jongeren kon worden geërfd hoewel zijzelf nog niet eens volwassen waren. Pepijns buitenechtelijke zoon, Karel Martel, accepteerde dit echter niet en werd in Austrasië tot Hofmeier uitgeroepen. Ondertussen werd de zoon van Karel Martel, Pepijn de Korte hofmeier en wisten de Karolingers hun positie in het Frankische koninkrijk te versterken en Pepijn de Korte onttroonde de laatste Merovische koning in 751 en liet zichzelf tot koning kiezen. De tijd van de Karolingers was nu definitief aangebroken. Pepijn de Korte stierf in 768 en liet het sterkste koninkrijk van West-Europa na aan zijn twee zoons, Karel de Grote en Karloman. Karloman stierf echter al in 771 waardoor het gehele rijk in de handen van Karel de Grote kwam. Wij vangen aan met deze stamreeks met Karel de Grote:

Franken

Franken

1. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748, overleden  Aken, 28 januari 814.
Hij komt uit het geslacht der Karolingen.
Hij was vanaf 9 oktober 768 koning der Franken en vanaf 25 december 800 keizer van het Westen. 
 Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon.

2. Lodewijk de Vrome (geboren Chasseneuil bij Poitiers, 11 april 778 – overleden Ingelheim am Rhein, 20 juni 840), ook wel de Eerlijke en de Joviale, was de koning van Aquitanië vanaf 781. Hij was ook koning der Franken en medekeizer (als Lodewijk I) met zijn vader, vanaf 813.
Hij was een zoon van Karel de Grote en Hildegard de Vinzgau.

3. Karel de Kale (Frans: Charles le Chauve) (geboren Frankfurt am Main 13 juni 823 – overleden Avrieux; Savoye, 6 oktober 877), keizer van het Roomse Rijk (875-877) als Karel II, met de grenzen van zijn land vastgesteld door het Verdrag van Verdun in 843, was de jongste zoon van keizer Lodewijk de Vrome en zijn tweede vrouw Judith van Beieren.

4. Judith (geboren ca. 844- overleden na 870), was eerst gehuwd met twee Engelse koningen (Ethelwulf en Ethelbald van Wessex) en leefde als weduwe aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I, eerste graaf van Vlaanderen.
Zij was een dochter van Karel de Kale en Ermentrudis van Orléans.

Vlaanderen 

Het Graafschap Vlaanderen (Frans: Comté de Flandre of Comté de Flandres) is een historisch gebied dat deel uitmaakte van de Nederlanden. Het graafschap bestond van 862 tot 1795.

Vlaanderen behoorde als enig Nederlandstalig gewest door het Verdrag van Verdun tot West-Francië. Naast het Franse Kroon-Vlaanderen was er echter ook Rijks-Vlaanderen. Vanaf het einde van de 10e eeuw was Vlaanderen één van de oorspronkelijke seculiere leengoederen van Frankrijk en één van de zes pairies van Frankrijk. Frankrijk heeft Vlaanderen steeds bevochten om zijn zelfstandigheid te ontnemen. Uiteindelijk kwam Kroon-Vlaanderen toch los van Frankrijk (Vrede van Madrid en Damesvrede van Kamerijk). De Pragmatieke Sanctie maakte heel Vlaanderen een leen van het Heilig Roomse Rijk. Met uitzondering van Frans-Vlaanderen is het graafschap het enige deel van het middeleeuwse Frankrijk dat geen deel uitmaakt van het hedendaagse Frankrijk. Kleinere delen van het oude Vlaanderen maken nu deel uit van het Waals Gewest en de Nederlandse provincie Zeeland. Het overige grootste gedeelte van het graafschap vormt nu ongeveer 40% van het hedendaagse Vlaams Gewest.
Het graafschap stamt af uit een gouwgebied of Pagus Flandrensis. De titel graaf werd voor het eerst gebruikt door Boudewijn I van Vlaanderen ‘met de ijzeren arm’. Boudewijn schaakte de dochter van de Frankische vorst Karel de Kale, Judith van West-Francië…

oud-vlaanderen

Vlaanderen

5.  Boudewijn II van Vlaanderen (geboren ca. 865 – overleden 10 september 918), de Kale, was van 879 tot 918 graaf van Vlaanderen en van 896 tot 918 graaf van Boulogne. Zijn bijnaam was een bewuste verwijzing naar zijn grootvader Karel de Kale en onderstreepte dat Boudewijn een afstammeling van Karel de Grote was. Hij was een zoon van Boudewijn I van Vlaanderen en Judith der Franken.

6. Arnulf I, bijgenaamd de Grote (geboren ca. 889 – 27 maart 965) was graaf van Vlaanderen van 918 tot zijn dood in 965.
Hij was een zoon van Boudewijn II van Vlaanderen en Ælfthryth van Wessex.

7. Hildegard van Vlaanderen (geboren ca. 936 – overleden 10 april 990) was de dochter van Arnulf I van Vlaanderen en Aleidis van Vermandois. Ze werd gravin van Holland na haar huwelijk met de Friese graaf Dirk II, Graaf van het latere Holland . Zoon van Dirk I, Friese Graaf in het latere Holland (Zie Graven van Holland nr. 1) en van Gerberga van Hamaland. Dirk II was de kleinzoon van Gerulf, stamvader van de Graven van Holland.

 

Holland en Bentheim

Het graafschap Holland was een graafschap waarvan het gebied uiteindelijk ongeveer overeenkwam met de provincies Noord- en Zuid-Holland zonder de Zuid-Hollandse eilanden en met de eilanden Terschelling, Vlieland, Urk en Schokland, die later zijn overgeheveld naar andere provincies. Datzelfde geldt voor het Land van Heusden en Altena dat vanaf 1813 behoort bij de provincie Noord-Brabant. Van een ‘graaf van Holland’ is voor het eerst sprake rond 1100. Met de dood van Jan I in 1299 stierf het “Hollandse Huis” uit. De graven van Holland waren vanaf dan steeds afkomstig van buiten het graafschap: achtereenvolgens het huis Avesnes (Henegouwen), het huis Wittelsbach (Beieren), het huis Valois (Bourgondië) en het Habsburgse huis. In 1581 zwoeren de Staten-Generaal van de Nederlanden de toenmalige graaf Filips II af en was er in de praktijk geen graaf meer.
In 922 schonk koning Karel de Eenvoudige de kerk van Egmond met alle daarbij behorende goederen aan Dirk I als dank voor zijn steun bij een opstand van zijn vazallen. Egmond lag ten noorden van de bezittingen die hij van Gerolf had gekregen en sloot daar dus uitstekend op aan. Kort hierna stichtte hij er de Abdij van Egmond, de oudste abdij van Holland…

 

Holland wapen

Holland

8.  Arnulf, (geboren Gent ca. 951, overleden bij Winkel, 18 september 993) was een Friese graaf (comes Fresonum). Hij bestuurde van 988 tot 993 een graafschap in West-Frisia, dat later Holland genoemd zou worden. Omdat hij in Gent geboren was, werd hij ook wel Arnulf van Gent (Gandensis) genoemd. Hij was de zoon van Dirk II van Holland en Hildegard van Vlaanderen.

9.  Dirk III bijgenaamd Hierosolymita was een Friese graaf. Hij was van 993 tot 1039 graaf van het latere graafschap Holland.
Hij was een zoon van Arnulf van Holland en Lutgardis van Luxemburg.
Dirk III’s vrouw heette Othelhilde van Saksen (geboren ca. 985 – Quedlinburg, overleden op  9 maart 1043/44), waarschijnlijk een dochter van hertog Bernhard I van Saksen en Hildegard van Stade.

10. Floris I  (geboren ca. 1025 – Nederhemert, 28 juni 1061) was een Friese graaf die van 1049 tot 1061 het bewind voerde over de gebieden die later bekend zouden worden als het graafschap Holland. Hij volgde zijn broer Dirk IV op. Hij was een zoon van Dirk III van Holland en Othelhilde van Saksen.

11.  Dirk V (geboren in 1054, overleden op 17 juli 1091) was graaf van Holland, zoon van Floris I en Geertruida van Saksen.
Toen Floris sneuvelde was Dirk nog minderjarig en zijn moeder trad op als regentes.

12.  Floris II (geboren ca. 1085 , overleden 2 maart 1122), bijgenaamd de Vette of de Dikke, was de eerste Friese graaf die zich niet langer graaf van Frisia noemde, maar graaf van Holland: “Florentius comes de Hollant”. Hij was de zoon van Dirk V van Holland en Othilde.

13. Dirk VI (geboren 1114 – bij Utrecht, 5 augustus 1157) was graaf van Holland vanaf 1122, aanvankelijk onder het voogdijschap van zijn moeder.
Hij was een zoon van Floris II en Petronilla van Saksen.

 

Bentheim of Benthem was een tot de Nederrijns-Westfaalse Kreits behorend graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. De stad Benthem die er het centrum van was heet nu Bad Bentheim.
Waarschijnlijk in de tiende eeuw stichtten de graven van Bentheim de burcht Bentheim. Deze burcht werd in 1116 door de hertog van Saksen, Lotharius van Supplinburg verwoest. Na de wederopbouw tot 1148 kwam ze in de loop van de twaalfde eeuw aan Otto, een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland…

Bentheim

Bentheim

14. Otto van Holland, (geboren ca. 1140 – overleden 1208/09) was graaf van Bentheim. Hij was een jongere zoon van graaf Dirk VI van Holland en Sophia van Rheineck. Van zijn grootmoeder van moederskant, Geertruid van Northeim, erfde hij het graafschap Bentheim.

15. Agniese van Bentheim (overleden in 1203). Zij was een dochter van Otto van Holland, graaf van Bentheim (zie Graven van Holland 9.b) en Alveradis van Arnsberg. Zij huwde omstreeks 1200 met Willem van Teylingen, heer van Teylingen en Brederode.

 

Nazaten Brederode en Adrichem

Van Brederode was een (hoog)adellijke familie uit Holland, die in de Late Middeleeuwen en kort daarna een grote rol in de Nederlandse geschiedenis heeft gespeeld. Zij is sinds 1679 in wettelijke lijn uitgestorven.
De Brederodes stammen af van de heren Van Teylingen (via Dirk van Teylingen (1205-1231)) en hebben zich in de tweede helft van de 13e eeuw naar het nieuwe Kasteel Brederode bij Santpoort (gemeente Velsen) genoemd, dat werd gebouwd tussen 1282 en ca. 1292 in opdracht van Willem I van Brederode. Ze speelden in de Hoekse en Kabeljauwse twisten een grote rol als veldheer aan de Hoekse kant…

brederode

Brederode

16. Dirk van Teylingen,  (Latijn: Theodericus de Theylingen) (geboren ca. 1180 – 1236) was heer van Brederode en drossaard van de graven van Holland .Hij was een zoon van Willem van Teylingen en  Agniese van Bentheim.

17. Willem I  Heer van Brederode  (overleden op 3 juni 1285), was heer van Brederode.
Hij was een zoon van Dirk van Teijlingen en Alverade van Heusden.

De naam Adrichem kwam in de geschiedenis rond 722 naar voren en betekend “bescherming biedend huis” het was dan ook in aanvang een ompaalde nederzetting met economisch én militair karakter, het diende ter bescherming van vijandelijke aanvallen. Rond Adrichem is Beverwijk ontstaan. Het geslacht voert in persoon in rechte lijn terug tot aan circa 990 en komt voort uit de stam van Holland. Het heeft verschillende huizen bewoond zoals Teylingen, Brederode, De Scooten, Heemstede/ Bloemendaal ofte `t Opstalsrecht, `t Elswout en natuurlijk Adrichem waarvan thans nog de oprijlaan en boerderij bewaard zijn gebleven.

Adrichem Wapen

Adrichem

18.  Floris I de Scoten van Adrichem (overleden op 1 januari 1327), zoon van Willem Heer van Brederode en Margaretha dochter van Daniel, heer van de Merwede.

19. Florentius de Rolland van Adrichem (Floris II) (geboren 1290- overleden 23 januari 1363),  zoon van Floris I en Brechta van Rollant.
Rentmeester van de Graven van Bloys in Wijk en Noordwijk.

20. Floris III van Adrichem (geboren ± 1330, overleden ± 1397), zoon van Floris II van Adrichem en Badeloge.
Baljuw en rentmeester van de graaf van Bloys. Hij was gehuwd met een onbekende vrouw.

21. Floris IV van Adrichem (geboren rond 1370), baljuw en rentmeester van de graaf van Bloys. Bezitter van het huis Adrichem.
Zoon van Floris III van Adrichem.  Gehuwd met Lijsbeth Symonsdr van Zaenen.

van Adrichem

22.  Claes van Adrichem (geboren ca. 1395), zoon van Floris IV en Lijsbeth Symonsdr van Zaenen.
Gehuwd met Aleid Boudewijnsdr van Tetrode.

23. Claes  van Adrichem (geboren rond 1415), zoon van Claes van Adrichem en Aleid Boudewijnsdr van Tetrode.
Hij was gehuwd met Lijsbeth Claes Frankendr van den Bergh.

24. Adriaen Claesz van Adrichem (geboren rond 1440 in Vlaardingen).
Hij was een zoon van Claes Adriaensz van Adrichem en Lijsbeth Claes Frankendr van den Bergh.
Adriaen was gehuwd met Aeghjen van Crooswijk.

25.  Claes (Nicolaas) Adriaensz van Adrichem (geboren 1470 – overleden ca.1517), zoon van Adriaen Claesz van Adrichem en Aeghjen van Crooswijk. Hij was gehuwd met Machteld Claes Franckendr van de Bergh.

van Adrichem wapen

26.  Philip Claeszoon van Adrichem  (geboren ca. 1527 – overleden op 4 oktober 1584).
Hij was een zoon van Nicolaas Adriaensz Van Adrichem en Machteld Claes Franckendr Van de Bergh.
Hij was gehuwd met Maritgen Claesdochter.

27. Ariaantje Philipsdr van Adrichem. (geboren ca. 1557 – overleden 28 maart 1641 Katwijk).
Zij was een dochter van Philip Claeszoon Van Adrichem en Maritgen Claesdochter.
Zij was gehuwd met Adriaen Michielsz Michielsz Van Pijnacker.

28. Annetgen Adriaansdr Pijnacker (geboren 1575 – overleden Pijnacker 14 mei 1636).
Zij was een dochter van Adriaen Michielsz Michielsz Van Pijnacker en Ariaantje Philipsdr Van Adrichem.
Zij was gehuwd met Claes Cornelisz Langelaen.

29. Maritge Claesdr Langelaen (geboren in 1605 en overleden 1631).Dochter van Claes Cornelisz Langelaen en Annetgen Adriaansdr Pijnacker.
Zij was gehuwd met Bruijn Cornelisz Valckenburgh.

30. Ariaentge Bruynen Valckenburgh (geboren 24 november 1630 – overleden 6 juli 1672), Zij was gehuwd met Cornelis Cornelisz Vermeer.

31. Claasje Cornelisdr Vermeer (geboren 6 juli 1672 Pijnacker – overleden  27 augustus 1749 Maasland).
Dochter van Cornelis Cornelisz Vermeer en Ariaentge Bruynen Valckenburgh. Zij was gehuwd met Bruyn Arijsz Groenheide.

32. Arie Bruinsz Groenheiden (geboren juli 1733 Pijnacker – overleden november 1775).
Hij was een zoon van Bruyn Arijz Groenheide en Claasje Cornelisdr Vermeer. Hij was gehuwd met Dina Schenk.

33. Lena Arijsdr Groenheijden (gedoopt 25 juli 1762 Nootdorp), dochter van Arie Bruins Groenheide en Dina Schenk.
Gehuwd met Mattheus Arentsz de Booij.

34. Dina de Booij (geboren 25 oktober 1789 Hazerswoude – overleden 28 juli 1844 Hazerswoude).
Dochter van Mattheus Arentsz de Booij en Lena Arijdr Groenheijden.  Zij was gehuwd met Pieter Wingelaar.

35. Neeltje Wingelaar (Geboren 31 maart 1828  Hazerswoude – overleden 20 februari 1865 Hazerwoude).
Dochter van Pieter Wingelaar en Dina de Booij. Gehuwd met Gerrit van Driel.

36. Dina van Driel (geboren te Hazerswoude in maart 1862 – overleden aldaar op 24 november 1948).
Dochter van Gerrit van Driel en Neeltje Wingelaar. Zij was gehuwd met Pieter Ooms, zoon van Catharinus Ooms en Neeltje van Dam.

 

Ooms

Het geslacht Ooms vindt zijn oorsprong in Groot-Ammers en Nieuwpoort. In de 16e eeuw was de naam nog Oom (Ook wel als Oem geschreven), wat later Ooms werd.
In de 14e eeuw was er een Nicolaas Oem van Arkel, zoon van heer Jan II van Arkel. Hij komt uit het aloude adelijke geslacht Van Arkel, dat terug te leiden is tot 960. Deze Nicolaas Oem van Arkel had tenminste 2 zonen: Zij noemden zich resp. Nicolaas Oem van Sevender en Jan Oem van Bockhoven. Deze heren voerden hun wapen als Arkel: twee dubbel gekanteelde balken, danwel in andere kleuren.
Het is suggestief aannemelijk dat het geslacht Ooms zou afstammen van Nicolaas Oem van Sevender. Nicolaas Oem van Sevender beheerde namelijk de heerlijkheid Sevender nabij Schoonhoven. Aangezien Schoonhoven aan de ander kant van de Lek recht tegenover Groot-Ammers en Nieuwpoort ligt, het geslacht Oom(s) ook een wapen met gekanteelde balken voert en tevens de geslachtsnaam Oom (Oem) gebruikt, is het niet onwaarschijnlijk dat Adriaen Adriaensz.Oom zou afstammen van Nicolaas Oem van Sevender.
Echter elk bewijs ontbreekt…

 

OOms

Ooms

37. Catharinus Ooms, landbouwer en veehouder (geboren Sluipwijk-Reeuwijk 24 juni 1892 – overleden 12 juli 1954), wonende te Zevenhuizen.
Zoon van Pieter Ooms en Dina van Driel. Catharinus is getrouwd met Jannigje-Aartje van Vliet, dochter van Willem van Vliet en Johanna Ooms.

38. Willem Pieter Ooms, meubelmaker en stoffeerder. Geboren te Zevenhuizen op zondag 1 juni 1924, wonende aldaar, overleden te Gouda op maandag 1 september 1998.  Willem Pieter is getrouwd met Ariana-Juditha Braat, dochter van Gerardus Braat en Mijntje Pruissen. Uit dit huwelijk:

39. Johnny Ooms (geboren 15 februari 1958 op de Noordelijke Dwarsweg 13 te Zevenhuizen).
Jongste zoon van Willem Pieter Ooms en Ariana Juditha Braat.

PENSIONADO

Meer info: CV John Ooms

 

Bronnen:
Boek Vijf Eeuwen Ooms (1995)
Geslacht Ooms – JohnOoms.nl
Stamboom Ooms
Familiedossier Ooms-Braat
Overige bronnen Stamreeks Karel de Grote:
Keizers, Koningen en Hertogen – JohnOoms.nl
Graven en Gravinnen – JohnOoms.nl
Heren en Vrouwen van… – JohnOoms.nl
Genealogieën – JohnOoms.nl
Achtergronden, Naslagwerken en Overzichten
Genealogische Bronnen – JohnOoms.nl

Terug naar:

Van Karel de Grote tot Ooms

Genealogische Bronnen

facebook

© 12 april 2015, laatst bijgewerkt op 9 april 2023