Stamreeks Karel de Grote (XIV)

Hoofdpagina: Karel de Grote

 

Stamreeks van Karel de Grote, via Lucretia der Franken (nr.4),  dochter van Karel de Kale.

 

Karel de Grote 61. Karel de Grote, geboren bij Aix-la-Chapelle 2 april 748.  Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon, gedoopt door Bonefacius aartsbisschop van Mainz; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9 oktober 768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28 juli 754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot ‘patricius Romanorum’, maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25 december 800; laat dan zijn ‘patricius’-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: ‘Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobardorum’; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse ‘basileus’ Michael I Rhangabe erkend; overleden te Aken 28 januari 814, begraven aldaar (Dom).
Hij had 4 echtgenotes en 6 concubines:

Hij trouwde 3e voor 30 april 771 Hildegard (Houdiard), geboren in 758, overleden Thionville (Moselle) 30 april 783, begraven in de kerk van de abdij Saint-Arnoul van Metz (Moselle), dochter van Gerold I, frankisch graaf [in de Vinzgouw] en van Imma (Emma, Emme), dochter van de Alamannen-graaf Hnabi, achterkleindochter van hertog Godfried. Zij vergezelde Karel naar Italië in 773 en 781.

Lodewijk de Vrome

Lodewijk de Vrome

2. Lodewijk I, De Vrome, geboren bij Poitiers tussen 16 april en de herfst van 778. Zoon van Karel de Grote en Hildegard van de Vinzgouw. Hij was de koning van Aquitanië vanaf 781, tot 811 (onder voogdijschap van Willem met de Hoorn, neef en paladijn van Karel de Grote. Willem met de Hoorn was een kleinzoon van Karel Martel. Tevens was hij de eerste graaf van Orange). Lodewijk was na de dood van zijn oudere broers Karel en Pippijn door zijn vader tot keizer gekroond en als mederegent aangesteld Aken 11.9.813; alleenheerser 28.1.814; doet zich door paus Stephanus IV opnieuw tot keizer kronen Reims 28.10.816; ontwerpt in Aken juli 817 een regeling van de toekomstige verdeling van zijn rijk (Ordinatio Imperii) welke hij echter in 829 wijzigt ten gunste van de uit zijn tweede huwelijk geboren zoon Karel hetgeen tot een reeks burgeroorlogen leidt; tot afstand gedwongen Çompiègne okt. 833 doch door zijn jongere zoons hersteld Saint-Denis 1.3.834; dit bevestigd door hernieuwde kroning Metz 28.2.835; overl. op een eiland in de Rijn bij Ingelheim 20.6.840, begr. Saint-Arnould bij Metz.
In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man.
Na het overlijden van Irmingard is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren.

In zijn eerste huwelijk (795) was Lodewijk getrouwd met Irmingard van Haspengouw. Ze hadden een goed huwelijk en Irmingard had een grote invloed op haar man. Zij kregen de volgende kinderen:

Na het overlijden van Irmingard op 3 oktober 818 is Lodewijk op aandrang van zijn edelen hertrouwd. Na een soort schoonheidswedstrijd trouwde hij 1 februari 819 te Aken met Judith van Beieren. Zij kregen de volgende kinderen:

Bij zijn minnares Theodelinde van Sens had hij de volgende kinderen:

  • Alpais, (ca. 794 – 852), getrouwd met Bego van Toulouse
  • Arnulf, (geb. 794), graaf van Sens en bondgenoot van Lotharius.

 

Karel de Kale

Karel de Kale

3. Karel II, de Kale, koning, daarna keizer, geboren te Frankfurt aan de Main 13.6.823, overleden te Maurienne op 6.10.877, begraven klooster Nantua, later Saint-Denis. Zoon van Lodewijk de Vrome en Judith van Beieren.
Vormt reeds vanaf 829 het middelpunt van handelen van zijn ouders om hem (in strijd met de als definitief bedoelde Ordinatio Imperii) een eigen rijk te bezorgen; door zijn vader tot koning gekroond en aangesteld tot hertog van Maine, Quierzy sept. 838 en van Aquitanië 13.12.838; strijdt na de dood van zijn vader samen met zijn halfbroer Lodewijk de Duitser tegen hun oudste broer Lotharius I, welke zij verslaan bij Fontenoy (bij Auxerre) 25.6.841; verkrijgt West-Francië bij het verdelingsverdrag van Verdun aug. 843; wordt na jarenlang verzet van de aristocratie in het hem toebedeelde rijksdeel alsnog door ‘bijna alle’ wereldrijke en geestelijke groten van Aquitanië tot koning gekozen en door de aartsbisschop van Sens gezalfd en gekroond, Orléans 848; weet echter (o.a. door de voortdurende Noormannen-invallen) pas vanaf 860 een zekere consolidering te bereiken; schaart zich van dan af, samen met Lodewijk de Duitser, aan de zijde van Theutberga wier huwelijk met hun neef Lotharius II kinderloos is, wat dus tot een komende verwerving, althans deling van het middenrijk kan leiden; laat zich na de plotselinge dood van Lotharius II (8.8.869) tot koning van Lotharingen wijden Metz 9.9.869, doch moet het oostelijke deel daarvan afstaan aan Lodewijk de Duitser bij het verdrag van Meersen 8.8.870; laat zich na de dood van zijn neef Lodewijk 11 door paus Johannes VIII tot keizer kronen, Rome 25.12.875; geacclameerd door een Italiaanse Rijksverzameling als ‘protector et defensor’ (en daarmee feitelijk tot koning) Pavia febr. 876; tracht na de dood van Lodewijk de Duitser (28.8.876) via een bliksemveldtocht naar Aken alsnog het hele middenrijk te verwerven, maar wordt door Lodewijk de Jonge bij Andernach verslagen 8.10.876; treft op een rijksverzameling te Quierzy (waar voor de duur van zijn afwezigheid de erfelijkheid van lenen per cartularium wordt afgekondigd 14.6.877) voorbereidingen om de paus tegen de Saracenen te hulp te komen, maar ziet daartoe in Italië geen kans.
Trouwde (1) Quierzy 13.12.842 Ermentrudis van Orléans, geboren ca. 830; overleden 6-10-869; dochter van graaf Odo van Orléans.  Zij hadden o.a. de volgende kinderen:
– Judith (ca. 844-na 870), was eerst gehuwd met twee Engelse koningen (Ethelwulf en Ethelbald van Wessex) en leefde als weduwe aan het hof van haar vader. Werd daar in 861 (ze was dus nog geen 20 jaar oud) geschaakt door Boudewijn I van Vlaanderen (Zie Graven van Vlaanderen).
– Lodewijk II van West-Francië (846-879). (Volgt Stamreeks Karel de Grote I nr. 4).
Lucretia (ca. 1850 – 884), trouwde met Radbout II van Egmont, 3e Heer van Egmond (Volgt nr.4)

Op 12 oktober 869 (vijf dagen na het overlijden van zijn eerste vrouw) trouwde Karel met Richildis, dochter van Bivinus van Metz. Het huwelijk werd op 22 juni 870 te Aken bevestigd. Ze kregen de volgende kinderen:

  • Rothildis (871-929), in 890 gehuwd met Rogier van Maine (Volgt Graven van Maine nr. 1)
  • tweeling: Drogo en Pepijn, (ca. 873) allebei ongeveer een jaar oud overleden, begraven in de Abdij van Sint-Amand
  • zoon (23 maart 875), kort na zijn doop overleden
  • Karel (10 oktober 876 – voor 7 april 877), begraven te Saint-Denis

4.  Lucretia der Franken  (geboren ca. 850 – overleden 884)
Zij was een dochter van Karel de Kale en Ermentrudis van Orléans.
Zij was gehuwd met Radbout II van Egmont (overleden 4 augustus 919), vierde heer van Egmond. Zoon van Wolbrant I van Egmont (Zie Heren van Egmont nr. 3).
Hij was de laatste Friese troonpretendent.  Uit dit huwelijk:
– Dodo I van Egmont (overleden 977) (Volgt 5).

5. Dodo I van Egmont (geboren 884 – 21 mei overleden 977), vijfde heer van Egmond. Zoon van Radbout II en Lucretia der Franken.
Hij vocht mee in de strijd tegen de Saracenen (Moren). Zijn woonverblijf was het rondeel te Egmond op de Hoef. Hij huwde met Kornelia van Brunswijk (overleden 21 december 982) Kinderen uit dit huwelijk:
– Walengier van Egmont (VOLGT 7).
– Antonia van Egmont, getrouwd met de heer van der Lede.

6. Walengier I van Egmont (overleden 2 januari 1016), zesde heer van Egmond. Zoon van Dodo I van Egmont en Kornelia van Brunswijk.
Hij stichtte het dorp Egmond aan Zee. Mogelijk was dit al door vissers bewoonde nederzetting. Hij bouwde er een kerkje ter ere van St. Anna en zo verkreeg deze nederzetting de dorpsstatus. Hij trouwt 1e met Katharina, de dochter van de hertog van Gloucester. Nadat hij haar op 27 augustus 1004 op overspel betrapte, doodde hij haar en haar minnaar en begroef beiden in het bos naast het slot op de Hoef, dus in ongewijde grond. Hij woonde op het rondeel te Egmond op de Hoef. Trouwt 2e met Helena van Brandenburg (overleden 22 juli 1027), dochter van de markgraaf van Brandenburg.
Kind uit het eerste huwelijk:
– Ghibert (door zijn vader in een klooster geplaatst, later domproost te Utrecht))
Kind uit het huwelijk met Helen van Brandenburg:
Dodo II van Egmont (VOLGT 8.)

7. Dodo II van Egmont (overleden 10 maart 1074), zevende heer van Egmond. Zoon van Walengier I van Egmont en Helena van Brandenburg.
Toen zijn vader in 1016 overleed, was Dodo II waarschijnlijk nog minderjarig omdat zijn moeder ‘als Amazone en in manskleren’ aan met hem meevocht vocht tijdens de inval van de Westfriezen in Kennum. Hij was gehuwd met Appolonia van Limburg, de dochter van de hertog van Limburg. Uit dit huwelijk:
– Barwout I van Egmont, (VOLGT 9.)
– Perinne (Petronella) van Egmont, getrouwd met de graaf van Kormond (Clermont ?).
– Oktrude (Geertruida) van Egmont, getrouwd met de heer van Lomerveld.

8. Beerwout I van Egmont (geboren ca. 1050 – overleden 1096), achtste heer van Egmond.
Beerwout had een belofte aan de abt Stephanus van Gendt, hoeder van de abdij van Egmond gedaan om met de Eerste Kruistocht mee te gaan, om zo de zonde van zichzelf en zijn voorvaderen te doen vergeten. Bij terugkomst had de abt zijn pacht van zes tienden tot heerlijkheid laten verklaren en tevens de erfrechten schriftelijk vast laten leggen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Beerwout II van Egmont.
Hij was gehuwd  met Eleonora van Oostervant (overleden 3 juni 1091), de dochter van de graaf van Oostervant.

Kinderen uit dit huwelijk:
– Barwout II van Egmont, (VOLGT 10.)
– Steven van Egmont, vijfde abt van Egmond ( overleden op 3 januari 1105).

9. Beerwout II van Egmont (geboren ca.1094 –  overleden 1158) negende heer van Egmont. Zoon van Beerwout I en Eleonora van Oostervant.Beerwout zette het werk van zijn vader Beerwout I van Egmontvoort door de eerste Donjon te bouwen bij het slot aan de Hoeven. Hij mag dan ook als eerste bewoner genoemd worden van het slot. Beerwout lag diverse keren in conflict met de naburige abdijover betalingswijzen, om het dispuut te doorbreken werd Beerwout zelf tot rentmeester benoemd van de abdij.
Beerwout II sneuvelde op 1 mei 1114 te Vronen tijdens een opstand van de West-Friezen tegen Holland.
Hij was getrouwd met Rosemunde van Vlaanderen (overleden 1 oktober 1114), dochter van Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen en Geertruida van Saksen, met wie hij minstens twee zonen kreeg:
– Alard van Egmont (1130 – 1160) opvolger. (VOLGT 11)
– Dodo van Egmont (geboren 1131 – 26 november 1200) Na het sneuvelen van zijn broer Aelbert in 1168 tot aan zijn dood zaakwaarnemer van zijn minderjarige neef Wouter I. Dodo III wordt dan ook de tiende heer van Egmond genoemd.
– Werenbout van Egmont, stamvader van de heren Utenhage. Hij sneuvelde samen met zijn vader in 1114.

10. Allard van Egmont (geboren 1130 – Schoorl, 1168),  was ridder en elfde heer van Egmont.
Zijn vader Berwout I was begonnen met de bouw van een kasteel, Slot op den Hoef, ook Kasteel Egmond genoemd. Na zijn vaders dood bouwde Allard verder aan het slot. In 1168 trok Allard samen met andere Hollandse edelen ten strijde in een strafexpeditie tegen de West-Friezen, in naam van Graaf Floris III van Holland. Hij verbrandde het kasteel van Schagen. Bij Schoorl werden de Hollanders in een hinderlaag gelokt door de West-Friezen. Negen ridders, waaronder Allard, sneuvelden. Allard was gehuwd Met Antonia van Henegouwen, dochter van Boudewijn IV van Henegouwen (Zie Nazaten van Henegouwen nr. 11) en Aleidis van Namen.
Met haar kreeg hij minstens twee zonen:
– Wouter van Egmont (1145 – 1208).(VOLGT 12)
– Allard van Egmont (1150 – 12??), hij werd heer van Buren.

Kasteel_Egmond_1638

11. Wouter I van Egmont (ook wel Beerwout III) (geboren ca.1145 – Egmond aan den Hoef – overleden 13 september 1208) was twaalfde  heer van Egmond.
Hij was een zoon van Allard van Egmond en Antonia van Henegouwen. Hij was aanwezig bij een grondschenking (de Albrandswaart, nabij Putten) aan de Abdij ter Duinen, Dirk VII van Holland is hierbij als getuige aanwezig. Wouter streed onder Willem I van Holland in de Loonse Oorlog (1204 – 1205) tegen Lodewijk II van Loon. Tijdens deze oorlog werd zijn Kasteel Egmond verwoest waarna hij samen met Allard Baniaert, heer van Beverwyck een aantal Kennemerse divisies leidde, hij kreeg tijdens deze periode de bijnaam De kwade. Na de oorlog begon hij aan de wederopbouw van zijn kasteel. Hij bleef net zo als zijn voorvaderen in conflict over betalingswijzen met de Abdij van Egmond, die hem als bijnaam Kwade Wouter gaven.
Wouter huwt met Mabelia van IJsselmonde, waarmee hij minstens twee zonen krijgt:
– Aarnout van Egmont.
– Gerard I van Egmont (overleden 1217) dertiende heer van Egmond, stamvader van het geslacht van Egmont-Merenstein
– Wouter II van Egmont veertiende heer van Egmond
– Willem I van Egmont (1180 – 1234) (VOLGT 13)
–  Halewine van Egmont, getrouwd met Willem heer van Teylingen, overleden in 1244.
– Sybrant van Egmont.

12. Willem I van Egmont (ca.1180 – Elbe, 17 mei 1234) was vijftiende heer van Egmont.
Hij was een zoon van Wouter van Egmont en Mabelia van IJsselmonde. Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbert abdij benoemd, dit deed hij tot 1221. Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven. Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV, was even als zijn vader, advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende. In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood. Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef.
Willem was gehuwd met Badeloch van Amstel- IJsselstein,  een dochter van Gijsbrecht II van Amstel (Zie Heren van Amstel nr. 4) en Aleidis van Cuijck.
Kinderen:
–  Maria van Egmont, jong gestorven.
– Gerard II van Egmont (VOLGT 14)

13. Gerard van Egmont (Latijn: Ghearardus de Egmundus), (Egmond aan den Hoef, ca. 1200 – Candia, 25 december 1242), zestiende heer van Egmont.
Gerard was een zoon van Willem I van Egmont en Badeloch van Amstel- IJsselstein.

Gerard volgde in 1234 zijn vader op als heer van Egmont.
Gerard was een vroom man, hij liet de slotkapel wijden door de abt van Egmond in 1229 en ondernam tweemaal een tocht naar het Heilige Land. Bij zijn terugtocht in 1242 overleed hij in Candia op het eiland Kreta.
Gerard was gehuwd met Elisabeth van Montfoort (overleden 12 mei 1262), dochter van Hendrik de Rovere, burggraaf van Montfoort.
Van Gerard zijn twee kinderen bekend:
– Willem II van Egmont (VOLGT 15).
– Sophia van Egmont, gehuwd met Jacob van der Woude, heer van Warmond.

14. Willem II van Egmont (geboren ca. 1235 – overleden 20 maart 1304) was zeventiende heer vanEgmont. Willem was een zoon van Gerard van Egmont en Elisabeth van Montfoort. Hij volgde in 1242 zijn vader op als heer van Egmond. Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter “Stoutkind” van Egmont. Willem was gehuwd met Ada van Brederode (zie: Heren van Teylingen en Brederode nr 3.b). Het echtpaar had twee kinderen:
Gerard (II) (1260?-1300), gehuwd met Elisabeth van Strijen.
Halewina (4b), gehuwd met Hendrik van Cuyck, burggraaf van Leiden.
In 1258 stond hij de ambachtsheerlijkheden Oterleek, Oudorp, Oudkarspel, Spanbroek en Wadeweij af aan Floris de Voogd, oom van graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het heerlijkheidWarmenhuizen in leen kreeg. Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer vanHuisduinen. Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.
Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.
Zijn vrouw Ada overleed in 1297 en zijn zoon Gerard in 1300. Bijgevolg werd hij na zijn overlijden in 1304 als heer van Egmont opgevolgd door zijn kleinzoon, Willem III.

15. Gerard II van Egmont (overleden op 18 mei 1300, dus vóór zijn vader.) Hij is dus formeel geen heer van Egmond geworden alhoewel hij wel in de reeks als achttiende heer wordt opgenomen. Hij was een zoon van Willem II van Egmont en Ada van Brederode.
Hij was gehuwd met Elisabeth van Strijen (Strienen) die op 16 december 1297 overleed.
Kinderen uit dit huwelijk:
– Willem III van Egmont 19e heer van Egmond. Hij overleed op 3 juli 1312. Hij was getrouwd met Margaretha van Blanckenhem die in 1312 overleed. Zij waren kinderloos.
– Wouter III van Egmont  (VOLGT 17)
– Nikolaas van Egmont, getrouwd met Elisabeth van Heemskerk.
– Jan van Egmont. Aleid van Egmont, overleden in 1311. Zij was getrouwd met Jacob van Lichtenberg, overleden in 1304.
– Sophia van Egmont, overleden in 1309 en getrouwd met heer van Warmond.
– Gerard van Egmont. Een aantal bastaardtakken pretenderen van Gerard III van Egmont af te stammen.

16. Wouter III van Egmont (geboren ca.1228 – 30 maart 1304) was negentiende heer van Egmont.
Hij is een zoon van Gerard van Egmont en Beatrix van Haarlem. In 1258 levert hij zijn ambachtenSpanbroek, Oudedorp, Oudkarspel en Wadeweij in aan graaf Floris V van Holland, hij ontvangt de heerlijkheid Warmhuizen in leen ervoor terug. Hij koopt wat grond op ten noorden van Egmond bij Huisduinen en Bergen en laat het in de jaren erna ontginnen. Van Egmont is aanwezig bij de veldtocht en verovering vanFriesland in 1282. Hij krijgt uit dank tien tienden bij de ambacht Hemert.

Wouter III huwt met Beatrijs van Doortogne, een kleindochter van Dirk I van Brederode (Zie: heren van Teylingen en Brederode nr. 2a.). Ze krijgen minstens drie kinderen:
– Gerard van Egmont (1272-1300)
– Jan I van Egmont (1291-1369) opvolger
– Ida van Egmont (geboren 1317), zij was gehuwd met Willem van der Duyn, kleinzoon van Floris van Brederode (Zie: heren van Teylingen en Brederode nr. 3a.) , heer van Doortoghe en van Zegwaard en Zevenhuizen. Willem was schout van Zevenhuizen en heemraad van Schieland.

 

Terug naar:

Karel de Grote